Landen kunnen op drie manieren omgaan met de interneteconomie. Ze kunnen internetbedrijven kweken. Dat hebben de Verenigde Staten schitterend gedaan, met dank aan topondernemers en topimmigratie, risicokapitaal, ecosystemen van innovatie rond universiteiten en het culturele gewicht van de Engelse taal. Of een land kan een digitale controlestaat worden, die de economische vrijheid van consumeren verbindt met de politieke onvrijheid van Big Brother. Dat heeft China met verve gedaan, onder de almachtige leiding van de Communistische Partij. De derde weg is de Europese. Europa is het kleine broertje in het internetondernemerschap, en gelukkig geen dictatuur. Het speelt zijn markt van een half miljard rijke consumenten uit om de - vooral niet-Europese - internetbedrijven te reguleren. De Europese Unie is mondiaal de koploper in privacyregulering en het bewaken van eerlijke concurrentie op het internet. Het eerste levert invloed op, het laatste wat miljardenboetes en veel frustratie in de VS. Wat voor Europa eerlijke concurrentie heet, is voor Amerika protectionisme tegen zijn bedrijfskampioenen.

De spanning tussen Europa en de rest staat op het punt te escaleren. Zowel de Chinese als de Amerikaanse interneteconomie evolueert naar monopolies. In China is dat gewoon het model en een noodzakelijk ingrediënt van de controlestaat. In de VS is dat het gevolg van de toenemende almacht van de internetgiganten, die door hun innovatie, hun netwerk en hun omvang almaar meer markten domineren. Bij het aantreden van de nieuwe Europese Commissie werd de Deense Margrethe Vestager commissaris voor de Concurrentie én voor de Digitale Economie. In de digitale sfeer combineert Europa dus op topniveau het bewaken en het maken van markten. Dat is politieke splijtstof, thans vertaald in een nieuwe Europese agenda om de grootste - Amerikaanse - internetbedrijven te dwingen hun data te delen met kleinere - Europese - internetbedrijven. Donald Trump staat al te briesen.

Europa heeft de VS nodig.

De Europese Unie wordt in snelheid gepakt door de vermenging van de digitale economie met de nationale veiligheid. We missen het politieke gewicht om een echt Europees antwoord te kunnen formuleren op de geopolitieke dimensie van het internet. De VS recupereren die dimensie voor een historische concurrentiestrijd met China. Het is verbieden, blokkeren en schikken, leren ons de dossiers van Huawei en TikTok. Europa staat erbij en kan alleen beslissen in welk kamp het wil staan. Als Europa niet oplet, zal het zijn feitelijke leiderschap in internetregulering verliezen. Dat leiderschap is onhoudbaar als het een grootschalig handelsconflict met de VS ontketent. Dat leiderschap is onmogelijk wanneer internetregulering een zaak van geostrategie wordt in plaats van markten. Europa kan zich geen permanente handelsoorlog met de VS veroorloven. Europa kan noch China, noch Amerika geopolitiek verslaan.

In plaats van nieuwe regels op te leggen, zou Europa met de VS in dialoog moeten gaan, om tot een gemeenschappelijke internetstrategie te komen. Die moet op rusten op vier pijlers: de markten, belastingen, veiligheid en democratie. Europa en de VS hebben objectief hetzelfde maatschappelijke belang. Een robuuste markteconomie die innoveren beloont, een faire fiscaliteit voor virtuele multinationals, een cyberveilige samenleving en een democratie die niet door het internet wordt gekaapt.

Met of zonder Donald Trump zullen de VS Europa nodig hebben in hun strijd tegen China en voor een veilige digitale wereld. Alleen als we beseffen dat de digitale economie veel meer is dan alleen economie, als we economie en strategie politiek combineren, kan Europa het nieuwe tijdperk van het internet mee vormgeven. Het zal met de VS zijn, of het zal niet zijn.

Landen kunnen op drie manieren omgaan met de interneteconomie. Ze kunnen internetbedrijven kweken. Dat hebben de Verenigde Staten schitterend gedaan, met dank aan topondernemers en topimmigratie, risicokapitaal, ecosystemen van innovatie rond universiteiten en het culturele gewicht van de Engelse taal. Of een land kan een digitale controlestaat worden, die de economische vrijheid van consumeren verbindt met de politieke onvrijheid van Big Brother. Dat heeft China met verve gedaan, onder de almachtige leiding van de Communistische Partij. De derde weg is de Europese. Europa is het kleine broertje in het internetondernemerschap, en gelukkig geen dictatuur. Het speelt zijn markt van een half miljard rijke consumenten uit om de - vooral niet-Europese - internetbedrijven te reguleren. De Europese Unie is mondiaal de koploper in privacyregulering en het bewaken van eerlijke concurrentie op het internet. Het eerste levert invloed op, het laatste wat miljardenboetes en veel frustratie in de VS. Wat voor Europa eerlijke concurrentie heet, is voor Amerika protectionisme tegen zijn bedrijfskampioenen. De spanning tussen Europa en de rest staat op het punt te escaleren. Zowel de Chinese als de Amerikaanse interneteconomie evolueert naar monopolies. In China is dat gewoon het model en een noodzakelijk ingrediënt van de controlestaat. In de VS is dat het gevolg van de toenemende almacht van de internetgiganten, die door hun innovatie, hun netwerk en hun omvang almaar meer markten domineren. Bij het aantreden van de nieuwe Europese Commissie werd de Deense Margrethe Vestager commissaris voor de Concurrentie én voor de Digitale Economie. In de digitale sfeer combineert Europa dus op topniveau het bewaken en het maken van markten. Dat is politieke splijtstof, thans vertaald in een nieuwe Europese agenda om de grootste - Amerikaanse - internetbedrijven te dwingen hun data te delen met kleinere - Europese - internetbedrijven. Donald Trump staat al te briesen. De Europese Unie wordt in snelheid gepakt door de vermenging van de digitale economie met de nationale veiligheid. We missen het politieke gewicht om een echt Europees antwoord te kunnen formuleren op de geopolitieke dimensie van het internet. De VS recupereren die dimensie voor een historische concurrentiestrijd met China. Het is verbieden, blokkeren en schikken, leren ons de dossiers van Huawei en TikTok. Europa staat erbij en kan alleen beslissen in welk kamp het wil staan. Als Europa niet oplet, zal het zijn feitelijke leiderschap in internetregulering verliezen. Dat leiderschap is onhoudbaar als het een grootschalig handelsconflict met de VS ontketent. Dat leiderschap is onmogelijk wanneer internetregulering een zaak van geostrategie wordt in plaats van markten. Europa kan zich geen permanente handelsoorlog met de VS veroorloven. Europa kan noch China, noch Amerika geopolitiek verslaan. In plaats van nieuwe regels op te leggen, zou Europa met de VS in dialoog moeten gaan, om tot een gemeenschappelijke internetstrategie te komen. Die moet op rusten op vier pijlers: de markten, belastingen, veiligheid en democratie. Europa en de VS hebben objectief hetzelfde maatschappelijke belang. Een robuuste markteconomie die innoveren beloont, een faire fiscaliteit voor virtuele multinationals, een cyberveilige samenleving en een democratie die niet door het internet wordt gekaapt. Met of zonder Donald Trump zullen de VS Europa nodig hebben in hun strijd tegen China en voor een veilige digitale wereld. Alleen als we beseffen dat de digitale economie veel meer is dan alleen economie, als we economie en strategie politiek combineren, kan Europa het nieuwe tijdperk van het internet mee vormgeven. Het zal met de VS zijn, of het zal niet zijn.