Voor het eerst sinds de financiële crisis van 2009 heeft de Amerikaanse centrale bank (de Fed) de beleidsrente verlaagd. De bijhorende commentaar van voorzitter Jerome Powell suggereert dat het voorlopig om een eenmalige verlaging van 25 basispunten gaat, naar een beleidsrente van 2 tot 2,25%. Dat president Donald Trump de Fed onder druk zet om het beleid nog veel agressiever te versoepelen, maakt de taak van de Fed niet gemakkelijker. 'Ik hoor u, maar ik luister niet', is voor Fed-voorzitter Jerome Powell wellicht de beste strategie om met het discours van Trump om te gaan.
...

Voor het eerst sinds de financiële crisis van 2009 heeft de Amerikaanse centrale bank (de Fed) de beleidsrente verlaagd. De bijhorende commentaar van voorzitter Jerome Powell suggereert dat het voorlopig om een eenmalige verlaging van 25 basispunten gaat, naar een beleidsrente van 2 tot 2,25%. Dat president Donald Trump de Fed onder druk zet om het beleid nog veel agressiever te versoepelen, maakt de taak van de Fed niet gemakkelijker. 'Ik hoor u, maar ik luister niet', is voor Fed-voorzitter Jerome Powell wellicht de beste strategie om met het discours van Trump om te gaan.De koerswijziging van de Fed is opmerkelijk. De Amerikaanse economie groeit nog behoorlijk, de werkloosheid is bijzonder laag en het budgettair beleid is expansief. In deze fase van de cyclus zou je minstens een milde inflatoire druk mogen verwachten, waarop de centrale bank reageert met verdere renteverhogingen om een oververhitting van de economie te voorkomen. Zo ging het vroeger toch. Nu niet meer. Enige inflatoire druk is in geen velden of wegen te bekennen. De favoriete maatstaf van de Fed meet een inflatie van 1,7 procent, wat iets te ver onder de doelstelling van 2 procent blijft om zich comfortabel bij te voelen. Maar als de combinatie van een nog altijd relatief expansief monetair beleid, een expansief budgettair beleid en een rijpe conjunctuurcyclus geen inflatie genereert, wanneer lukt dat dan wel nog? Inflatie lijkt dood en begraven. De centrale banken weten niet meer hoe ze inflatie opnieuw tot leven moeten wekken. De kans is bovendien groot dat de inflatie voort zal dalen. De wereldeconomie krijgt het steeds lastiger om de aanhoudende onzekerheid die gepaard gaat met schijnbaar onoplosbare handelsconflicten te verteren. De kans op een no-deal-brexit neemt intussen toe. Haperende bedrijfsinvesteringen tasten vooral de industriële sectoren aan, die op het randje van een recessie balanceren. De dienstensectoren houden nog stand, net als de consument, maar besmetting lijkt een kwestie van tijd. De wereldeconomie dreigt eerder te vertragen dan te versnellen, en een tragere economie is deflatoir van aard.De Amerikaanse centrale bank neemt daarom het zekere voor het onzekere en verlaagt 'uit voorzorg' de beleidsrente, goed wetende dat de Amerikaanse economie niet eeuwig immuun blijft voor een vertragende wereldeconomie. Maar het is niet de gewoonte van centrale banken dat ze preventief ingrijpen tegen mogelijk onheil. Je zal er maar naast zitten. Die verzekeringspolitiek toont nogmaals aan dat de centrale banken bijzonder bezorgd zijn over de persistent lage inflatie, en dat ze, het koste wat het kost, de inflatie willen verdedigen die er nu nog is. John Williams, de voorzitter van de New York Fed, zei het zo: "We moeten de economie vaccineren en beschermen tegen de verraderlijke ziekte van te lage inflatie." Op die manier komt noodgedwongen een einde aan een krapper Amerikaans geldbeleid dat amper drie jaar duurde en de beleidsrente optilde van 0 naar 2,25 tot 2,5 procent. In 2001 piekte de beleidsrente nog op meer dan 6 procent. In 2007 piekte de rente nog op ruim 5 procent, om na een pijlsnelle daling tot begin 2016 rond 0 procent te schommelen. Als dat grootschalige patroon wordt gevolgd, zal de Amerikaanse beleidsrente vanaf nu opnieuw richting 0 procent dalen, om jaren op dat niveau te kamperen. Een herneming van een beleid van geldverruiming - de zogenaamde quantitative easing of QE - hoort zeker bij de mogelijkheden. En als zelfs de dynamische Amerikaanse economie nog amper hogere rentevoeten kan verdragen, dan is de Europese economie helemaal een vogel voor de kat.Voorlopig hint Jerome Powell niet op verdere renteverlagingen. Powell heeft het over een 'mid cycle adjustement' om het kind een naam te geven. Het zou dus bij een eenmalige renteverlaging blijven in een conjunctuurcyclus die nog lang niet aan een recessie toe zou zijn. Als deze cyclus inderdaad pas halfweg is, dan zal de Amerikaanse economie in 2029 een expansie van 20 jaar achter de rug hebben. Een hele Amerikaanse generatie zou zonder recessie opgegroeid zijn.De financiële markten vallen niet voor deze praatjes en reageren ontgoocheld dat de Fed geen aanstalten maakt om de beleidsrente de volgende maanden verder te verlagen. Het laatste woord zal zoals altijd aan de economie zijn. Als de economie op koers blijft, zal de Fed op haar handen zitten. Als de conjunctuur toch verder verzwakt, zal de Fed ingrijpen met een soepeler geldbeleid.Niet alleen de Amerikaanse centrale bank moet eieren voor haar geld kiezen. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) kondigde bij monde van afzwaaiend voorzitter Mario Draghi aan dat ze in september opnieuw het monetaire gaspedaal zal induwen. De poging tot langzamer normalisatie van het geldbeleid is in de eurozone voorbij nog voor ze echt begon. Maar het wordt niet vanzelfsprekend de beleidsrente nog verder te verlagen en nog meer overheidsobligaties te kopen. De Europese banken kreunen onder de negatieve rente en de voorraad Duitse obligaties is bijna op. De ECB zal dus inventief te werk moeten gaan. Woorden moeten daarbij helpen. De ECB streeft niet langer naar een inflatie van bijna 2 procent, maar naar een inflatie van gemiddeld 2 procent. Dat betekent dat de ECB niet in een kramp zal schieten als de inflatie de volgende jaren boven 2 procent kampeert. Maar veel indruk maakt die nochtans belangrijke koerswijziging niet op de financiële markten. De rentevoeten op langere termijn blijven dalen. Dat wijst erop dan niemand gelooft dat de westerse centrale banken hun inflatiedoelstellingen nog kunnen waarmaken. De centrale bankiers antwoorden door meer te doen van wat vroeger onvoldoende heeft gewerkt. Dat komt dicht bij de definitie van waanzin. Bovendien worden de schadelijke neveneffecten van dit experimentele expansieve geldbeleid steeds groter. Maar als wij de economie niet ondersteunen, merken de centrale bankiers op, wie dan wel? De economische kwalen van deze tijd kunnen enkel worden aangepakt door een krachtdadig ingrijpen van democratisch verkozen politici, en niet met monetaire hocus pocus. De toenemende vergrijzing, de zwakke economische groei die wortelt in een povere toename van de productiviteit, het toenemende protectionisme en populisme,... De centrale bankiers kunnen dat finaal alleen maar vaststellen en enkel counteren met een beleid dat binnen hun mandaat ligt. Als je alleen een hamer hebt, dan lijkt elk probleem op een spijker. Bovendien, hoe meer de centrale bankiers de politici uit de wind zetten met een soepel geldbeleid, hoe minder die beleidsmakers de nood voelen om in te grijpen, waarop er nog meer van de centrale banken wordt verwacht. Die politieke 'doomloop' is bijlange nog niet doorbroken. De monetaire waanzin kan dus nog veel grotere proporties aannemen.