Nederland, Duitsland, Frankrijk, al onze buurlanden hebben de voorbije weken ambitieuze investeringsplannen voorgesteld die inspelen op het Europese herstelplan voor de coronacrisis. Daar is 750 miljard euro steun aan gekoppeld. België kan aanspraak maken op 5 miljard. Maar hier blijft het oorverdovend stil, omdat we nog geen regering hebben. Dat is gevaarlijk. Het ziet er almaar meer naar uit dat we over enkele maanden een tweede economische crisis moeten verwerken door een harde brexit.

Ursula von der Leyen geeft vandaag haar eerste 'state of the union' als voorzitter van de Europese Commissie. Wie zal er in ons land een houden? Op de eerste dinsdag van oktober licht de premier in deze speech traditioneel de plannen toe die zijn of haar regering wil uitwerken. Wie zal het zeggen? Onze economie trekt aan, maar het herstel blijft onvolledig. Crisismaatregelen, zoals de versoepelde tijdelijke werkloosheidsregeling, zullen moeten worden verlengd, maar het beleid zal vooral de focus moeten verleggen naar relance en het stimuleren van duurzame economische groei.

Al onze grote buurlanden hadden dat al snel begrepen. Duitsland kondigde in juni een ambitieus relanceplan aan, waarin het onder meer voor 50 miljard euro investeringen voorziet in duurzame mobiliteit, de energietransitie en digitale innovatie. Frankrijk kwam begin september met een relanceplan dat 30 miljard euro reserveert voor de groene transitie, en 34 miljard euro om de competitiviteit van de Franse economie te versterken. Nederland kondigde vorige week de oprichting van het Nationaal Groeifonds aan, dat de komende vijf jaar 20 miljard euro wil investeren in publieke projecten die bijdragen tot het 'verdienvermogen' van Nederland.

Gaan we de 5 miljard aan Europese steun dan gewoon laten liggen?

Niet toevallig sluiten al die plannen naadloos aan op het Europese herstelplan, dat enorme budgetten veil heeft voor de lidstaten, om een relancebeleid uit te rollen. De drie buurlanden zullen een coherent investeringsplan indienen, opdat Europese middelen snel naar de geïdentificeerde projecten kunnen vloeien. Frankrijk stelt zelfs onomwonden dat het 40 procent van zijn relanceplan zal betalen via het Europees herstelplan.

In België blijft het helaas wachten op een omschakeling van crisis- naar relancebeleid. Omdat we nog altijd geen federale regering hebben, zijn er ook nog geen concrete plannen en is er bovendien geen coördinatie tussen de bevoegdheidsniveaus over hoe we optimaal gebruik kunnen maken van de ruwweg 5 miljard euro waar ons land recht op heeft. Nochtans is het van uitermate groot belang dat België snel een sterk relancebeleid uitrolt. Zo lijkt het steeds waarschijnlijker dat we een tweede economische opdoffer te verwerken krijgen door een harde brexit. Die kan ons land tot 42.000 banen kosten.

Aangezien de federale regeringsvorming blijft aanslepen, rijst de vraag of we kunnen wachten op de installatie van een volwaardige regering, om werk te maken van een relancebeleid dat inhaakt op het Europese herstelplan. Het kan nog even duren voor er een federale regering is, die dan vervolgens nog zo'n plan moet uitwerken. Dat terwijl België tegen 15 oktober toch al minstens een ontwerpplan bij de EU moet indienen, in het kader van het Europees semester.

De gewesten moeten het voortouw nemen en snel een blauwdruk uitwerken voor het relancebeleid, dat gekoppeld is aan het Europese herstelplan. Niet alleen zijn er drie volwaardige regeringen op dat niveau, ze beschikken bovendien over de belangrijkste hefbomen om een toekomstgericht investeringsbeleid vorm te geven. Zo zijn in de eerste plaats de gewesten verantwoordelijk voor mobiliteit, duurzame energie, innovatie en onderwijs.

De Vlaamse regering zou zich in haar eigen relancebeleid al moeten bezinnen over een optimale benutting van de Europese financiering. De gewestelijke regeringen moeten dan ook zo snel mogelijk werk maken van een investeringsstrategie die inhaakt op het Europees herstelplan. Een toekomstige federale regering kan voortbouwen op die gewestelijke plannen, waardoor snel geschakeld kan worden naar Europa. De federale inbreng zal zich overigens vooral moeten enten op een krachtige hervormingsagenda, om private investeringen te faciliteren, wat ook een cruciale poot zal zijn van een doeltreffend relancebeleid.

Nederland, Duitsland, Frankrijk, al onze buurlanden hebben de voorbije weken ambitieuze investeringsplannen voorgesteld die inspelen op het Europese herstelplan voor de coronacrisis. Daar is 750 miljard euro steun aan gekoppeld. België kan aanspraak maken op 5 miljard. Maar hier blijft het oorverdovend stil, omdat we nog geen regering hebben. Dat is gevaarlijk. Het ziet er almaar meer naar uit dat we over enkele maanden een tweede economische crisis moeten verwerken door een harde brexit.Ursula von der Leyen geeft vandaag haar eerste 'state of the union' als voorzitter van de Europese Commissie. Wie zal er in ons land een houden? Op de eerste dinsdag van oktober licht de premier in deze speech traditioneel de plannen toe die zijn of haar regering wil uitwerken. Wie zal het zeggen? Onze economie trekt aan, maar het herstel blijft onvolledig. Crisismaatregelen, zoals de versoepelde tijdelijke werkloosheidsregeling, zullen moeten worden verlengd, maar het beleid zal vooral de focus moeten verleggen naar relance en het stimuleren van duurzame economische groei.Al onze grote buurlanden hadden dat al snel begrepen. Duitsland kondigde in juni een ambitieus relanceplan aan, waarin het onder meer voor 50 miljard euro investeringen voorziet in duurzame mobiliteit, de energietransitie en digitale innovatie. Frankrijk kwam begin september met een relanceplan dat 30 miljard euro reserveert voor de groene transitie, en 34 miljard euro om de competitiviteit van de Franse economie te versterken. Nederland kondigde vorige week de oprichting van het Nationaal Groeifonds aan, dat de komende vijf jaar 20 miljard euro wil investeren in publieke projecten die bijdragen tot het 'verdienvermogen' van Nederland.Niet toevallig sluiten al die plannen naadloos aan op het Europese herstelplan, dat enorme budgetten veil heeft voor de lidstaten, om een relancebeleid uit te rollen. De drie buurlanden zullen een coherent investeringsplan indienen, opdat Europese middelen snel naar de geïdentificeerde projecten kunnen vloeien. Frankrijk stelt zelfs onomwonden dat het 40 procent van zijn relanceplan zal betalen via het Europees herstelplan.In België blijft het helaas wachten op een omschakeling van crisis- naar relancebeleid. Omdat we nog altijd geen federale regering hebben, zijn er ook nog geen concrete plannen en is er bovendien geen coördinatie tussen de bevoegdheidsniveaus over hoe we optimaal gebruik kunnen maken van de ruwweg 5 miljard euro waar ons land recht op heeft. Nochtans is het van uitermate groot belang dat België snel een sterk relancebeleid uitrolt. Zo lijkt het steeds waarschijnlijker dat we een tweede economische opdoffer te verwerken krijgen door een harde brexit. Die kan ons land tot 42.000 banen kosten.Aangezien de federale regeringsvorming blijft aanslepen, rijst de vraag of we kunnen wachten op de installatie van een volwaardige regering, om werk te maken van een relancebeleid dat inhaakt op het Europese herstelplan. Het kan nog even duren voor er een federale regering is, die dan vervolgens nog zo'n plan moet uitwerken. Dat terwijl België tegen 15 oktober toch al minstens een ontwerpplan bij de EU moet indienen, in het kader van het Europees semester.De gewesten moeten het voortouw nemen en snel een blauwdruk uitwerken voor het relancebeleid, dat gekoppeld is aan het Europese herstelplan. Niet alleen zijn er drie volwaardige regeringen op dat niveau, ze beschikken bovendien over de belangrijkste hefbomen om een toekomstgericht investeringsbeleid vorm te geven. Zo zijn in de eerste plaats de gewesten verantwoordelijk voor mobiliteit, duurzame energie, innovatie en onderwijs.De Vlaamse regering zou zich in haar eigen relancebeleid al moeten bezinnen over een optimale benutting van de Europese financiering. De gewestelijke regeringen moeten dan ook zo snel mogelijk werk maken van een investeringsstrategie die inhaakt op het Europees herstelplan. Een toekomstige federale regering kan voortbouwen op die gewestelijke plannen, waardoor snel geschakeld kan worden naar Europa. De federale inbreng zal zich overigens vooral moeten enten op een krachtige hervormingsagenda, om private investeringen te faciliteren, wat ook een cruciale poot zal zijn van een doeltreffend relancebeleid.