De westerse economie krabbelt onverwachts snel overeind van de klap die covid-19 uitdeelde. Tegen eind dit jaar moet onze welvaart opnieuw het pre-coronaniveau bereiken, met dank aan de vaccinatiecampagne en de duizenden miljarden die de overheden en de centrale banken naar de crisis gooien. Het verschil met de financiële crisis van 2008-2009 is groot, want die klap veroordeelde het Westen tot jarenlang aanmodderen.
...

De westerse economie krabbelt onverwachts snel overeind van de klap die covid-19 uitdeelde. Tegen eind dit jaar moet onze welvaart opnieuw het pre-coronaniveau bereiken, met dank aan de vaccinatiecampagne en de duizenden miljarden die de overheden en de centrale banken naar de crisis gooien. Het verschil met de financiële crisis van 2008-2009 is groot, want die klap veroordeelde het Westen tot jarenlang aanmodderen. ERIK BUYST. "De mensen hebben tijdens de coronacrisis massaal gespaard, en dat geld wordt nu uitgegeven. Dat fenomeen hebben we onderschat. Na de Eerste Wereldoorlog hebben we een soortgelijk fenomeen gezien. 1919 en 1920 waren uitstekende jaren dankzij een uitgavenbonanza, maar 1921 was een depressiejaar omdat de consumptie terugviel. En ook in 1919 en 1920 kampten we, net zoals vandaag, met een inflatieopstoot door aanbodproblemen, uiteraard van een nog veel grotere orde dan nu. De hogere inflatie brak de koopkracht, waardoor het krachtige hersteld gevolgd werd door een zware inzinking." KOEN DE LEUS. "De inhaalvraag dooft inderdaad relatief snel uit. Maar het grote verschil met de periode 2008-2010 is dat de economie nu geniet van de dubbele stimulans van een expansief begrotingsbeleid én een expansief monetair beleid, zonder dat de fout gemaakt wordt die stimuli snel af te bouwen. Bovendien laat deze crisis veel minder littekens na dan de financiële crisis. De werkgelegenheid kreeg geen grote klap. De overheidsschulden zijn flink opgelopen, maar deze keer is er geen kwalijke schuldencrisis bij de banken of de gezinnen. En de bedrijfsinvesteringen staan nu al opnieuw op het niveau van voor de crisis. Bedrijven moeten investeren om mee te zijn met de digitalisering. Ook de kmo's doen deze keer mee. Dat kan de volgende jaren de productiviteit hoger helpen." BUYST. "Ik ben iets pessimistischer over de littekens. De Belgische productiestructuur is slecht geplaatst om munt te slaan uit de digitale transformatie. Wij produceren amper hard- en software. Wij hebben geen ASML (de succesvolle Nederlandse producent van chipmachines, nvdr). Dat steekt al twee decennia mijn ogen uit. Ja, we hebben het wereldvermaarde onderzoekscentrum imec. Maar wij subsidiëren de innovatie die de Nederlanders verkopen. Dat is een pijnlijk verhaal. De digitalisering maakt ook verliezers. Denk aan de kleinhandel, die heel wat omzet en winsten naar grote, vaak buitenlandse e-commercebedrijven ziet vloeien. "Ook het protectionisme blijft opborrelen. Met Joe Biden als Amerikaans president wordt het sympathieker, maar niet anders. De Europese Green Deal houdt ook in dat we klimaatonvriendelijke producten buitenhouden. Dat klinkt mooi, maar onze handelspartners zullen daar niet mee lachen. We staan aan het begin van een protectionistische golf. De coronacrisis kan ook politieke gevolgen hebben. Na de Spaanse griep hebben we gezien dat de regio's die het zwaarst getroffen werden, politiek het meest geradicaliseerd zijn. In 1920-1921 wonnen de Italiaanse fascisten vooral steun in de streken die zwaar getroffen waren door de Spaanse griep. Zo'n politieke weerslag kunnen we opnieuw verwachten, als mensen teleurgesteld zijn in de aanpak van de overheid. Dan wordt de verleiding groot om voor extreme partijen te stemmen. We zouden bij de verkiezingen in 2024 wel eens verrassende uitslagen kunnen zien. Daar houd ik mijn hart voor vast." BUYST. "We mogen hopen op productiviteitswinsten, maar het vraagt heel veel tijd vooraleer technologische vernieuwing zich vertaalt in een hogere economische groei. In de jaren twintig ging de technologische doorbraak gepaard met de ontwikkeling van nieuwe consumptiegoederen, zoals de radio, de stofzuiger en de wasmachine. Dat mis ik vandaag. Wat zijn de grote nieuwe consumptieartikelen? De smartphone was het laatste nieuwe hebbeding. Zonder nieuwe producten is het moeilijk de groei hoog te houden, want dan moet je het vooral hebben van een vervangingsvraag." DE LEUS. "Productiviteitsstijgingen voorspellen is als het weer voorspellen. Economen zijn daar nooit goed in geweest. Toch geloof ik dat we de volgende tien tot vijftien jaar mogen rekenen op een snellere stijging van de productiviteit. Reken op 1 à 1,5 procent per jaar in plaats van de 0,5 procent in het voorbije decennium. Dat kan de basis leggen voor een economische groei van iets meer dan 1,5 procent per jaar. Zo'n groei, gekoppeld aan een inflatie van 2 à 3 procent, zou het ook mogelijk maken de overheidsschulden af te bouwen." BUYST. "De mededingingsautoriteiten moeten meer tanden krijgen. Ik geloof in het opsplitsen van ondernemingen. Dat is het enige wat we kunnen doen om de concurrentie te herstellen. Wat China de voorbije weken heeft gedaan, maakt het voor ons gemakkelijk om in te grijpen. De Chinezen tonen ons de weg naar een gezond kapitalisme. Zonder veel scrupules zetten ze de bijl erin. Voor één keer volg ik China daarin. Je hebt een krachtige overheid nodig die ervoor zorgt dat een gezond kapitalisme overleeft. De jungle mag niet worden gedomineerd door enkele roofdieren die alles opeten. Nee, er moet concurrentie zijn, en alleen de overheid kan die garanderen. Ik vind dat je ook banken moet kunnen splitsen." DE LEUS. "Voor mij mag je de banken opsplitsen, maar begin in de Verenigde Staten. In Europa is het probleem eerder dat er geen grensoverschrijdende banken gemaakt worden, waardoor een deel van de productiviteitswinsten in de kiem gesmoord worden. Europa heeft dringend een eengemaakte dienstenmarkt nodig." BUYST. "Ja, tijdens de financiële crisis is het paradigma van de perfecte vrije markt aan diggelen geslagen. Nu faalt de markt een tweede keer in de vorm van zware toeleveringsproblemen. De overheid komt met de grote trom iedereen redden. Ik sta daar ook in grote lijnen achter, maar je moet nadien ook de moed hebben om die interventie af te bouwen. Dat wordt moeilijk. De Belgische schuldenberg is alarmerend omdat we de politici lui hebben gemaakt. De politici hebben het voorbije anderhalf jaar ongebreideld geld kunnen en moeten uitgeven, maar het is veel gemakkelijker de discipline los te laten dan ze weer in te voeren. Ik vrees dat we opnieuw met een grotere overheid zullen eindigen, met nog minder marktwerking en nog meer rigiditeit in de economie. Maar als we in Europa iets nodig hebben, dan is het meer marktwerking, zeker in de dienstensector. België is een van de toppers inzake regulering van de dienstensector. "De aanbodzijde wordt zwaar verwaarloosd. Iedereen spreekt over stimulus langs hier en Green Deal langs daar, maar de aanbodzijde kan niet volgen. Dat zou tijdelijk zijn, wordt gezegd. Maar onze arbeidsmarkt kampt met grote tekorten. Straks gaat de grote naoorlogse cohorte van babyboomers met pensioen en gaan er meer vrouwen met pensioen. Je kunt de economie zoveel stimuleren als je wilt, de werkloosheid zal in Vlaanderen amper nog dalen. Hét grote probleem van dit decennium is het tekort aan geschoolde arbeidskrachten. Dat tekort los je niet op met een vraagbeleid. Daarvoor heb je een goed oud aanbodbeleid nodig. Er is een enorme investering in menselijk kapitaal nodig, maar ook dat zie ik veel te weinig. Dankzij onze sterke sociale zekerheid hoeven heel wat mensen zich niet te herscholen. Of ze willen het niet, omdat het inkomensverschil tussen werken en niet werken te klein is." DE LEUS. "De sociale zekerheid is een vangnet, terwijl ze eigenlijk een trampoline moet zijn. De veerkracht is stuk, zeker in het zuiden van het land. De vergrijzing zal het tekort aan geschoold personeel nog verscherpen. Een deel van de oplossing kan komen van robotisering." BUYST. "We hebben nu een consumptieboom dankzij de ondersteuning van de inkomens. Dat zorgt niet voor blijvende economische groei. Je moet investeren in fysieke en digitale infrastructuur. Sorry, maar België zit weer achteraan in het peloton. Het is altijd hetzelfde in België. Als we de consumptie kunnen steunen, zijn we er als de kippen bij. Als we moeten investeren, aarzelen we omdat het rendement voorbij de volgende verkiezingen ligt." DE LEUS. "In de Verenigde Staten heeft de overheid met een groter overheidstekort de ontbrekende vraag van de consument ingevuld na de financiële crisis. Dat zorgde voor een hogere groei en een hogere evenwichtsrente. Als we inderdaad kampen met een vraagdeficit en als de overheid de volgende jaren zwaar moet investeren in infrastructuur en de klimaattransitie, dan weet je dat de overheidsschulden blijven stijgen. Op korte termijn is dat perfect draagbaar, maar op lange termijn worden de overheidsfinanciën gevoeliger voor tegenslagen. Toch denk ik dat Europa klaar is om de lopende overheidsuitgaven af te bouwen, ten gunste van meer overheidsinvesteringen. Dan krijg je natuurlijk de discussie van wat investeringen zijn. Is een verhoging van de lonen van het zorgpersoneel of in het onderwijs een investering?" BUYST. "Om de Belgische overheidsfinanciën op de rails te houden, geloof ik sterk in een uitgavennorm. Geef als overheid bijvoorbeeld maximaal 50 procent van het bruto binnenlands product uit, en van die 50 procent moet 3 procentpunt gaan naar investeringen, met een streng toezicht door karaktergestoorde mensen die voor niemand terugdeinzen. Geboren slechte karakters. Ik ben kandidaat" ( lacht). DE LEUS. "De OESO stelt dat de wereld tot 2050 elk jaar ruim 6400 miljard dollar moet investeren in de klimaattransitie. Dat zal de groei een duwtje in de rug geven, goed voor 0,1 procent per jaar. Samen met de vermeden klimaatschade geeft dat een totale impuls van 0,15 procent per jaar. Dat is bescheiden, maar het is wel een welkome boost voor de economie." BUYST. "Onze Belgische productiecapaciteit is niet klaar om te profiteren van de grotere vraag naar isolatie of batterijmaterialen. Als we een nieuwe fabriek willen bouwen, duurt het tien jaar door het trage proces van vergunningen. Als we de transitie ernstig nemen, moeten we er ook voor zorgen dat onze aanbodkant zich snel kan aanpassen, of we gaan alles moeten importeren. De klimaattransitie is geweldig, maar waarom hebben we ons economische huiswerk niet gemaakt? Hoeveel arbeidskrachten hebben we nodig? Hoeveel grondstoffen hebben we nodig? Hebben we de vereiste productiecapaciteit? Het klimaatdebat is helaas gepolitiseerd. De zaak eens goed doorrekenen is tegenwoordig vloeken in de kerk." BUYST. "De inflatieopstoot is toch meer dan tijdelijk. De aanvoerketens zijn te zwaar ontwricht. Houd ook rekening met meer protectionisme. Dat kost geld. De economie vergroenen? Prima, maar dat kost ook geld. Tel daarbij een expansief budgettair en monetair beleid. Alle pijlen wijzen naar een hogere inflatie. En dan zeggen dat die inflatie tijdelijk is? Dat geloof ik niet. En zodra de inflatie aantrekt, is het moeilijk die onder controle te houden. Ik denk dat de centrale bankiers nog gaan schrikken van de gevolgen van hun beleid." DE LEUS. "Na de huidige opstoot zitten we ook op lange termijn gebeiteld voor een hogere inflatie, van 3 procent of meer in de Verenigde Staten en tussen 2 en 3 procent in Europa. Op zich is dat ook geen slechte zaak, gezien de hoge schulden. Een combinatie van een portie inflatie, centrale banken die de rente laag houden en een scheut economische groei kan de schuldgraad aftoppen. Op die manier is de schuldgraad na de Tweede Wereldoorlog fors gedaald." BUYST. "Prijsstabiliteit is ook een kwestie van vertrouwen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de eerste jaren het strenge Duitse model gevolgd, maar Mario Draghi heeft van de ECB een Zuid-Europese centrale bank gemaakt. Die bank zal het vertrouwen van de mensen geleidelijk verliezen. Als de inflatieverwachtingen stijgen, heb je alle ingrediënten voor meer inflatie." DE LEUS. "Inflatie is een groter risico als de overheden geld blijven uitgeven en blijven investeren. Staan ze op de rem, dan belanden we opnieuw in het scenario van een trage groei en lage inflatie. De centrale banken hebben ook de instrumenten om de inflatie de kop in te drukken, ook al gaat dat pijn doen." DE LEUS. "De politiek heeft het laatste woord. Er zijn de voorbije jaren al speldenprikken uitgedeeld aan de onafhankelijkheid van de centrale banken. De ongelijkheid blijft heel groot en de politieke radicalisering is toegenomen. De politici gaan zich niet wagen aan een besparingspolitiek en zullen vasthouden aan een bestedingsbeleid. Dat maakt het inflatiescenario waarschijnlijker." BUYST. "De politici hebben een lastige job. Er is de pensioenfactuur, er is de klimaattransitie, er is het hypergevoelige electoraat dat snel van partij wisselt. Voor politici is laten betijen de gemakkelijkste keuze. Ik vrees dat we eerder evolueren naar de stagflatie (de combinatie van hogere inflatie en een economische stagnatie, nvdr) van de jaren zeventig dan naar de voorspoed van de roaring twenties. In de jaren zeventig lieten de politici de budgettaire en monetaire remmen ook los, uit schrik voor een herhaling van het studentenprotest van 1968 en de sterke positie van de vakbonden." BUYST. "Voor België wordt het moeilijk, gezien onze hoge schuldratio en onze hoge pensioenfactuur. De communautaire tegenstellingen zullen scherper worden en de financiële markten nerveuzer." DE LEUS. "Gelukkig zitten we in Europa niet alleen in dat schuitje. Het Europese beleid zal afgestemd blijven op de grootste gemene deler. De vraag is of de Europese Unie het zal overleven. Als de Europese Unie valt, vallen ook de zwakkere landen, waaronder België, als dominostenen. Als de politieke wil er is om het Europese project in stand te houden, dan zal de rente laag blijven en kunnen we voortboeren." BUYST. "We zien de breuklijnen in Europa toch breder worden. Ik sluit niet uit dat sommige lidstaten eruit stappen. Dat zou een ramp zijn voor Europa en een ramp voor België. Dan zou dit land ook gesplitst worden. Maar niets is onvermijdelijk. Stel dat de politici hun huiswerk maken en dat we de volgende jaren van hogere productiviteitswinsten kunnen genieten, dan kan er een mooie toekomst worden gebouwd. Ik vrees echter dat de moed ontbreekt om dat beleid te voeren. Je moet de burger pijn durven doen. Een echte staatsman moet bereid zijn de volgende verkiezingen te verliezen."