Historisch gezien kreeg het internet vorm door de uitbouw en interconnectie van computernetwerken in de Verenigde Staten, waarbij ook een internationale samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werd opgezet.

In het verleden eigenden dictatoriale regimes zich wel vaker nieuwe technologieën toe om illegaal terrein te winnen of aan de macht te komen. Zo voerden ze propaganda via de radio, al meteen van bij de beginperiode 70 jaar geleden.

Sinds het 'WWW' in 1993 een openbaar netwerk werd, heeft zich wereldwijd een revolutie voltrokken, en niemand kan zeggen hoeveel moeilijker het zonder internet geweest zou zijn om de huidige pandemie het hoofd te bieden.

Het internet is het wereldtoneel van een machtsspel tussen twee ideologieën: de vrije economie versus het autoritaire kapitalisme van de natiestaat, met de Verenigde Staten en China als vaandeldragers. Voor Washington gaat het om technologische en bijgevolg politiek-militaire dominantie. Aan de overzijde zien we de groei en veroveringsdrang van de Chinese economie, die naar alle waarschijnlijkheid ook gekoppeld is aan een militaire expansie met het potentieel om het wereldwijde evenwicht te verstoren.

Sommigen vrezen voor een versnippering van de online wereld, de voornaamste informatiebron voor surfers wereldwijd, in verschillende regionale netwerken: een Chinees internet, een Europees internet, en nog een ander in Amerika.

Voor de wereldvrede is het essentieel dat ieders toegang tot informatie gevrijwaard blijft, dankzij een vrij en open internet overal ter wereld, zo leerde ons een donkere bladzijde uit de wereldgeschiedenis.

Verschillende voorbeelden illustreren het moeilijke evenwicht tussen de staatsveiligheid en het internet.

Zo werden Google, YouTube, Facebook, Instagram, Twitter, WhatsApp en de wereldwijde encyclopedie Wikipedia vanuit Peking geblokkeerd. En Washington doet hetzelfde met TikTok, WeChat en andere Chinese applicaties "om de burger te beschermen".

Er is ook het 'Dark Web', een aanlokkelijk oord voor wie een illegale handel in drugs, vuurwapens of gestolen gegevens wil opzetten. Maar het ondergrondse internet speelt ook een maatschappelijke rol, als toevluchtsoord voor klokkenluiders, militanten, journalisten en al wie gevoelige informatie moet delen buiten het officiële circuit om, uit vrees voor politieke vervolging of andere represailles.

Europa moet het voortouw nemen in de strijd tegen internetmisbruik.

End-to-end encryptie garandeert vertrouwelijke communicatie, en beschermt dus ook de vrijheid van meningsuiting. Sterk versleutelde boodschappen via beveiligde systemen vergroten onze veiligheid, en helpen om de sabotage van essentiële diensten zoals elektriciteit, vervoer en de bescherming van onze bankrekening te voorkomen... Talloze landen wereldwijd zouden maar wat graag toegang willen tot de inhoud van deze boodschappen, 'om er terroristische en extremistische inhoud uit te filteren'. Enkel de erkende ordediensten punctueel toegang geven tot versleutelde boodschappen is echter niet mogelijk. Dergelijke "zwakke punten" zouden immers al snel ontdekt worden door hackers en terroristen die het gemunt hebben op onze maatschappij.

Dat Twitter de president van de Verenigde Staten zijn microfoon kan afpakken, vormt voor mij een fundamenteel probleem: dat de alomtegenwoordige sociale media eenzijdig maatregelen nemen onder het mom van de "openbare orde". Inmenging in de vrijheid van meningsuiting zou omkaderd moeten worden door wettelijk vastgelegde grenzen, en niet door wat de directie van een multinational beslist.

De grondrechten van het individu, meer specifiek het recht op informatie en vrije meningsuiting, zijn over de landsgrenzen heen in gevaar. De traditionele bescherming van de fundamentele mensenrechten gaat in Europa al terug tot de 18e eeuw, de eeuw van de Verlichting. Op dat vlak is Europa altijd een referentie geweest, en ook vandaag nog bevordert het actief de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Verschillende wetgevingen overal ter wereld zijn immers geïnspireerd op de Europese wetgevende teksten in dit verband.

Europa moet dan ook het voortouw nemen en lidstaten zoals Frankrijk, Duitsland en Italië overtuigen om de bevordering van een vrij en open internet op de agenda te zetten van de G7 en de G20. Het moet met de Europese lidstaten het actief deelnemen aan de jaarlijkse vergaderingen van het Internet Governance Forum onder leiding van de Verenigde Naties.

Anticiperen op internetmisbruik is niet langer aan de orde. De problemen tekenen zich namelijk nu al af: innovatie wordt belemmerd, volkeren raken verdeeld. Overal ter wereld moeten de alarmbellen afgaan. Want een wereldwijd probleem vraagt om een wereldwijde oplossing.

Historisch gezien kreeg het internet vorm door de uitbouw en interconnectie van computernetwerken in de Verenigde Staten, waarbij ook een internationale samenwerking met het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk werd opgezet. In het verleden eigenden dictatoriale regimes zich wel vaker nieuwe technologieën toe om illegaal terrein te winnen of aan de macht te komen. Zo voerden ze propaganda via de radio, al meteen van bij de beginperiode 70 jaar geleden. Sinds het 'WWW' in 1993 een openbaar netwerk werd, heeft zich wereldwijd een revolutie voltrokken, en niemand kan zeggen hoeveel moeilijker het zonder internet geweest zou zijn om de huidige pandemie het hoofd te bieden.Het internet is het wereldtoneel van een machtsspel tussen twee ideologieën: de vrije economie versus het autoritaire kapitalisme van de natiestaat, met de Verenigde Staten en China als vaandeldragers. Voor Washington gaat het om technologische en bijgevolg politiek-militaire dominantie. Aan de overzijde zien we de groei en veroveringsdrang van de Chinese economie, die naar alle waarschijnlijkheid ook gekoppeld is aan een militaire expansie met het potentieel om het wereldwijde evenwicht te verstoren.Sommigen vrezen voor een versnippering van de online wereld, de voornaamste informatiebron voor surfers wereldwijd, in verschillende regionale netwerken: een Chinees internet, een Europees internet, en nog een ander in Amerika. Voor de wereldvrede is het essentieel dat ieders toegang tot informatie gevrijwaard blijft, dankzij een vrij en open internet overal ter wereld, zo leerde ons een donkere bladzijde uit de wereldgeschiedenis.Verschillende voorbeelden illustreren het moeilijke evenwicht tussen de staatsveiligheid en het internet. Zo werden Google, YouTube, Facebook, Instagram, Twitter, WhatsApp en de wereldwijde encyclopedie Wikipedia vanuit Peking geblokkeerd. En Washington doet hetzelfde met TikTok, WeChat en andere Chinese applicaties "om de burger te beschermen". Er is ook het 'Dark Web', een aanlokkelijk oord voor wie een illegale handel in drugs, vuurwapens of gestolen gegevens wil opzetten. Maar het ondergrondse internet speelt ook een maatschappelijke rol, als toevluchtsoord voor klokkenluiders, militanten, journalisten en al wie gevoelige informatie moet delen buiten het officiële circuit om, uit vrees voor politieke vervolging of andere represailles.End-to-end encryptie garandeert vertrouwelijke communicatie, en beschermt dus ook de vrijheid van meningsuiting. Sterk versleutelde boodschappen via beveiligde systemen vergroten onze veiligheid, en helpen om de sabotage van essentiële diensten zoals elektriciteit, vervoer en de bescherming van onze bankrekening te voorkomen... Talloze landen wereldwijd zouden maar wat graag toegang willen tot de inhoud van deze boodschappen, 'om er terroristische en extremistische inhoud uit te filteren'. Enkel de erkende ordediensten punctueel toegang geven tot versleutelde boodschappen is echter niet mogelijk. Dergelijke "zwakke punten" zouden immers al snel ontdekt worden door hackers en terroristen die het gemunt hebben op onze maatschappij.Dat Twitter de president van de Verenigde Staten zijn microfoon kan afpakken, vormt voor mij een fundamenteel probleem: dat de alomtegenwoordige sociale media eenzijdig maatregelen nemen onder het mom van de "openbare orde". Inmenging in de vrijheid van meningsuiting zou omkaderd moeten worden door wettelijk vastgelegde grenzen, en niet door wat de directie van een multinational beslist.De grondrechten van het individu, meer specifiek het recht op informatie en vrije meningsuiting, zijn over de landsgrenzen heen in gevaar. De traditionele bescherming van de fundamentele mensenrechten gaat in Europa al terug tot de 18e eeuw, de eeuw van de Verlichting. Op dat vlak is Europa altijd een referentie geweest, en ook vandaag nog bevordert het actief de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Verschillende wetgevingen overal ter wereld zijn immers geïnspireerd op de Europese wetgevende teksten in dit verband.Europa moet dan ook het voortouw nemen en lidstaten zoals Frankrijk, Duitsland en Italië overtuigen om de bevordering van een vrij en open internet op de agenda te zetten van de G7 en de G20. Het moet met de Europese lidstaten het actief deelnemen aan de jaarlijkse vergaderingen van het Internet Governance Forum onder leiding van de Verenigde Naties. Anticiperen op internetmisbruik is niet langer aan de orde. De problemen tekenen zich namelijk nu al af: innovatie wordt belemmerd, volkeren raken verdeeld. Overal ter wereld moeten de alarmbellen afgaan. Want een wereldwijd probleem vraagt om een wereldwijde oplossing.