Je kunt er de klok op gelijk zetten. Minstens twee keer per jaar krijgen we een debat over ons heen over de lamentabele toestand van het onderwijs. De ene keer discussiëren we omdat het lerarentekort groter is dan een jaar geleden. De andere keer omdat we gezakt zijn op de een of andere internationale ranking. Als je jaar in, jaar uit met altijd weer dezelfde argumenten dezelfde discussie voert over hetzelfde probleem, moet je je écht zorgen maken. Begin deze week ging het dan weer over iets anders: de zorgsector. Het aantal jonge mensen dat begint aan een carrière in de zorg, neemt verhoudingsgewijs af. Dat is tegelijk goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat we er beter in slagen oudere werknemers om te scholen naar een baan in de zorg. Het slechte nieuws is dat minder jongeren er doelbewust voor kiezen. "We moeten de zorg aantrekkelijker maken", klonk het. Waar hebben we dat nog gehoord?

De waarheid is dat de overheid - Vlaams of federaal doet niet eens ter zake - de voeling met de jongeren op de arbeidsmarkt is kwijtgeraakt. Meer dan ooit nemen jonge mensen zelf het heft in handen. Ze beginnen hun eigen zaak of kiezen voor een bedrijf waar ze zich goed bij voelen. De missie, de uitstraling en de toekomstvisie van potentiële werkgevers winnen nog altijd aan belang. Dat gaat hand in hand met persoonlijke groei: carrièrekansen, uitdagend werk, een leertraject. En met een zekere generositeit: een aantrekkelijk loonpakket, een fijne omgeving, flexibele arbeidsomstandigheden, voldoende werkingsmiddelen. Hoe nobel een carrière in de zorg of het onderwijs ook mag zijn, beide sectoren zijn hun aura al langer kwijt. De overheid speelt daarin een bepalende rol. Zelfs als ze niet de rechtstreekse werkgever is, dwingt ze hen wel in een strak keurslijf.

Een sterke overheid is een betere werkgever.

Het onderwijs en de zorg hebben ook de perceptie tegen. In de zorg ging het lange tijd over de magere verloning en de rigide dienstroosters, vandaag gaat het vooral over de verplichte vaccinatie van zorgkundigen. Het onderwijs is nog erger. Lesgeven aan de volgende generaties zou een feest moeten zijn. Maar we horen alleen over minder algemene kennis, meer administratieve rompslomp en een gebrek aan autonomie in de klas. Of over uitgeleefde schoolgebouwen, vlakke loopbanen en discutabele eindtermen. Elders is het niet beter. Iemand nog iets opbouwends gehoord over Defensie? Wanneer scoort De Lijn nog eens goede punten? Wat is er sexy aan een loopbaan bij de NMBS?

Het zit allemaal een beetje vast. Vaak is er te weinig geld, te weinig durf, te weinig perspectief. Ook de rol van de vakbonden verdient aandacht. Overheidsorganisaties behoren tot de meest gesyndiceerde van het land. Eigenlijk is het vreemd dat de best beschermde organisaties zo weinig aantrekkelijk zijn voor jonge mensen. Waar de verdedigers van werknemers de meeste macht hebben, zou je toch extra arbeidsvreugde, groeikansen en flexibiliteit verwachten? Je zou toch denken dat mensen daar het allerliefst werken en er desnoods ook hun hele vriendenkring naartoe willen loodsen? De werkelijkheid is anders. Syndicale vertegenwoordiging heeft vaak iets defensiefs: laat ons vooral behouden wat we hebben. Laat ons vooral opkomen voor wie er al zit.

Meer dan ooit is talent op de arbeidsmarkt de baas van zijn of haar loopbaan. Als de overheid dat talent wil inzetten voor haar kerntaken, zal het toch radicaal anders moeten. Nu steeds meer opiniemakers denken dat de overheid een grotere rol moet spelen in de economie, zou de kwaliteit van haar personeel wel eens heel belangrijk kunnen worden. We zijn daar simpelweg niet klaar voor.

Je kunt er de klok op gelijk zetten. Minstens twee keer per jaar krijgen we een debat over ons heen over de lamentabele toestand van het onderwijs. De ene keer discussiëren we omdat het lerarentekort groter is dan een jaar geleden. De andere keer omdat we gezakt zijn op de een of andere internationale ranking. Als je jaar in, jaar uit met altijd weer dezelfde argumenten dezelfde discussie voert over hetzelfde probleem, moet je je écht zorgen maken. Begin deze week ging het dan weer over iets anders: de zorgsector. Het aantal jonge mensen dat begint aan een carrière in de zorg, neemt verhoudingsgewijs af. Dat is tegelijk goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat we er beter in slagen oudere werknemers om te scholen naar een baan in de zorg. Het slechte nieuws is dat minder jongeren er doelbewust voor kiezen. "We moeten de zorg aantrekkelijker maken", klonk het. Waar hebben we dat nog gehoord? De waarheid is dat de overheid - Vlaams of federaal doet niet eens ter zake - de voeling met de jongeren op de arbeidsmarkt is kwijtgeraakt. Meer dan ooit nemen jonge mensen zelf het heft in handen. Ze beginnen hun eigen zaak of kiezen voor een bedrijf waar ze zich goed bij voelen. De missie, de uitstraling en de toekomstvisie van potentiële werkgevers winnen nog altijd aan belang. Dat gaat hand in hand met persoonlijke groei: carrièrekansen, uitdagend werk, een leertraject. En met een zekere generositeit: een aantrekkelijk loonpakket, een fijne omgeving, flexibele arbeidsomstandigheden, voldoende werkingsmiddelen. Hoe nobel een carrière in de zorg of het onderwijs ook mag zijn, beide sectoren zijn hun aura al langer kwijt. De overheid speelt daarin een bepalende rol. Zelfs als ze niet de rechtstreekse werkgever is, dwingt ze hen wel in een strak keurslijf. Het onderwijs en de zorg hebben ook de perceptie tegen. In de zorg ging het lange tijd over de magere verloning en de rigide dienstroosters, vandaag gaat het vooral over de verplichte vaccinatie van zorgkundigen. Het onderwijs is nog erger. Lesgeven aan de volgende generaties zou een feest moeten zijn. Maar we horen alleen over minder algemene kennis, meer administratieve rompslomp en een gebrek aan autonomie in de klas. Of over uitgeleefde schoolgebouwen, vlakke loopbanen en discutabele eindtermen. Elders is het niet beter. Iemand nog iets opbouwends gehoord over Defensie? Wanneer scoort De Lijn nog eens goede punten? Wat is er sexy aan een loopbaan bij de NMBS? Het zit allemaal een beetje vast. Vaak is er te weinig geld, te weinig durf, te weinig perspectief. Ook de rol van de vakbonden verdient aandacht. Overheidsorganisaties behoren tot de meest gesyndiceerde van het land. Eigenlijk is het vreemd dat de best beschermde organisaties zo weinig aantrekkelijk zijn voor jonge mensen. Waar de verdedigers van werknemers de meeste macht hebben, zou je toch extra arbeidsvreugde, groeikansen en flexibiliteit verwachten? Je zou toch denken dat mensen daar het allerliefst werken en er desnoods ook hun hele vriendenkring naartoe willen loodsen? De werkelijkheid is anders. Syndicale vertegenwoordiging heeft vaak iets defensiefs: laat ons vooral behouden wat we hebben. Laat ons vooral opkomen voor wie er al zit. Meer dan ooit is talent op de arbeidsmarkt de baas van zijn of haar loopbaan. Als de overheid dat talent wil inzetten voor haar kerntaken, zal het toch radicaal anders moeten. Nu steeds meer opiniemakers denken dat de overheid een grotere rol moet spelen in de economie, zou de kwaliteit van haar personeel wel eens heel belangrijk kunnen worden. We zijn daar simpelweg niet klaar voor.