De Franse hoogleraar Charles Wyplosz is een belangrijke stem in het debat over de eurozone. De econoom volgt het Europese integratieproject al meer dan dertig jaar. Zijn onderzoek spitst zich toe op het economische en het monetaire beleid. Geen enkel ander domein heeft de afgelopen tien jaar meer hervormingen doorgemaakt. De Fransman kijkt met een kritisch oog naar alle economische, budgettaire en monetaire beslissingen die uit Brussel of Frankfurt komen. Met de vloedgolf aan nieuwe maatregelen sinds de crisis is er genoeg stof om kritisch over te zijn. Toch durft Wyplosz de euro een succes te noemen. "Mensen beseffen te weinig dat ze op economisch gebied veel meer in Europa leven dan in hun eigen land", vat hij het gesprek aan. "Tot hiertoe is de euro een aanzienlijk succes. We gebruiken de munt dagelijks zonder problemen. Op dat vlak werkt de muntunie. Alleen is het een gehavend succes."

Het is belangrijk dat mensen weten dat hun regeringen niet het nodige doen om Europa crisisbestendig te maken

Welke littekens wegen het zwaarst op de muntunie?

CHARLES WYPLOSZ. "De eurocrisis natuurlijk. De recessie die daaruit volgde, was zeer pijnlijk voor de burgers. Bovendien werd die crisis politiek slecht beheerd. Mensen waren zich niet bewust van de intrinsieke kwetsbaarheid van de muntunie. Toen die tot de crisis leidde, was er een totaal gebrek aan organisatie bij de nationale regeringen, waardoor het zo lang duurde om die te bedwingen. Door de crisis kregen mensen het gevoel dat er iets schort aan de Unie."

Er zijn tal van nieuwe maatregelen genomen om een herhaling van zo'n crisis te voorkomen. Zijn die niet voldoende?

WYPLOSZ. "De eurozone is zeker crisisbestendiger dan voordien. Maar ondanks alle vooruitgang ontbreken de maatregelen om de volgende crisis zonder kleerscheuren door te komen. Het is belangrijk dat mensen weten dat hun regeringen niet het nodige doen om Europa crisisbestendig te maken."

De eurocrisis draaide rond overheidsschulden. Is de oplossing dan niet gewoon die terug te dringen en te beperken?

WYPLOSZ. "De crisis ontbrandde inderdaad door de te hoge overheidsschulden in Griekenland en verspreidde zich daarna naar Portugal, Ierland en andere met schulden beladen lidstaten. Het gekke is dat er in de Europese Unie al jaren zoiets geldt als het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) om de openbare schulden binnen de perken te houden. De uitbraak van de crisis wijst erop dat het SGP niet heeft gewerkt. En als iets niet werkt, probeer je iets anders. Alleen is dat niet gebeurd. De lidstaten willen niet toegeven dat het SGP een vergissing was. Ze hebben het pact een beetje hervormd, maar de fundamentele fouten blijven."

Welke zijn dat?

WYPLOSZ. "Ten eerste de jaarlijkse evaluatie van de overheidsbegrotingen van de lidstaten. Dat moet niet jaarlijks, maar op een termijn van meer dan vijf jaar. Lidstaten moeten meer budgettaire vrijheid krijgen op de korte termijn. Daarnaast barst het van de interne juridische contradicties. Enerzijds moeten lidstaten hun begrotingsbeleid aan de Europese Commissie verantwoorden. Anderzijds stellen andere verdragen dat overheidsbegrotingen een nationale aangelegenheid zijn. De Commissie mag lidstaten op de vingers tikken, maar die mogen op hun beurt op hun soevereiniteit staan. Dat werkt niet."

Wat met de 3 procentregel die begrotingstekorten van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) verbiedt?

WYPLOSZ. "Die slaat nergens op. Schulden moeten op lange termijn binnen de perken blijven, maar als morgen een lidstaat een tekort van meer dan 3 procent boekt, heeft dat op zich geen relevante gevolgen. De Europese Unie valt haar lidstaten lastig met die 3 procentregel, maar omdat die weinig logisch is, doen ze gewoon hun zin. Daarom moet het SGP op de schop."

Zal die grotere vrijheid op korte termijn niet leiden tot budgettaire laksheid?

WYPLOSZ. "Er moeten nieuwe instellingen komen om begrotingsuitschuivers op tijd te corrigeren. Ik pleit voor een decentraal systeem voor begrotingsdiscipline. Er moet een nieuw pact komen dat lidstaten verplicht intern structuren op te zetten die begrotingsdiscipline op lange termijn garanderen. Sommige hebben dat al, zoals Nederland, maar andere niet."

Kun je dat niet evengoed centraliseren?

WYPLOSZ. "Nee, want een nationale begroting is heel politiek. Daarom verschillen budgettaire instellingen van land tot land. Wereldwijd zijn er genoeg voorbeelden van politieke organen of procedures die begrotingsdiscipline succesvol verankeren."

Zijn de Europese verdragen overschreden met de aanpak van de crisis?

WYPLOSZ. "Griekenland heeft uiteindelijk een lening gekregen, wat in strijd was met de no bail-out-clausule van de Europese verdragen. Die is cruciaal om de begrotingsdiscipline te vrijwaren. Het is genoeg bekend dat wanneer een deelstaat wordt gered door een overkoepelende federale overheid, die deelstaat haar begrotingsdiscipline deels laat varen. Voordat de crisis uitbrak, dacht ik dat het belang van budgettaire discipline wel duidelijk zou worden zodra die no bail-out-clausule een keer in voege zou treden. Toen die tijdens de crisis de deur uitging, verloor ik even alle geloof in de mogelijkheid tot discipline in de Europese Unie."

CHARLES WYPLOSZ "De lidstaten ijveren voor een zwakke Europese Commissie, omdat ze geen tegenspraak dulden."

De eurocrisis was een uitloper van de bankencrisis. Is de bankensector voldoende hervormd?

WYPLOSZ. "Er is een centrale bankentoezichthouder opgezet voor de belangrijkste Europese banken. Dat is een belangrijke vooruitgang. Maar op het gebied van de bankenherstructurering of -afwikkeling blijft het onvoldoende. Er is een Europese afwikkelautoriteit voor banken opgericht (Single Resolution Board, nvdr), maar de verantwoordelijkheden om probleembanken te herstructureren of failliet te laten gaan, liggen nog te veel bij nationale toezichthouders. Dat staat een degelijke coördinatie bij een volgende bankencrisis in de weg."

De Europese Unie valt haar lidstaten lastig met de 3 procentregel, maar omdat die weinig logisch is, doen ze gewoon hun zin

Bestaat het risico nog dat grote Europese banken omvallen?

WYPLOSZ. "Als die situatie dreigt, is er geld nodig om ze te herkapitaliseren. Er is een Europees afwikkelfonds opgetuigd dat tegen 2025 af zal zijn, maar er zal onvoldoende geld in zitten. We hebben een fonds nodig dat in heel korte tijd over een voldoende grote som geld beschikt om de bankensector te stabiliseren."

Is het spaargeld van de Europese burgers veiliger dan voor en tijdens de crisis?

WYPLOSZ. "Er geldt een garantie op bankdeposito's tot 100.000 euro, maar die ligt bij de lidstaten. Als morgen een grote Italiaanse bank omvalt, zal de Italiaanse regering moeten lenen om die garantie na te komen, waardoor het land weer in financiële problemen komt. Er is het voorstel van een Europees depositogarantiestelsel EDIS, maar daar is nog geen akkoord over. Dat is een belangrijk tekort. Mocht dat tien jaar geleden hebben bestaan, zouden Ierland en Spanje geen crisis hebben gekend."

Waarmee we weer beland zijn bij de te hoge overheidsschulden van bepaalde lidstaten als zwakke schakel van de eurozone.

WYPLOSZ. "Inderdaad, sommige lidstaten zijn daardoor kwetsbaar. Ook al zijn die schulden het gevolg van decennialange slechte politieke beslissingen. Ooit moet dat worden opgekuist. Het liefst zo snel mogelijk."

Bedoelt u een schuldherschikking voor die landen?

WYPLOSZ. "In Italië is dat geen optie, want het merendeel van de overheidsschuld is in handen van de Italianen zelf. Een schuldherschikking zou daar onherroepelijk de regering doen vallen. Een andere optie is een collectieve Europese schuld. Dat wil Italië, maar Duitsland dan weer niet. Mijn voorstel is dat de Europese Centrale Bank (ECB) overheidsschulden opkoopt. In ruil daarvoor keert ze haar jaarlijkse winst niet meer uit aan de lidstaten van wie ze schuldpapier heeft opgekocht, totdat die schuld is vereffend."

Zal het ECB-bestuur daartoe bereid zijn?

WYPLOSZ. "Ten eerste moeten de deelnemende lidstaten daarmee akkoord gaan. Ten tweede is dat bestuur op zich problematisch. De besluitvorming loopt via de zes vaste leden, samen met 19 voorzitters van nationale centrale banken. Die laatsten verdedigen te veel de nationale belangen. Een overkoepelende centrale bank moet apolitiek zijn en er mogen geen nationale belangen in spelen."

Heeft dat de ECB ervan weerhouden sneller en efficiënter op te treden tijdens de crisis?

WYPLOSZ. "Ja, ze had te weinig ruimte om als lender of last resort op te treden. Bij een crisis moet een centrale bank heel snel heel veel geld in het bancaire systeem kunnen pompen. Dat ontbrak in 2010, omdat er geen politieke overeenstemming was over de rol van de ECB. Ze moest zelf politiek onderhandelen over haar beleid. Met zijn beroemde whatever it takes-speech gaf Mario Draghi aan dat de ECB garant stond voor de openbare schulden door als laatste ontlener op te treden als dat nodig zou zijn. Dat alleen was voldoende om de financiële markten tot bedaren te brengen. Dat had meteen bij het uitbreken van de crisis moeten gebeuren, maar het heeft tweeënhalf jaar geduurd, omdat de ECB bang was voor de kritiek van bepaalde lidstaten."

Hoe kijkt u naar de toekomst van de eurozone?

WYPLOSZ. "Momenteel maak ik me zorgen dat het nergens naartoe gaat. Er wordt gepalaverd over onbelangrijke zaken zoals het jaarlijkse Europese budget dat goed is voor enkele procentpunten van het gezamenlijke bbp. Dat is puur symbolisch, terwijl ernstige risico's deels onbehandeld blijven. Er is geen politieke wil om die aan te pakken. De Europese Commissie heeft ook niet het politieke gewicht om betekenisvolle oplossingen door te duwen."

Wat staat er op het spel bij de Europese verkiezingen in mei?

WYPLOSZ. "Ik maak me zorgen dat we eindigen met een Europese Commissie die politiek, intellectueel en technisch zwak is. De enige sterke commissaris van de huidige ploeg is Margrethe Vestager. Zo iemand zal nooit Commissievoorzitter kunnen worden, omdat ze de fusie van Siemens en Alstom heeft geblokkeerd en daarmee weerstond aan de druk van Frankrijk en Duitsland. Dat vergde moed. Maar de lidstaten ijveren voor een zwakke Commissie, omdat ze geen tegenspraak dulden. Ook het Europees Parlement heeft weinig macht en de vraag is of we na de verkiezingen met een verdeeld parlement eindigen."

Bio

· Hoogleraar internationale economie, Graduate Institute Genève

· Policy director Center for Economic Policy Research

· Voormalig hoogleraar economie, Insead

· Leerstoelen Berkeley Californië, Harvard

· Adviseur European Systemic Risk Board, Europese Commissie, IMF