De verlanglijstjes zijn ingediend, het vertrouwen is opgelapt, op de achtergrond klinkt de kumbaya. Premier Michel krijgt deze zomer een kans een laatste keer de sociaaleconomische bakens te verzetten. In 2018 werpen de gemeenteraadsverkiezingen hun schaduw vooruit en in 2019 dreigen de federale verkiezingen, zoals in Nederland, een totale versnippering van de politieke machtsverhoudingen te baren. Of het moet zijn dat een regering-Michel II kan worden gevormd. Dat kan als de conjunctuur het houdt, en als ten zuiden van de taalgrens de PS-kiezer niet alleen naar links maar ook naar rechts wegvlucht.
...

De verlanglijstjes zijn ingediend, het vertrouwen is opgelapt, op de achtergrond klinkt de kumbaya. Premier Michel krijgt deze zomer een kans een laatste keer de sociaaleconomische bakens te verzetten. In 2018 werpen de gemeenteraadsverkiezingen hun schaduw vooruit en in 2019 dreigen de federale verkiezingen, zoals in Nederland, een totale versnippering van de politieke machtsverhoudingen te baren. Of het moet zijn dat een regering-Michel II kan worden gevormd. Dat kan als de conjunctuur het houdt, en als ten zuiden van de taalgrens de PS-kiezer niet alleen naar links maar ook naar rechts wegvlucht. Charles Michel weet wat gedaan. Een eerste prioriteit is de hervorming van de vennootschapsbelasting. De combinatie van het hoge nominale tarief en de schier eindeloze plejade aan aftrekmogelijkheden prijst ons internationaal uit de markt, botst op Europese veto's en voedt een gevoel van onrechtvaardigheid. Een lager nominaal tarief gekoppeld aan een bredere belastbare basis is het beste uitgangspunt. Dat mag zelfs wat kosten aan de schatkist, want de voorbije jaren is het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting vrij geruisloos maar wel gestaag gestegen. Daarnaast voorspelt de Nationale Bank dat de ondernemingen in de periode 2017-2019 inleveren op hun winstmarges doordat ze de stijgende loonkosten niet volledig doorrekenen in hun prijzen. Voor die ondersteuning van de koopkracht verdienen de ondernemers goodwill bij de regering. Gelukkig lijkt een meerwaardebelasting of een andere extra vermogenswinstbelasting niet meer op tafel te liggen. CD&V beseft dat het die strijd niet kan winnen. Als de partij toch een meerwaardebelasting wil, moet ze daarmee naar de kiezer trekken in 2019, in een strategie om de sp.a kaal te plukken. Een tweede prioriteit is het bewaken van de concurrentiekracht van de bedrijven. De regering-Michel heeft via de indexsprong, de loonmatiging en de taxshift een stevige stap in de goede richting gezet, geholpen door de verzwakking van de euro. In de periode 2014-2016 groeide onze export sneller dan onze uitvoermarkten. Belgische ondernemingen wonnen dus marktaandeel, wat een positieve kentering is tegenover de voorgaande jaren. Maar de regering moet uitkijken dat de versterking van de concurrentiekracht niet opnieuw een processie van Echternach wordt. We rusten te snel op onze lauweren. De Nationale Bank verwacht dat de marktaandelen in de periode 2017-2019 opnieuw achteruitgaan. Ook de loonkosten zitten vanaf dit jaar opnieuw in de lift, waardoor we onze loonhandicap met de handelspartners niet verder afbouwen. Vergeet ook niet dat de Franse president Emmanuel Macron een stevig mandaat kreeg om de Franse arbeidsmarkt te moderniseren en het overheidsapparaat te ontvetten. Als hij enigszins slaagt in zijn missie, wordt Frankrijk een fameuze concurrent. In eigen land neemt het risico op loondrift neemt snel toe, nu bedrijven opnieuw worden geconfronteerd met acute schaarste op de arbeidsmarkt. Die olievlek verspreidt zich vanuit West-Vlaanderen snel naar heel Vlaanderen. Voor veel bedrijven wordt het personeelstekort de grootste rem op de groei.De derde en belangrijkste prioriteit is daarom de creatie van extra werkgelegenheid. Die is nog altijd veel te laag om de vergrijzing te betalen, zoals nu bij elke begrotingscontrole wordt bewezen. Door het gevoerde beleid genereert de economie iets gemakkelijker banen, maar ook dat effect zal zonder extra inspanningen de volgende jaren wat uitdoven. De meest voor de hand liggende maatregelen hoeven geen geld te kosten, zoals een veel meer doorgedreven flexibilisering van de arbeidsmarkt, het versneld optrekken van de pensioenleeftijd of de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Sommige maatregelen mogen geld kosten, zoals een bijkomende lastenverlaging van arbeid, liefst voor iedereen, al kan de focus op de laagste inkomens liggen om het verschil met een uitkering verder te verhogen. Maar houd het vooral eenvoudig, in plaats van ingewikkelde snoepjes aan sectoren uit te delen, die het probleem alleen maar verschuiven. Een extra lastenverlaging zal een gat slaan in de begroting en kan de overheidsfinanciën in het gedrang brengen, maar verstandige investeringen in werkgelegenheid en extra economische groei zijn belangrijker dan een begroting in evenwicht in 2019. Die investeringen betalen zich terug als de regering de uitgaven onder controle kan houden, want het zijn die - en niet de lastenverlagingen - die de overheidsfinanciën in slechte papieren staken. Dit land kan nog besparen zonder de economie in gevaar te brengen.