Dat onze energievoorziening groener moet worden, staat voor de Vlaamse regering vast. Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) waarschuwde vorig jaar nog dat we tegen 2020 nog duizend windmolens bij moeten plaatsen.
...

Dat onze energievoorziening groener moet worden, staat voor de Vlaamse regering vast. Minister-president Geert Bourgeois (N-VA) waarschuwde vorig jaar nog dat we tegen 2020 nog duizend windmolens bij moeten plaatsen. Maar de maatregelen om verdere stappen in die richting te nemen, vallen bleek uit. De Europese doelstellingen - 13 procent hernieuwbare energie tegen 2020 - gaan overboord. Indien nodig mag de volgende regering groene energie in het buitenland kopen, en anders Europese boetes betalen. Wellicht komen er vanaf 2018 subsidies voor kleine windmolens, en voor batterijen die groene energie kunnen opslaan. Voor het overige rekent de Vlaamse minister van Energie Bart Tommelein vooral op uw goede wil om massaal te investeren in hernieuwbare energie. Nochtans was de invoering van de prosumententaks voor zonnepanelenbezitters weinig bevorderlijk voor het vertrouwen in de standvastigheid van de overheid. Ook om de putten uit het verleden te delgen, wordt gekozen voor gemakkelijkheidsoplossingen. Er komt 7 miljoen euro uit de Vlaamse begroting om de historische schuld weg te werken. Een belangrijk stuk van de factuur schuift hij door naar de bedrijven, die te horen krijgen dat ze "meer inspanningen moeten doen". Wat we zelf doen, doen we beter, luidde het adagium van een vorige Vlaamse regering ooit. De Septemberverklaring heeft echter vooral de typische kenmerken van het Belgisch compromis. Er is vooral gezorgd dat niemand gezichtsverlies hoeft te lijden, van echt beleid is amper sprake. Nochtans weet iedereen dat de groene-energietransitie geld zal kosten, en behoefte heeft aan goed onderbouwde maatregelen, net om ontsporingen zoals het zonnepanelendebacle te vermijden. Van een Vlaamse overheid mag meer worden verwacht dan enkel wat mooi klinkend voluntarisme.