In Samen door één deur beschrijft ex-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen (66) hoe hij in het Midden-Oosten aan de nachtreceptionist in zijn hotel uitlegt waarom hij niet gelooft in een leven na de dood. De islamitische hotelwerknemer ziet dat anders, maar in het gesprek maakt de strijd voor het grote gelijk plaats voor een vorm van begrip voor het andere standpunt. "Misschien is het beter gewoon goed te verwoorden wat onze waarheid voor ons betekent. Zonder ze te willen opdringen aan anderen", besluit Van der Stighelen in zijn boek, dat in 2016 verscheen.
...

In Samen door één deur beschrijft ex-reclamemaker Guillaume Van der Stighelen (66) hoe hij in het Midden-Oosten aan de nachtreceptionist in zijn hotel uitlegt waarom hij niet gelooft in een leven na de dood. De islamitische hotelwerknemer ziet dat anders, maar in het gesprek maakt de strijd voor het grote gelijk plaats voor een vorm van begrip voor het andere standpunt. "Misschien is het beter gewoon goed te verwoorden wat onze waarheid voor ons betekent. Zonder ze te willen opdringen aan anderen", besluit Van der Stighelen in zijn boek, dat in 2016 verscheen. De jongste weken betoogden vaccinweigeraars tegen het coronabeleid, ontaardden debatprogramma's geregeld in onverstaanbare ruis en regende het op sociale media scheldpartijen over de pogingen van de regering-De Croo om de vierde coronagolf in te dijken. De eendracht in de ploeg van 11 miljoen Belgen is weg en heeft plaats gemaakt voor polarisering. Hoe kijkt Guillaume Van der Stighelen naar de polariserende samenleving? Als reclamemaker verwierf hij onder meer faam met campagnes als Mijn thuis is waar mijn Stella staat en Iedereen komt als je Leo roept, maar sinds hij in 2011 de reclamewereld achter zich liet, ontpopte hij zich tot een rake observator. En hij is een spilfiguur bij de Grungblavers, een groep artiesten met wie hij Antwerpse versies van bekende evergreens zingt. "Zingen in de taal waarin je ouders in de keuken ambras maakten, brengt mensen bij elkaar", zegt hij. "Ook al kunnen de teksten die we zingen heel polariserend zijn, muziek verbindt mensen." GUILLAUME VAN DER STIGHELEN. "Wie getrouwd is, weet dat meningen tegenstrijdig kunnen zijn ( lacht). Dat is heel normaal. Er is ook niets mis mee. Op Twitter een stelling poneren biedt de garantie dat anderen die stelling zullen weerleggen. Sommigen doen dat boertig, anderen doen dat onderbouwd. Ik vind dat leerzaam. Je kunt op die manier makkelijk gedachten aftoetsen." VAN DER STIGHELEN. "Helemaal niet. Aan de toog van een café zijn er altijd gepolariseerde gesprekken geweest. Op sommige plaatsen bezoeken mensen met tegengestelde meningen al decennia andere cafés. De katholieken in de ene kroeg en de liberalen in de andere. De tegenstellingen zijn van alle tijden, maar misschien wordt polarisering nu wel meer zichtbaar. Je moet de kracht van de print niet onderschatten. Een zatte zeveraar aan de toog, daar hoor je aan dat hij een glas te veel opheeft. Je filtert wat zo iemand zegt. Zet diezelfde persoon achter een computer en mensen nemen zijn posts even ernstig als wat Rik Torfs typt. "Twitter is eigenlijk een digitale toog, met digitale toogzeikers en met mensen die gewoon meeluisteren. Het is niet de toog die nieuw is, maar wel de aandacht die we eraan besteden. Vroeger schreven de kranten toch niet wie wat in het parochiehuis had verteld? De aandacht voor wat wij uitkramen op sociale media is disproportioneel. "Al zijn de kranten vandaag eerder beleefd. Voor mijn debuutroman heb ik voor het levensverhaal van mijn hoofdpersonage heel veel kranten van eind negentiende eeuw gelezen. Toen was de polarisatie tussen katholieken en liberalen heel uitgesproken. Met het vocabulaire dat toen in het Brugs Handelsblad verscheen, zou je vandaag van Facebook vliegen." VAN DER STIGHELEN. "Ik vind van niet. Zolang je maar nieuwsgierig blijft naar de onderbouw van iemands gedachten. Ik beschouw het vermogen om mee te gaan in andermans gedachten zonder bang te zijn je eigen gedachten te verloochenen, als een teken van intelligentie. Verstand is niet wat er in mijn hoofd zit, maar wel wat ik kan doen met de dingen die in jouw hoofd omgaan. "De sociale druk is wel veel groter geworden. Mensen zitten meer gevangen in hun netwerk. Dat oefent druk uit op wat ze zeggen zodra dat verschilt van de gangbare overtuiging. Je ziet dat bij politici, maar ook in academische milieus. Een rivaal uit je onderzoeksgebied die gelijk zou kunnen hebben, die moet je bestrijden. Wetenschap draait er voor een stuk ook om andermans waarheid te ondermijnen." VAN DER STIGHELEN. "Dat was een reactie op de uitspraak van minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) dat hij begrip had voor mensen die kwaad worden op wie niet is gevaccineerd. Dat vind ik een brug te ver. Je kunt die boosheid wel begrijpen, maar dat is nog wat anders dan er begrip voor te hebben. Heel wat mensen die niet gevaccineerd zijn, hebben op zeker ogenblik voor de keuze gestaan wie ze moesten geloven. De invloed van informatie op het internet, waar een leek niet van kan zien of ze correct is of niet, speelt daarin mee. Wie in de invloedssfeer zit van de een of andere kwakzalver die het vaccin afwijst, heeft dat soms gevolgd zonder contrair te willen doen of de zaak te willen saboteren. Wanneer die mensen in het ziekenhuis terechtkomen nog eens inwrijven hoe onnozel ze zijn geweest, daar winnen we niets mee. Ik vind dat je daar wel eens over mag nadenken. Ik probeer op die manier ook een stem te geven aan de mensen die niet worden gehoord." VAN DER STIGHELEN. "Omdat ik een luide stem heb. Door de eeuwen heen hebben we geleerd onze mening te uiten. Ik vind dat beschaving 1.0. In beschaving 2.0 moeten we luisteren naar elkaar. Daar zijn we nog niet aan toe. We leven nog in de grote zenuwachtigheid of we kunnen zeggen wat we denken. Is er wel aandacht voor mijn mening? De kern van polarisatie is dat je twee mensen bij elkaar zet, van wie de grootste bezorgdheid is dat ze hun ding kunnen zeggen. Ze praten en praten, en gaan nog kwader dan voorheen uit elkaar. Zodra je luistert en begrijpt wat er in het hoofd van de ander omgaat, ga je beiden rijker naar huis. Je hebt allebei iets geleerd. In de politiek zijn we daar nog lang niet aan toe. Het parlement is dan ook geen luisterkamer, het draait daar om praten. Ook in de media wordt de schoonheid van het luisteren nog niet echt gevierd. "Al vind ik het moeilijk een onderscheid te maken tussen mensen die kritiek hebben op de regering vanwege de manier waarop ze de crisis aanpakt, en mensen die vinden dat ze het fout doet omdat het nu eenmaal deze regering is. 'Het is Vivaldi, dus het zal wel slecht zijn.'" VAN DER STIGHELEN. "Elke regering is een veelkoppige draak. Het succesvolle communicatiebeleid van de ene minister is een slechte zaak voor de andere ministers, omdat die ook hun electorale belangen hebben. In mijn verleden als reclameman gingen we altijd na of een bedrijf met één stem spreekt. Het laatste wat je wilt is dat de marketingmanager een campagne lanceert, terwijl de CEO in de krant vertelt dat ze niet goed is en verkoopteams haar afdoen als flauwe marketingpraat. Daarom wilden we altijd eerst eenheid creëren in de ploeg. In België gaat dat niet. In China is dat anders. De communicatie is daar helder: er is één man die beslist. Zelfs in de Verenigde Staten heeft de stem van de president meer achting. Maar ons democratische bestel is niet gemaakt voor duidelijke communicatie. Er is altijd iemand die het ondermijnt. Deze regering heeft daar duidelijk last van, als je ziet hoe Paul Magnette (PS) en Georges-Louis Bouchez (MR) om ter hardst oppositie voeren. "Het is heel ondankbaar om in zo'n situatie beleid te voeren. De mensen in het Overlegcomité zijn het eigenlijk niet eens met elkaar. Ze wórden het eens. Ze moeten toegevingen doen. Uit het overleg volgt een beslissing. Die komt naar buiten als eenstemmig, maar dat is ze zeker niet. Al de mensen om de tafel hebben een achterban, en die voelt zich verraden." VAN DER STIGHELEN. "Inderdaad. En televisie doet niets liever dan dat uitvergroten." U bent een zeiler. In een storm is er maar beter één kapitein. Geldt dat ook voor een pandemie? VAN DER STIGHELEN. "In een storm kun je voor je eigen veiligheid beter met z'n allen de beslissing van de kapitein volgen, dan iedereen op eigen houtje te laten prutsen tot het schip zinkt. Maar een storm is een concrete dreiging en maakt de noodzaak van discipline meteen duidelijk. Dat is met covid-19 anders. Er waren wel de beelden van volgelopen ziekenhuizen in Bergamo, maar tegelijk kent iedereen iemand die besmet was, maar nauwelijks ziek. Er liggen geen lijken op straat zoals bij de Spaanse griep of uitbraken van cholera. Die concrete dreiging ontbreekt in de communicatie. "Wollige oproepen tot solidariteit zoals Tous ensemble, helpen niet. Die solidariteit werkt niet lang. Ze wordt gehaat door mensen die het beleid graag zien falen. Ik zou de regering eerder aanraden een lijst te maken met de foute beslissingen en het voortschrijdend inzicht. Als duidelijk wordt dat de handgel niet nodig was, zeg dat dan. Leg uit dat je alle kranen hebt moeten dichtdraaien. Dat is belangrijk omdat veel boze reacties nog stoelen op inzichten van een jaar geleden. Tegelijk moeten we beseffen dat de situatie zo acuut is, dat communicatie het laatste van de zorgen is voor wie met deze crisis bezig is. Anders dan in bedrijven kun je een regering niet dwingen om naar buiten te komen met één duidelijke boodschap. Die discipline is op politiek niveau niet houdbaar, omdat er electoraal te veel voordeel bij te halen is om een beslissing af te vallen. Zo zit het politieke systeem nu eenmaal in elkaar." VAN DER STIGHELEN. "Ik vind de devaluatie van het woord 'compromis' jammer. Je gaat op zoek naar iets waar je gezamenlijk beter van wordt, terwijl het nu wordt gezien als een vorm van toegeven. Als de ene helft van een klas wil gaan skiën en de andere helft aan het strand wil liggen, kun je net zo goed zoeken naar een plek waar beide kunnen. De polarisatie tussen twee ideeën leidt dan tot een nieuw idee waar beide groepen zich in kunnen vinden. Het woord 'compromis', zoals we het kennen in de pers, heeft een veel te negatieve lading gekregen. In die zin vond ik bijvoorbeeld het voorstel van de roetpiet als alternatief voor Zwarte Piet een geniale oplossing. De rabiate racisten en wokers kunnen zich er misschien niet in vinden, maar waar kunnen die zich wél in vinden?"