Onze keurslager die zijn aanbod voor kerst en eindejaar inperkt. Ons favoriete restaurant dat een dag extra per week dichtgaat. De warme bakker, bekend en bemind in de streek, die definitief sluit op zondag. De tuinfirma die geen nieuwe klanten meer aanneemt. Allemaal doen ze dat voor dezelfde reden: ze vinden geen personeel meer, ondanks vele pogingen en een correcte verloning. Ik weet niet hoe het bij u gesteld is, beste lezer, maar deze anekdotes spreken toch boekdelen?

Wanneer een recordaantal vacatures open blijft staan, wanneer overal de roep om personeel weerklinkt, wanneer veel banen instapklaar zijn en veel werkgevers zelf kandidaten willen opleiden, is de hardnekkigheid van werkloosheid en inactiviteit bij vele honderdduizenden landgenoten stuitend. Er zijn natuurlijk redenen waarom banen niet worden ingenomen. Lange dagen, verre verplaatsingen, onregelmatige uren, een relatief bescheiden loon, andere loopbaanverwachtingen, complexe gezinssituaties, de lijst is lang.

Maar er zijn grenzen. Je kunt niet een van de meest genereuze systemen van sociale zekerheid voorstaan zonder een gedeelde verantwoordelijkheid om bij te dragen. Je kunt niet bij de beste arbeidsvoorwaarden ter wereld wensen zonder een grote werkbereidheid. Je kunt niet een van de zwaarste overheden en belastingregimes op aarde handhaven zonder een brede dynamiek voor welvaartscreatie.

Herstel het evenwicht in ons samenlevingsmodel.

Ik ben de eerste om te pleiten voor een sociale zekerheid die meer en progressiever investeert waar de noden zijn, en die minder verzekert voor wie genoeg verdient. Ik steun elke hervorming voor eerlijke, eenvoudige en progressieve belastingen, zodat iedereen zijn fair share betaalt. Maar de vaststelling blijft dat te veel mensen in ons land in staat zijn te leven van de collectieve voorzieningen zonder daaraan naar hun vermogen bij te dragen.

We leven in een land waar de balans tussen rechten en plichten, tussen maken en herverdelen zoek is. Onhoudbaar zoek, getuige onze torenhoge overheidstekorten en ongedekte vergrijzingskosten. Ondraaglijk zoek, getuige ons onvermogen om de energiecrisis doortastend te bestrijden. Aan de ene kant veroorzaakt de levensduurte veel onbeantwoord leed en kwetsbaarheid. Aan de andere kant ondergaat het hart van onze welvaart - de haven-gebonden industriële nijverheid en de exporteconomie - een infarct van concurrentieverlies en desinvestering.

Twee kanten van dezelfde medaille: die van een samenlevingsmodel uit evenwicht, van een bestel gekneld tussen toenemende behoeften en tanende draagkracht. Verergerd door politieke inertie die in het beste geval palliatief en in het slechtste geval destructief bijdraagt, vertwijfeld hopend op verlossing door de Europese Unie, hyperventilerend bij elk proefballonnetje dat een partijvoorzitter oplaat.

En toch. Precies omdat de crisis totaal is, is een totaalaanpak denkbaar. Het surrealisme op onze arbeidsmarkt kan worden opgelost met een mix van loon- en arbeidsflexibiliteit, loonfiscaliteit, activering en uitdovende uitkeringen. De wettelijke pensioenen zijn hervormbaar met langere loopbanen, strengere pensioenvoorwaarden en gerichte belastingverhogingen. De energiecrisis kan een kans voor het klimaat worden, als alle overheden samen met de grote industrie massaal en radicaal in investeringsmodus gaan, kernenergie inbegrepen. Het ontbreekt ons niet aan investeringsmiddelen, maar wel aan investeringsvisie.

We kunnen nog echt regeren, we kunnen nog leiderschap tonen, op voorwaarde dat alle betrokken partijen er samen voor gaan, met veel meer ambitie en veel meer verantwoordelijkheidsgevoel. Omdat het hun plicht is. Omdat het moet. Omdat anders de afgrond wacht, maatschappelijk, economisch én electoraal. Waarop wachten we nog?

Onze keurslager die zijn aanbod voor kerst en eindejaar inperkt. Ons favoriete restaurant dat een dag extra per week dichtgaat. De warme bakker, bekend en bemind in de streek, die definitief sluit op zondag. De tuinfirma die geen nieuwe klanten meer aanneemt. Allemaal doen ze dat voor dezelfde reden: ze vinden geen personeel meer, ondanks vele pogingen en een correcte verloning. Ik weet niet hoe het bij u gesteld is, beste lezer, maar deze anekdotes spreken toch boekdelen? Wanneer een recordaantal vacatures open blijft staan, wanneer overal de roep om personeel weerklinkt, wanneer veel banen instapklaar zijn en veel werkgevers zelf kandidaten willen opleiden, is de hardnekkigheid van werkloosheid en inactiviteit bij vele honderdduizenden landgenoten stuitend. Er zijn natuurlijk redenen waarom banen niet worden ingenomen. Lange dagen, verre verplaatsingen, onregelmatige uren, een relatief bescheiden loon, andere loopbaanverwachtingen, complexe gezinssituaties, de lijst is lang. Maar er zijn grenzen. Je kunt niet een van de meest genereuze systemen van sociale zekerheid voorstaan zonder een gedeelde verantwoordelijkheid om bij te dragen. Je kunt niet bij de beste arbeidsvoorwaarden ter wereld wensen zonder een grote werkbereidheid. Je kunt niet een van de zwaarste overheden en belastingregimes op aarde handhaven zonder een brede dynamiek voor welvaartscreatie. Ik ben de eerste om te pleiten voor een sociale zekerheid die meer en progressiever investeert waar de noden zijn, en die minder verzekert voor wie genoeg verdient. Ik steun elke hervorming voor eerlijke, eenvoudige en progressieve belastingen, zodat iedereen zijn fair share betaalt. Maar de vaststelling blijft dat te veel mensen in ons land in staat zijn te leven van de collectieve voorzieningen zonder daaraan naar hun vermogen bij te dragen. We leven in een land waar de balans tussen rechten en plichten, tussen maken en herverdelen zoek is. Onhoudbaar zoek, getuige onze torenhoge overheidstekorten en ongedekte vergrijzingskosten. Ondraaglijk zoek, getuige ons onvermogen om de energiecrisis doortastend te bestrijden. Aan de ene kant veroorzaakt de levensduurte veel onbeantwoord leed en kwetsbaarheid. Aan de andere kant ondergaat het hart van onze welvaart - de haven-gebonden industriële nijverheid en de exporteconomie - een infarct van concurrentieverlies en desinvestering. Twee kanten van dezelfde medaille: die van een samenlevingsmodel uit evenwicht, van een bestel gekneld tussen toenemende behoeften en tanende draagkracht. Verergerd door politieke inertie die in het beste geval palliatief en in het slechtste geval destructief bijdraagt, vertwijfeld hopend op verlossing door de Europese Unie, hyperventilerend bij elk proefballonnetje dat een partijvoorzitter oplaat. En toch. Precies omdat de crisis totaal is, is een totaalaanpak denkbaar. Het surrealisme op onze arbeidsmarkt kan worden opgelost met een mix van loon- en arbeidsflexibiliteit, loonfiscaliteit, activering en uitdovende uitkeringen. De wettelijke pensioenen zijn hervormbaar met langere loopbanen, strengere pensioenvoorwaarden en gerichte belastingverhogingen. De energiecrisis kan een kans voor het klimaat worden, als alle overheden samen met de grote industrie massaal en radicaal in investeringsmodus gaan, kernenergie inbegrepen. Het ontbreekt ons niet aan investeringsmiddelen, maar wel aan investeringsvisie. We kunnen nog echt regeren, we kunnen nog leiderschap tonen, op voorwaarde dat alle betrokken partijen er samen voor gaan, met veel meer ambitie en veel meer verantwoordelijkheidsgevoel. Omdat het hun plicht is. Omdat het moet. Omdat anders de afgrond wacht, maatschappelijk, economisch én electoraal. Waarop wachten we nog?