De fairness tax werd in het leven geroepen om vennootschappen te belasten die dividenden uitkeren, maar niet of nauwelijks belastingen betalen als gevolg van de notionele intrestaftrek en overgedragen verliezen. Het zijn hoofdzakelijk grote Belgische bedrijven en multinationals die onder het toepassingsgebied vallen.

Volgens het Europees Hof van Justitie druist de belasting echter "gedeeltelijk" in tegen de moeder-dochterrichtlijn. Probleem is met name dat "de 5%-regel in verband met dubbele belasting kan worden overschreden", luidt het.

In een niet-bindend advies had advocaat-generaal Juliane Kokott in november al gewaarschuwd dat de fairness tax in strijd is met de moeder-dochterrichtlijn. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) sprak toen meteen van "een lijk uit het verleden dat uit de kast valt" en waarschuwde dat de budgettaire gevolgen groot kunnen zijn.

En buitenlandse vennootschapppen?

"Het kan niet zijn dat Van Overtveldt zou profiteren van een technische opmerking van de advocaat-generaal om multinationals een fiscaal cadeau te doen"

De PS van Elio Di Rupo zag dat echter helemaal anders. "Het kan niet zijn dat Johan Van Overtveldt zou profiteren van een technische opmerking van de advocaat-generaal om multinationals een fiscaal cadeau te doen", reageerden de Franstalige socialisten, die prompt een reparatiewet aankondigden. Ook sp.a-Kamerlid Peter Vanvelthoven zei in november al dat een kleine aanpassing zou volstaan om de minimumbelasting voor multinationals te vrijwaren.

Over de vraag of de taks buitenlandse vennootschappen benadeelt ten opzichte van Belgische, spreekt het Europees Hof van Justitie zich niet uit. Volgens de rechters in Luxemburg is het aan het Belgisch Grondwettelijk Hof om dat na te gaan.

Blijkt dit het geval, dan wordt de vrijheid van vestiging belemmerd. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, aangezien een dergelijke belemmering gerechtvaardigd kan zijn. De redenen die de regering-Di Rupo aanvoerde - namelijk een evenwichtige verdeling van de belastingbevoegdheden van de lidstaten en het tegengaan van misbruiken - zijn volgens het Europees Hof bovendien "legitiem". Maar: "de wetgeving zelf lijkt het Hof echter niet geschikt om die doelstellingen te bereiken".