Maakt geld gelukkig? Hoe verschillend is de gelukservaring van de Belgen en tussen de generaties? Maakt werken gelukkig of juist ongelukkig? Het zijn enkele van de sympathieke vragen waarmee het Nationaal Geluksonderzoek regelmatig de pers haalt. Een geluksprofessor, geluksambassadrice, gelukscoaches, geluksmeters: alles staat klaar om ons geluk te helpen realiseren.
...

Maakt geld gelukkig? Hoe verschillend is de gelukservaring van de Belgen en tussen de generaties? Maakt werken gelukkig of juist ongelukkig? Het zijn enkele van de sympathieke vragen waarmee het Nationaal Geluksonderzoek regelmatig de pers haalt. Een geluksprofessor, geluksambassadrice, gelukscoaches, geluksmeters: alles staat klaar om ons geluk te helpen realiseren. Ik heb daar een probleem mee. Natuurlijk niet met geluk als zodanig, maar met de onderliggende premisse dat geluk wetenschappelijk kenbaar en dus maakbaar is. Dat vind ik onmogelijk en onwenselijk. Geluksmetingen werken als volgt: op een schaal moeten deelnemers aangeven hoe ongelukkig ze zich voelen, hoeveel stress ze ervaren, hoe ze hun relatie en hun vriendschappen beoordelen, hoe gezond ze zijn en zo meer. Er worden gevoelsindicaties geregistreerd. Die zijn oppervlakkig, subjectief en relatief: het zijn momentopnames, ze worden beïnvloed door de omstandigheden, door de leeftijd, het geslacht en de culturele achtergrond van de respondenten, door de referenties die mensen impliciet hanteren, door hun opvoeding en hun waarden. Kunnen we op basis daarvan betrouwbare uitspraken doen over de geluksstaat van de samenleving? Ik denk het niet. We kunnen wel naar subjectieve welzijnsgevoelens peilen, maar we kunnen op basis daarvan menselijk geluk niet veralgemenen en objectiveren. Geluk is persoonlijk. Is geluk ook niet veel meer dan zich goed voelen? Aristoteles wist al dat echt geluk is gelegen in een goed en deugdzaam leven, in doen wat de moeite waard is om te doen, in de verwezenlijking van ons menselijke potentieel, in het trotseren van de stormen van het leven. Het geluk dat in de peilingen wordt gemeten, is louter welbehagen. Dat is niet onbelangrijk. Maar als het de maatstaf wordt, ijken we onze samenleving op hedonisme, comfort en plezier. Ik denk dat we, als mens en als gemeenschap, meer mogen ambiëren. Er is een contradictie tussen oppervlakkig welbehagen en diep geluk. Het eerste is leuk voor de persoon en de korte termijn. Het tweede is belangrijk voor de samenleving en de lange termijn. De ongelukkige gevoelens van een kind dat moet luisteren en dat de school moet ondergaan, wapent de volwassene met kennis, discipline en doorzettingsvermogen. Tegenspoed en het knagend gevoel van onvervulde ambitie drijven velen tot werelds succes. Sinds Max Weber weten we dat onze welvaart geworteld is in een cultuur van hard werk, persoonlijke opoffering en uitgestelde voldoening. Een agenda die geobsedeerd is met hedonistisch plezier, is dus een strategie voor verval. Een agenda is het inderdaad. Geluksmeting wordt gebruikt om beleid te inspireren. Als geld maar tot op een zeker inkomensniveau gelukkiger maakt, kunnen we het beste meer geld van de rijken herverdelen. Als gezondheid gelukkig maakt, moeten we mensen meer helpen om gezond te blijven. Dat zijn twee stellingen die al op basis van het Nationaal Geluksonderzoek zijn geformuleerd. Geluk wordt dus een excuus om een politieke agenda te legitimeren. De wankele geluksstatistiek wordt gerecupereerd voor politieke doeleinden. Dat is problematisch. Het is vanzelfsprekend dat de politiek een belangrijke rol heeft. Geluk is overal verbonden met veiligheid, een gezonde leefomgeving, goed bestuur zonder corruptie, een sterke economie en veel werkgelegenheid. Voor die omgevingsfactoren is het beleid mee verantwoordelijk. Maar daarbuiten geldt het motto van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring: Life, Liberty and the pursuit of Happiness zijn basisrechten voor de individuele mens. Ieder mens moet kunnen nastreven wat voor hem geluk betekent. De overheid moet die vrijheid tot unieke mensbeleving vooral vrijlaten. Ze moet zich niet inmengen, ze moet geluk niet politiseren. Ze moet focussen op bruto binnenlands product dat gelukskeuzes mogelijk maakt, niet op bruto nationaal geluk dat geluk organiseert.