In de saga rond het Europese meerjarenbudget (Multiannual Financial Framework, MFF) heeft de Commissie een nieuw charme-offensief gelanceerd om lidstaten te overtuigen dat het loont hun portefeuille open te trekken voor de Europese Unie. In de discussie rond het EU-budget zijn lidstaten geobsedeerd door wat ze erin steken en wat ze eruit halen: hoeveel dragen ze bij en hoeveel krijgen ze terug via EU-financieringsprogramma's zoals de landbouw-, innovatie- of cohesiefondsen.
...

In de saga rond het Europese meerjarenbudget (Multiannual Financial Framework, MFF) heeft de Commissie een nieuw charme-offensief gelanceerd om lidstaten te overtuigen dat het loont hun portefeuille open te trekken voor de Europese Unie. In de discussie rond het EU-budget zijn lidstaten geobsedeerd door wat ze erin steken en wat ze eruit halen: hoeveel dragen ze bij en hoeveel krijgen ze terug via EU-financieringsprogramma's zoals de landbouw-, innovatie- of cohesiefondsen.Uit die jaarlijkse rekenoefeningen zijn de termen netto-betaler en netto-ontvanger ontsproten en die hebben hardnekkig wortel geschoten in de Europese begrotingsdebatten. Tot grote frustratie van veel Commissie-insiders, die dat netto-denkkader - weliswaar off the record - bullshit noemen.De recentste communicatie van de Commissie is een beleefde poging om dat bullshit-argument kracht bij te zetten. Met die netto-positieberekeningen kijken de lidstaten niet verder dan hun neus lang is en negeren ze een hoop onrechtstreekse (financiële) voordelen van het EU-lidmaatschap, zo stelde Gert Jan Koopman, de directeur-generaal van het Comissiedepartement Budget, deze week in een presentatie.Het belangrijkste genegeerde voordeel is de interne markt. Het bedrag dat de lidstaten bijdragen aan de Europese begroting, valt in het niets tegenover het profijt dat ze halen uit de eengemaakte markt. Zo zal België jaarlijks 4,4 miljard euro bijdragen aan het meerjarenbudget voor 2021-2027. Daarnaast zal ons land naar schatting jaarlijks 56,5 miljard euro inkomsten uit de interne markt halen. Daarbovenop haalt België jaarlijks zo'n 5 miljard euro voordeel uit de aanwezigheid van alle Europese instellingen en organisaties in Brussel, benadrukte Koopman specifiek voor ons land.België haalt zelfs veel meer voordeel uit de interne markt dan gemiddeld. Jaarlijks leggen de 27 lidstaten 130 miljard euro in de EU-pot, goed voor 0,9 procent van het bruto nationaal inkomen (bni), en halen ze 924 miljard euro inkomsten uit de eengemaakte markt, goed voor net geen 6 procent van het Europese bni.Om de Europese meerjarenbegroting nog wat meer in perspectief te plaatsen, zette Koopman ze af tegen de overheidsuitgaven van de lidstaten. De overheidsuitgaven van de lidstaten bedroegen 47 procent van het bni, terwijl ze 1,1 procent van hun bni in de EU-begroting stortten. Per EU-staatsburger betalen de lidstaten jaarlijks 289 euro, of 79 eurocent per dag. Tussen de lijnen van Koopmans boodschap viel dus te lezen: "Waar zeuren jullie eigenlijk over?" De vraag is of dat zal helpen om de onderhandelingen over het budget 2021-2027 tegen het einde van het jaar rond te krijgen.Donderdag kwam de Europese Commissie met haar economische vooruitzichten, waaruit enkel kommafetisjisten nieuws konden halen. De Europese economie zal ook in 2020 en 2021 groeien, maar dan in een lager tempo dan voorspeld was in de laatste vooruitzichten, die dateren van afgelopen zomer. Voor zover je 0,2 procentpunt minder groei (1,4 in plaats van 1,6 procent) relevant kunt noemen. Voorts houdt de Europese arbeidsmarkt stand. Volgens de vooruitzichten zal de werkloosheidsgraad in de EU de komende twee jaar dalen van 6,8 naar 6,5 procent.De Europese economie zal natuurlijk ook hinder ondervinden van de troebele wateren waarin de wereldhandel zich bevindt. De gezinnen en de bedrijven zullen iets minder uitgeven en iets meer sparen, wat de groei van de privéconsumptie zal drukken van 1,4 procent vorig jaar, tot 1,1 procent de komende twee jaar. Men verwacht wel dat bedrijven aanzienlijk minder zullen investeren door die onzekere internationale handelsomgeving.Over het algemeen is de uitkomst van de herfstvooruitzichten gemengd. Vooral de recessie in de Duitse industrie weegt, hoewel de productie in Centraal- en Oost-Europa sterk blijft stijgen. De grote vraag blijft of die recessie zal overwaaien naar de dienstensector. Gezien de handelsspanningen zo'n zware domper zetten op de EU, kan men zich afvragen of het niet nuttig zou zijn als de Unie minder afhankelijk zou zijn van export en meer zou inzetten op de handel van goederen diensten binnen de Unie.De vooruitzichten van de openbare financiën van de eurozone als geheel zien er al bij al goed uit. Ondanks een begrotingstekort van 1 procent van het bbp in 2021 ziet het ernaar uit dat de gezamenlijke overheidsschulden van de muntunieleden zullen dalen van 88 procent van het bbp nu tot 84 procent in 2021. Al zijn er in de eurozone aanzienlijke verschillen. Nederland heeft de laagste overheidsschuld (minder dan 50% van het bbp), terwijl dat in Griekenland 170 procent en in Italië 140 procent is.Zet je die eurozonecijfers evenwel af tegen die van de andere economische machtsblokken, dan komt de eurozone er nog mooi uit. Zo bedragen de begrotingstekorten van de Verenigde Staten en Japan respectievelijk 6,5 en 3 procent, en hun overheidsschulden 105 en 240 procent van het bbp.