Op de dag dat deze column in Trends verschijnt, ligt mijn nieuwe boek Beter is niet genoeg in de boekhandel. Het traceert de evolutie van België, Europa en de globalisering in de laatste twintig jaar. Het kijkt vooruit en benoemt de grootste uitdagingen op weg naar 2050. Het is een boek dat ik moest schrijven, maar liever niet had geschreven. Het documenteert de lijdensweg van het beleid en het bestuur in België.

Belgische politiek is vooral chaotisch incrementalisme. In mijn leven heb ik slechts twee episodes van doortastend beleid meegemaakt: de devaluatie onder de regering-Martens V in 1982 en het Globaal Plan onder de regering-Dehaene in 1993. In beide gevallen werd alleen gehandeld onder grote Europese druk en werd de parlementaire democratie of ons overlegmodel daarvoor buitenspel gezet.

Zelfs die uitzonderlijke beslissingen waren vooral herstelmaatregelen, besparingen en belastingen, en geen echte beleidshervormingen. Sinds Martens gingen overheidsinvesteringen blijvend naar beneden: de oorzaak van onze versleten infrastructuur. Het Globaal Plan raakte niet aan de sociale zekerheid. De vergrijzing kon wachten, voor de gezondheidszorg was er alleen een groeinorm. Vijfentwintig jaar later staan we wezenlijk nog altijd op dat punt.

Er zijn veel verklaringen voor de Belgische malaise. Ik ontwaar een gebrek aan wat ik democratisch patriottisme noem. Democratisch patriottisme vereenzelvigt ons persoonlijke belang met het algemeen belang en acht onszelf daar mede verantwoordelijk aan. Het ziet een hoger belang in de natie - hoe je die ook invult, waar je die ook legt - waarvan wij allemaal genieten en dat we allemaal dienen. Het is trots op gedeelde vooruitgang, onverdraagzaamheid tegenover stilstand en opstand tegen onverantwoordelijkheid.

Een van de verklaringen voor de Belgische malaise is het gebrek aan democratisch patriottisme.

Democratisch patriottisme uit zich op veel niveaus. Aan de basis, bij kiezers die bewust kiezen en goed bestuur eisen. Bij media die de democratie bewaken en de kiezers permanent scholen. Bij experts en expertiseorganen die de politiek ondersteunen en begeleiden. Bij een bestuursapparaat en een ambtenarij die professionalisme, ambitie en prestatie bevorderen. Bij overlegorganen die consensus kweken en verandering faciliteren. Bij politieke partijen en politici die het algemeen belang dienen en leiderschap tonen.

Op al die niveaus heeft België te weinig democratisch patriottisme, te weinig democratische deugden van plicht, waarden, vertrouwen, respect, gezag en samenwerking. Ons aller vermogen tot tolerantie, gelatenheid en onverschilligheid bij een politieke stilstand bereikt het niveau van medeplichtigheid. In de media domineert vooral de waan van de dag. Expertise stuurt of kadert niet, en wordt vooral selectief politiek gerecupereerd.

Er is ofwel een tekort aan ambitie, ofwel een overschot aan ambitie en een tekort aan uitvoering. België lijdt onder het eerste, Vlaanderen onder het tweede. Ons overlegmodel is behept met een conflictcultuur, stremt verandering en eindigt vaak in een impasse. Onze politieke cultuur is oppervlakkig en weinig zakelijk, gedomineerd door tactische partijpolitiek, gespeend van echte beleidsstrategie en van collectieve publieke verantwoordelijkheid.

Met meer democratisch patriottisme waren de jongste federale verkiezingen niet uitgedraaid in een surrealistisch opbod van loze beloften, vooral in Wallonië. Was het regeringsoverleg niet doorkruist met voorzittersverkiezingen bij leidende partijen. Was de eindeloze slowmotion van de regeringsvorming gestuit op luidkeels protest, in de media, op straat, bij alle leidende krachten van het land. Was de aanslepende crisis al lang met een verantwoorde begroting gecompenseerd. Was politieke impasse al lang bestreden met de inbreng van onafhankelijke beleidsexpertise.

We hebben onszelf in de hand. Iedereen draagt een steentje bij: als kiezer, als bestuurder, als ambtenaar, als rechter, als journalist, als belastingbetaler, als bedrijfsleider en ga zo maar door. De complexiteit van ons land is geen excuus. Democratische deugden kan je leren.

Op de dag dat deze column in Trends verschijnt, ligt mijn nieuwe boek Beter is niet genoeg in de boekhandel. Het traceert de evolutie van België, Europa en de globalisering in de laatste twintig jaar. Het kijkt vooruit en benoemt de grootste uitdagingen op weg naar 2050. Het is een boek dat ik moest schrijven, maar liever niet had geschreven. Het documenteert de lijdensweg van het beleid en het bestuur in België. Belgische politiek is vooral chaotisch incrementalisme. In mijn leven heb ik slechts twee episodes van doortastend beleid meegemaakt: de devaluatie onder de regering-Martens V in 1982 en het Globaal Plan onder de regering-Dehaene in 1993. In beide gevallen werd alleen gehandeld onder grote Europese druk en werd de parlementaire democratie of ons overlegmodel daarvoor buitenspel gezet. Zelfs die uitzonderlijke beslissingen waren vooral herstelmaatregelen, besparingen en belastingen, en geen echte beleidshervormingen. Sinds Martens gingen overheidsinvesteringen blijvend naar beneden: de oorzaak van onze versleten infrastructuur. Het Globaal Plan raakte niet aan de sociale zekerheid. De vergrijzing kon wachten, voor de gezondheidszorg was er alleen een groeinorm. Vijfentwintig jaar later staan we wezenlijk nog altijd op dat punt.Er zijn veel verklaringen voor de Belgische malaise. Ik ontwaar een gebrek aan wat ik democratisch patriottisme noem. Democratisch patriottisme vereenzelvigt ons persoonlijke belang met het algemeen belang en acht onszelf daar mede verantwoordelijk aan. Het ziet een hoger belang in de natie - hoe je die ook invult, waar je die ook legt - waarvan wij allemaal genieten en dat we allemaal dienen. Het is trots op gedeelde vooruitgang, onverdraagzaamheid tegenover stilstand en opstand tegen onverantwoordelijkheid.Democratisch patriottisme uit zich op veel niveaus. Aan de basis, bij kiezers die bewust kiezen en goed bestuur eisen. Bij media die de democratie bewaken en de kiezers permanent scholen. Bij experts en expertiseorganen die de politiek ondersteunen en begeleiden. Bij een bestuursapparaat en een ambtenarij die professionalisme, ambitie en prestatie bevorderen. Bij overlegorganen die consensus kweken en verandering faciliteren. Bij politieke partijen en politici die het algemeen belang dienen en leiderschap tonen.Op al die niveaus heeft België te weinig democratisch patriottisme, te weinig democratische deugden van plicht, waarden, vertrouwen, respect, gezag en samenwerking. Ons aller vermogen tot tolerantie, gelatenheid en onverschilligheid bij een politieke stilstand bereikt het niveau van medeplichtigheid. In de media domineert vooral de waan van de dag. Expertise stuurt of kadert niet, en wordt vooral selectief politiek gerecupereerd. Er is ofwel een tekort aan ambitie, ofwel een overschot aan ambitie en een tekort aan uitvoering. België lijdt onder het eerste, Vlaanderen onder het tweede. Ons overlegmodel is behept met een conflictcultuur, stremt verandering en eindigt vaak in een impasse. Onze politieke cultuur is oppervlakkig en weinig zakelijk, gedomineerd door tactische partijpolitiek, gespeend van echte beleidsstrategie en van collectieve publieke verantwoordelijkheid.Met meer democratisch patriottisme waren de jongste federale verkiezingen niet uitgedraaid in een surrealistisch opbod van loze beloften, vooral in Wallonië. Was het regeringsoverleg niet doorkruist met voorzittersverkiezingen bij leidende partijen. Was de eindeloze slowmotion van de regeringsvorming gestuit op luidkeels protest, in de media, op straat, bij alle leidende krachten van het land. Was de aanslepende crisis al lang met een verantwoorde begroting gecompenseerd. Was politieke impasse al lang bestreden met de inbreng van onafhankelijke beleidsexpertise.We hebben onszelf in de hand. Iedereen draagt een steentje bij: als kiezer, als bestuurder, als ambtenaar, als rechter, als journalist, als belastingbetaler, als bedrijfsleider en ga zo maar door. De complexiteit van ons land is geen excuus. Democratische deugden kan je leren.