De wereldeconomie worstelt om aan de economische schok van covid-19 te ontsnappen. Tijdens het dieptepunt van de pandemie hebben de rijke landen fiscale en monetaire steun verleend op een schaal die voorheen alleen in wereldoorlogen is gezien. Nu stellen de Verenigde Staten voor om de al genereuze steun nog ruim te verdubbelen. Is dat een goede inschatting of buitensporig riskant?
...

De wereldeconomie worstelt om aan de economische schok van covid-19 te ontsnappen. Tijdens het dieptepunt van de pandemie hebben de rijke landen fiscale en monetaire steun verleend op een schaal die voorheen alleen in wereldoorlogen is gezien. Nu stellen de Verenigde Staten voor om de al genereuze steun nog ruim te verdubbelen. Is dat een goede inschatting of buitensporig riskant? De voorstanders van dat plan vinden dat het onder meer de fouten van de regering-Obama in 2009 kan rechtzetten. Zij willen dat dit wordt gezien als een transformerend politiek moment. Maar Harvard-professor Lawrence (Larry) Summers vindt die aanpak de "minst verantwoorde" in veertig jaar. Summers is een invloedrijke econoom en centrumlinkse beleidsmaker in de Verenigde Staten. Hij won in 1993 de John Bates Clark-medaille en was hoofdeconoom bij de Wereldbank, minister van Financiën onder Bill Clinton en hoofd van Barack Obama's Nationale Economische Raad. Hij werd de belangrijkste econoom die pleitte voor minder afhankelijkheid van het monetaire beleid en voor een actiever begrotingsbeleid. Nu bekritiseert Summers zowel de omvang als de richting van het begrotingsbeleid van de regering-Biden. De Democraat vreest dat haar stoutmoedigheid zal leiden tot een oververhitting en een verspilling van middelen. In een gesprek met de Financial Times legt Summers uit waarom de nieuwe aanpak rampzalig kan uitpakken. Hij vindt ook dat er veel te zeggen valt voor een agressievere aanpak, maar het begrotingsbeleid moet nog altijd gebaseerd zijn op de economische realiteit en op prioriteiten. Dat is nu niet het geval, benadrukt hij. LARRY SUMMERS. "Begin dit jaar waren de prognoses dat de lonen van de Amerikaanse gezinnen met 20 tot 30 miljard dollar per maand zouden dalen door de coronacrisis. Dat cijfer zou in de loop van het jaar afnemen. Dat zou dit jaar 250 miljard tot 300 miljard dollar aan loonvermindering betekenen. Ik kijk naar dat gat en zie vervolgens 900 miljard dollar stimuleringsmaatregelen in het pakket van december, 1,9 biljoen dollar in het onlangs goedgekeurde pakket en 2 biljoen dollar aan overgebleven besparingen, die wellicht ook worden uitgegeven. De Fed heeft haar voet op het gaspedaal en gaat harder dan ooit. "Er is een aanzienlijk risico dat de hoeveelheid water die erin wordt gegoten de omvang van de badkuip ruim overschrijdt. Dat kan resulteren in een stijgende inflatie en een oplopende inflatieverwachting, zoals tijdens de oorlog in Vietnam. De Federal Reserve kan daarop reageren met een plotse scherpe verhoging van de rentetarieven. De daarop volgende vertraging van de economie kan evolueren tot een recessie. Het beleid kan uitmonden in een periode van euforische hoogconjunctuur en optimisme, die leiden tot onhoudbare zeepbellen, of het kan allemaal goed uitpakken. Maar dat laatste lijkt me niet waarschijnlijk. Ik ben bang dat het beleid veel te ver gaat. "Je moet de omvang van de stimulans koppelen aan de omvang van het probleem. Nu is dat niet het geval. De stimulans is vijf of zes keer zo groot als in 2009. Toen was een belangrijk argument dat het essentieel was de crisis aan te grijpen om diepgaande structurele dingen te doen. Er kwamen belangrijke investeringen in elektronische medische dossiers, nieuw groen durfkapitaal en onderzoeksmaatregelen, de uitbreiding van breedband en investeringen in infrastructuur. Vandaag is in al die triljoenen dollars geen cent te vinden voor een duurzaam herstel. "Ik had me comfortabel kunnen voelen met een cijfer van meer dan 1,9 biljoen dollar, als het een grootschalig, meerjarig programma van overheidsinvesteringen was geweest dat een antwoord bood op onze diepste maatschappelijke zorgen. Maar het geld gaat naar nationale en lokale overheden die geen nieuw begrotingsprobleem hebben. Werklozen krijgen een hogere uitkering dan het loon dat ze verdienden toen ze nog werkten. Er gaan cheques naar gezinnen in het 90ste percentiel van de inkomensverdeling. Dat is niet verstandig." SUMMERS. "Er zijn twee ongunstige scenario's. Het ene combineert een tijdelijke hoogconjunctuur, een toenemend tekort op de lopende rekening, toenemend protectionisme en een sterke dollar die de schulden van anderen doet oplopen. In het andere scenario kan het gevoel ontstaan dat een land zijn munt lukraak drukt. In combinatie met de aanzienlijke opeenhoping van schulden kan dat ertoe leiden dat de mensen minder geneigd zijn die munt aan te houden. "Ik zie een plausibel scenario voor een heel sterke dollar en voor een heel zwakke dollar. Ik denk dat het daarom mogelijk is dat de krachten zichzelf in evenwicht houden, althans na verloop van tijd. De ervaringen in Latijns-Amerika suggereren natuurlijk dat een roekeloos beleid kan leiden tot een scenario als het uwe, gevolgd door een ineenstorting van de munt." SUMMERS. "Het standpunt dat het slechts om tijdelijke uitgaven gaat, strookt niet met twee andere dingen die de voorstanders graag beweren. Het eerste is dat dit een nieuw tijdperk in het progressieve beleid is, met een andere houding ten opzichte van de overheid en het overheidsbeleid, en dat er een blijvende structurele verbetering is. Dat zou suggereren dat de uitgaven gedurende een heel lange periode worden voortgezet. Het andere argument is dat de gezinnen een deel van het geld dat ze krijgen, zouden sparen. Ook ik denk dat het waarschijnlijk is dat ze de helft van dat geld dit jaar uitgeven, en een kwart volgend jaar en het jaar daarna. Toch moet je je afvragen wat de omvang is van de budgettaire stimulans en het cumulatieve gat over de komende jaren. Het is moeilijk die rekensom te maken." SUMMERS. "Ik pleit al jaren voor meer overheidsinvesteringen. Een groter deel van onze bevolking zal in de toekomst ouder worden, en de relatieve prijs van zaken zoals onderwijs en gezondheidszorg is drastisch gestegen tegenover de prijs van zaken zoals televisietoestellen. Dat betekent dat de publieke sector groter moet zijn om dezelfde kwaliteit te kunnen bieden. Dat zal hogere belastingen vergen. Ik denk dat de regering volkomen gelijk heeft als ze begint bij diegenen die de jongste decennia het meest fortuinlijk zijn geweest. "Ten eerste moet de regering werk maken van een betere belastinghandhaving. Ten tweede zijn er de ongepaste excessen in de belastingverlagingen van de vorige president, Donald Trump. Zelfs het bedrijfsleven had niet gevraagd om een verlaging van de vennootschapsbelasting naar 21 procent. Een serieus programma voor de ernstige hervorming van de vennootschapsbelasting kan in het komende decennium meer dan 1 biljoen dollar opbrengen. Ten derde kan een aantal wijzigingen in verband met de vermogenswinstbelasting 0,5 tot 1 biljoen dollar opleveren. We kunnen de komende tien jaar bijna 4 biljoen dollar binnenhalen met maatregelen die wenselijk zijn voor een rechtvaardiger en gelijkwaardiger belastingstelsel. Daar moet het gesprek over beginnen. "In veel opzichten lijkt de situatie vandaag wat op die van de jaren zestig. Toen hoopte men dat de wetten van de economische rekenkunde konden worden opgeschort en dat het allemaal wel goed zou komen. Dat experiment heeft economisch en politiek niet goed uitgepakt voor president Lyndon Johnson, en ook niet voor de Democratische Partij. Er bestaat een aanzienlijk risico dat nu iets soortgelijks zal gebeuren."