Ik heb de belangrijkste berichtgeving van de weken voor de eerste lockdown nog eens overlopen. Het accent lag eenzijdig op het vermijden van paniek. Met onze wijsheid achteraf is dat vreemd, zelfs wat lachwekkend. Hadden de beslissers dan het menselijke gedrag bij collectieve crisissen bestudeerd? De vraag stellen is ze beantwoorden. Overloop grote rampen zoals ontploffingen, aardbevingen, overstromingen en oorlogen, en je ziet duidelijke patronen: soms aanvankelijk wat paniek, de mensen vrezen een herhaling, maar na de eerste korte periode is er sprake van vluchten, berusting, actie, wederopbouw. Zelden van paniek.

Je kunt natuurlijk stellen dat de overheidscommunicatie zo doeltreffend was dat ze erin slaagde paniek te vermijden. Dan kun je nog beter veronderstellen dat de antivaxers én Donald Trump over de hele lijn gelijk hadden. De medische experts waren heel geruststellend. Achteraf gezien was dat ook de meest rationele houding. Coronavirussen verliezen aan kracht als het beter weer wordt, de bestrijding van SARS was een succes, de uitbraken van MERS en ebola bleven beperkt tot één regio. Experts zijn nu eenmaal experts van het verleden. Zij beschikken over grote achteruitkijkspiegels en een ferm geheugen. Zolang de weg recht of lichtjes krom is, doen ze het behoorlijk. Maar op terra incognita is het opletten geblazen.

Experts zijn nu eenmaal experts van het verleden.

Dat gevaar wordt nog eens extra versterkt door de ultrasnelle moderne media. Experts van het verleden worden bijna gedwongen voorspellingen te doen. En hoe groter de onzekerheid, hoe urgenter het probleem, hoe meer experts er van stal worden gehaald met zowat de enige vragen die je het best niet aan een expert stelt. Wat zal...? Hoe zal...? Of het om sportpronostieken, weersvoorspellingen of beleggingstips gaat, voor je het weet dwing je de expert buiten zijn vakgebied. Op elk feestje (weet u nog hoe dat voelde?) wordt de beursexpert belaagd: welk aandeel moet ik kopen? Dat is vragen naar een concrete voorspelling, geen vraag naar een analyse, naar het beschrijven van de relevante onzekerheid.

Snel bleek dat op deze terra incognita de wegen wel erg kronkelen. 'Kinderen zijn de motor van de besmetting': waarschijnlijk wel/zeker niet/dan toch/waarschijnlijk niet/we moeten het nog bestuderen/zeker/soms/ niet, toch niet/absoluut wel. Dan helpen reusachtige achteruitkijkspiegels niet veel. Dan moet de voorruit schoon blijven, maar er ligt overal modder op de weg, het bakje met sproeivloeistof is leeg en we hebben zeker geen tijd om even halt te houden langs de kant van de weg. We hebben geen tijd te verliezen, het is crisis, en die moet krachtig worden aangepakt. Nog even op het gaspedaal duwen en dan hevig remmen, toch stilstaan, nee, vooral niet uitstappen, te gevaarlijk.

Academische experts herken je aan hun nederigheid. Ze zullen je snel vertellen: we weten het niet. Na elke studie besluiten ze: er is meer onderzoek nodig. Dat zinnetje dient ook om fondsen te werven, maar voor het grootste deel weerspiegelt het hun grondhouding: alle wetenschappelijke kennis is voorlopig, alleen charlatans weten waar het enige pad ligt, zeker in terra incognita. Toch worden bijvoorbeeld motivatie-experts van stal gehaald die ons vertellen wat we zullen denken, voelen en doen in een situatie die nauwelijks enige parallel vertoont met hun spreekkamer. Zelfs hun achteruitkijkspiegel is bedampt. Zo lees ik vandaag in de krant de troostende woorden van zo'n expert: "Wat goed is aan de beslissingen van het Overlegcomité, is dat er duidelijke signalen gekomen zijn." Niet eens cynisch bedoeld, met een groot warm hart geformuleerd. De afstand tussen expertise en paternalisme is opvallend klein. Gelukkig krijgen we nu sinds het jongste Overlegcomité heldere signalen. Mijn jaarlijkse prijs voor het cynisme gaat per uitzondering eens niet naar een bedrijf.

Ik heb de belangrijkste berichtgeving van de weken voor de eerste lockdown nog eens overlopen. Het accent lag eenzijdig op het vermijden van paniek. Met onze wijsheid achteraf is dat vreemd, zelfs wat lachwekkend. Hadden de beslissers dan het menselijke gedrag bij collectieve crisissen bestudeerd? De vraag stellen is ze beantwoorden. Overloop grote rampen zoals ontploffingen, aardbevingen, overstromingen en oorlogen, en je ziet duidelijke patronen: soms aanvankelijk wat paniek, de mensen vrezen een herhaling, maar na de eerste korte periode is er sprake van vluchten, berusting, actie, wederopbouw. Zelden van paniek. Je kunt natuurlijk stellen dat de overheidscommunicatie zo doeltreffend was dat ze erin slaagde paniek te vermijden. Dan kun je nog beter veronderstellen dat de antivaxers én Donald Trump over de hele lijn gelijk hadden. De medische experts waren heel geruststellend. Achteraf gezien was dat ook de meest rationele houding. Coronavirussen verliezen aan kracht als het beter weer wordt, de bestrijding van SARS was een succes, de uitbraken van MERS en ebola bleven beperkt tot één regio. Experts zijn nu eenmaal experts van het verleden. Zij beschikken over grote achteruitkijkspiegels en een ferm geheugen. Zolang de weg recht of lichtjes krom is, doen ze het behoorlijk. Maar op terra incognita is het opletten geblazen.Dat gevaar wordt nog eens extra versterkt door de ultrasnelle moderne media. Experts van het verleden worden bijna gedwongen voorspellingen te doen. En hoe groter de onzekerheid, hoe urgenter het probleem, hoe meer experts er van stal worden gehaald met zowat de enige vragen die je het best niet aan een expert stelt. Wat zal...? Hoe zal...? Of het om sportpronostieken, weersvoorspellingen of beleggingstips gaat, voor je het weet dwing je de expert buiten zijn vakgebied. Op elk feestje (weet u nog hoe dat voelde?) wordt de beursexpert belaagd: welk aandeel moet ik kopen? Dat is vragen naar een concrete voorspelling, geen vraag naar een analyse, naar het beschrijven van de relevante onzekerheid. Snel bleek dat op deze terra incognita de wegen wel erg kronkelen. 'Kinderen zijn de motor van de besmetting': waarschijnlijk wel/zeker niet/dan toch/waarschijnlijk niet/we moeten het nog bestuderen/zeker/soms/ niet, toch niet/absoluut wel. Dan helpen reusachtige achteruitkijkspiegels niet veel. Dan moet de voorruit schoon blijven, maar er ligt overal modder op de weg, het bakje met sproeivloeistof is leeg en we hebben zeker geen tijd om even halt te houden langs de kant van de weg. We hebben geen tijd te verliezen, het is crisis, en die moet krachtig worden aangepakt. Nog even op het gaspedaal duwen en dan hevig remmen, toch stilstaan, nee, vooral niet uitstappen, te gevaarlijk. Academische experts herken je aan hun nederigheid. Ze zullen je snel vertellen: we weten het niet. Na elke studie besluiten ze: er is meer onderzoek nodig. Dat zinnetje dient ook om fondsen te werven, maar voor het grootste deel weerspiegelt het hun grondhouding: alle wetenschappelijke kennis is voorlopig, alleen charlatans weten waar het enige pad ligt, zeker in terra incognita. Toch worden bijvoorbeeld motivatie-experts van stal gehaald die ons vertellen wat we zullen denken, voelen en doen in een situatie die nauwelijks enige parallel vertoont met hun spreekkamer. Zelfs hun achteruitkijkspiegel is bedampt. Zo lees ik vandaag in de krant de troostende woorden van zo'n expert: "Wat goed is aan de beslissingen van het Overlegcomité, is dat er duidelijke signalen gekomen zijn." Niet eens cynisch bedoeld, met een groot warm hart geformuleerd. De afstand tussen expertise en paternalisme is opvallend klein. Gelukkig krijgen we nu sinds het jongste Overlegcomité heldere signalen. Mijn jaarlijkse prijs voor het cynisme gaat per uitzondering eens niet naar een bedrijf.