Afgelopen vrijdag, een werkdag als een andere. Op de Oude Kwaremont persen de renners zich tijdens de E3 Harelbeke door dichte drommen toeschouwers. "Moeten de Belgen niet werken, als het koers is?" vraagt co-commentator José De Cauwer zich af op televisie.
...

Afgelopen vrijdag, een werkdag als een andere. Op de Oude Kwaremont persen de renners zich tijdens de E3 Harelbeke door dichte drommen toeschouwers. "Moeten de Belgen niet werken, als het koers is?" vraagt co-commentator José De Cauwer zich af op televisie. De observatie van De Cauwer bewijst niets, maar hij legt onbewust de vinger op een oude wonde van de Belgische economie: er zijn in dit land nog altijd veel te weinig mensen aan de slag, zeker in vergelijking met de buurlanden. Van de Belgen op arbeidsleeftijd zijn er 2,7 miljoen niet aan het werk. Dat is meer dan één op de drie. Het dringt nog altijd onvoldoende door dat we met die cijfers de vergrijzing niet betalen. Ze zijn ook onthutsend omdat de bedrijven schreeuwen om personeel om hun vacatures in te vullen. Het front vraagt soldaten, maar het immense reserveleger raakt nauwelijks gemobiliseerd. Veel mensen hebben goede redenen om niet te werken. Studenten studeren bijvoorbeeld, maar er zijn te veel jongeren die hun broek verslijten op de schoolbanken, terwijl ze zich via duaal leren veel beter zouden kunnen voorbereiden op de arbeidsmarkt. Een andere groep zijn de langdurig zieken. Zij worden niet op het appel verwacht, maar sinds de regering de mogelijkheden op vervroegd pensioen afbouwt, stijgt het aantal mensen in de arbeidsongeschiktheid. Zo zijn er verschillende groepen, elk met hun eigen redenen, die het totaal aandikken tot 2,7 miljoen. Ook de regionale verschillen zijn hardnekkig. Vooral in Brussel en Wallonië blijft de werkgelegenheidsgraad ontluisterend laag. Wie geeft Jan De Nul ongelijk? De topman van het gelijknamige baggerbedrijf zette in 2013 de uitreiking van de Trends HR Award op stelten met een ongezouten betoog. Een citaat van toen: "Van de 11 miljoen Belgen hebben er 6,1 miljoen de leeftijd om te werken. Wel, er werken er 3,1 miljoen. Er is gewoon geen goesting om te werken. Omdat het zonder werken ook kan. We hebben zo veel systemen opgebouwd om betaald te worden zonder te werken. Maar we mogen niet vergeten dat die 3,1 miljoen mensen die wel werken, de 8 miljoen anderen die niet werken, moeten onderhouden." Vijf jaar later zijn de verhoudingen in positieve zin gekanteld. Geholpen door de goede conjunctuur produceert de Belgische economie banen aan de lopende band. De groei is arbeidsintensiever geworden. Het beleid van de vorige jaren - met zijn loonmatiging, indexsprong, taxshift en lastenverlagingen - werpt dus vruchten af. De toegang tot vervroegd pensioen wordt afgebouwd en de pensioenleeftijd wordt opgetrokken. Het aantal niet-werkenden is gedaald van 3,1 miljoen naar 2,7 miljoen. Maar het werk is nog niet af. "We hadden meer ex-werknemers van Ford Genk verwacht", zei Willem van der Leegte, de CEO van VDL Nedcar, vorige week in Trends. "Het verdriet van de Belgische arbeidsmarkt in één citaat", reageerde arbeidsmarktspecialist Jan Denys op Twitter. De recente vooruitgang is ook geen verworven recht. Wat op maandag wordt opgebouwd, dreigt tegen vrijdag half afgebroken te zijn, leert de discussie over de zware beroepen.Maar is het niet fantastisch dat half Vlaanderen op een vrijdagnamiddag de koers kan volgen? Je kunt het zelfs vooruitgang noemen. We zijn de voorbije decennia steeds productiever geworden, en we hebben evoor gekozen een deel van die productiviteitswinst om te zetten in vrije tijd in plaats van in extra inkomen. Maar die keuze staat onder zware druk. Door de armtierige stijging van de productiviteit valt er nauwelijks meer te verdelen, terwijl door de vergrijzing veel meer verdeeld moet worden. De kans op een productiviteitsmirakel blijft klein, dus zullen er nog veel meer Belgen weer de weg naar de arbeidsmarkt moeten vinden. De E3-Prijs kan nog altijd op zaterdag worden gereden.