Macht is de grondstof waarmee iedereen die droomt van verantwoordelijkheid moet leren werken. Zowel de dagelijkse berichten in de media, de geschiedenisboeken als gedragswetenschappelijk onderzoek tonen aan hoe gevaarlijk die grondstof is. Zelden haalt macht het beste in de mens naar boven. Integendeel: macht maakt ons vaak minder mens, minder empathisch en machiavellistischer.

We moeten keihard vechten tegen machtsmisbruik, of het loopt verkeerd af. Gelukkig zal de maatschappij ons beschermen met rechtbanken, roddels of de opvoeding tot een elite. Macht heeft wel een prijs. Wie die prijs niet te zwaar om dragen vindt, kan despotisch rondlopen. Luister maar even naar de verhalen over onze politici achter de schermen. Zelden een fraai beeld.

Zelf merkt de machtige (waaronder u, lezer, uw macht over uw kinderen bijvoorbeeld) daar weinig van. Wij noemen onze macht onze verantwoordelijkheid, wij weten dat zonder ons de chaos dreigt, dat wij gewoon loon krijgen naar talent, inzet en hard werken. Bovendien zijn machtigen actiever, zeg maar ondernemender, dan onmachtigen. En omdat onze ondernemingslust zeker niet mag worden getemperd, twijfelen we makkelijk of al die nadelen van macht ook op ons van toepassing zijn.

Maar we kennen ze allemaal, de kleine Hitlers, de Napoleons, de tirannen op de werkvloer. Zij die echt niet kunnen omgaan met macht. Ze vernederen anderen in het publiek, ze maken misbruik van hun positie en behoren tot de groep van de 'toxische leiders'. Zij laten in hun spoor ellende, frustratie en slapeloosheid na. Uit onderzoek blijkt dat het nog best meevalt bij mensen die in een leidinggevende positie komen. Zo erg gaan we als leider nu ook niet tekeer. Onze macht is voldoende gesocialiseerd. Met één uitzondering: let op voor mensen die veel macht krijgen, maar weinig aanzien. U weet wel: de drill sergeant in het leger. Macht gaat beter gepaard met wat status, een beetje aanzien. Onze voorouders en de koninklijke huizen wisten dat wel: zorg ervoor dat het volk beseft dat je tot een speciale elite behoort. Tot 4 juli loopt in Mechelen de tentoonstelling Kinderen van de renaissance. Daar ziet u hoe onze prinsen werden opgevoed tot macht.

Heeft macht ook een goede kant?

Macht en hoge status helpen als schild tegen discriminatie. Twee onderzoekers van de Columbia Business School stelden vast dat in de Verenigde Staten vrouwen in de politiek wel degelijk worden gediscrimineerd. Met constante factoren hebben ze minder kans om verkozen te worden. Maar vrouwen hebben wel evenveel kans als mannen om herkozen te worden. Als ze de machtspositie hebben bereikt, loopt de discriminatie er af als water van een eend. Goede vrouwelijke leiders worden herkozen, slechte niet. Vrouwen verdienen nog altijd voor dezelfde banen gemiddeld minder dan mannen, maar helemaal aan de top van de inkomenspiramide is het verschil kleiner.

Als dat soort onderzoeksgegevens kan worden veralgemeend, is dat voor mij een vurig pleidooi voor structurele maatregelen. Plaats minderheidsgroepen meer in machtsposities. Zodra ze er zijn, krijgen ze een faire kans. Quota en positieve discriminatie hebben een slechte reputatie. Want de bevoorrechten zouden meer stress ervaren, omdat ze voortdurend horen of voelen dat ze het niet hebben verdiend. Daar ligt juist de kern van discriminatie.

Mensen die ook recht hebben op bepaalde beloningen, zoals status, inkomen of toegang tot diensten, krijgen die niet. Tegenstanders van positieve discriminatie roepen dan moreel verontwaardigd uit: je kunt de ene discriminatie toch niet rechtzetten met een andere? In zekere zin dus wel. Voorstanders van positieve actie moeten alleen sterker pleiten voor een gelijk speelveld als de structurele ingreep achter de rug is. Wie dan minder presteert, kan niet blijven zeuren dat het kaartspel vervalst is.

Macht is de grondstof waarmee iedereen die droomt van verantwoordelijkheid moet leren werken. Zowel de dagelijkse berichten in de media, de geschiedenisboeken als gedragswetenschappelijk onderzoek tonen aan hoe gevaarlijk die grondstof is. Zelden haalt macht het beste in de mens naar boven. Integendeel: macht maakt ons vaak minder mens, minder empathisch en machiavellistischer. We moeten keihard vechten tegen machtsmisbruik, of het loopt verkeerd af. Gelukkig zal de maatschappij ons beschermen met rechtbanken, roddels of de opvoeding tot een elite. Macht heeft wel een prijs. Wie die prijs niet te zwaar om dragen vindt, kan despotisch rondlopen. Luister maar even naar de verhalen over onze politici achter de schermen. Zelden een fraai beeld. Zelf merkt de machtige (waaronder u, lezer, uw macht over uw kinderen bijvoorbeeld) daar weinig van. Wij noemen onze macht onze verantwoordelijkheid, wij weten dat zonder ons de chaos dreigt, dat wij gewoon loon krijgen naar talent, inzet en hard werken. Bovendien zijn machtigen actiever, zeg maar ondernemender, dan onmachtigen. En omdat onze ondernemingslust zeker niet mag worden getemperd, twijfelen we makkelijk of al die nadelen van macht ook op ons van toepassing zijn. Maar we kennen ze allemaal, de kleine Hitlers, de Napoleons, de tirannen op de werkvloer. Zij die echt niet kunnen omgaan met macht. Ze vernederen anderen in het publiek, ze maken misbruik van hun positie en behoren tot de groep van de 'toxische leiders'. Zij laten in hun spoor ellende, frustratie en slapeloosheid na. Uit onderzoek blijkt dat het nog best meevalt bij mensen die in een leidinggevende positie komen. Zo erg gaan we als leider nu ook niet tekeer. Onze macht is voldoende gesocialiseerd. Met één uitzondering: let op voor mensen die veel macht krijgen, maar weinig aanzien. U weet wel: de drill sergeant in het leger. Macht gaat beter gepaard met wat status, een beetje aanzien. Onze voorouders en de koninklijke huizen wisten dat wel: zorg ervoor dat het volk beseft dat je tot een speciale elite behoort. Tot 4 juli loopt in Mechelen de tentoonstelling Kinderen van de renaissance. Daar ziet u hoe onze prinsen werden opgevoed tot macht. Macht en hoge status helpen als schild tegen discriminatie. Twee onderzoekers van de Columbia Business School stelden vast dat in de Verenigde Staten vrouwen in de politiek wel degelijk worden gediscrimineerd. Met constante factoren hebben ze minder kans om verkozen te worden. Maar vrouwen hebben wel evenveel kans als mannen om herkozen te worden. Als ze de machtspositie hebben bereikt, loopt de discriminatie er af als water van een eend. Goede vrouwelijke leiders worden herkozen, slechte niet. Vrouwen verdienen nog altijd voor dezelfde banen gemiddeld minder dan mannen, maar helemaal aan de top van de inkomenspiramide is het verschil kleiner. Als dat soort onderzoeksgegevens kan worden veralgemeend, is dat voor mij een vurig pleidooi voor structurele maatregelen. Plaats minderheidsgroepen meer in machtsposities. Zodra ze er zijn, krijgen ze een faire kans. Quota en positieve discriminatie hebben een slechte reputatie. Want de bevoorrechten zouden meer stress ervaren, omdat ze voortdurend horen of voelen dat ze het niet hebben verdiend. Daar ligt juist de kern van discriminatie. Mensen die ook recht hebben op bepaalde beloningen, zoals status, inkomen of toegang tot diensten, krijgen die niet. Tegenstanders van positieve discriminatie roepen dan moreel verontwaardigd uit: je kunt de ene discriminatie toch niet rechtzetten met een andere? In zekere zin dus wel. Voorstanders van positieve actie moeten alleen sterker pleiten voor een gelijk speelveld als de structurele ingreep achter de rug is. Wie dan minder presteert, kan niet blijven zeuren dat het kaartspel vervalst is.