Een postkapitalistische wereld waarin de economie niet langer draait om de accumulatie van kapitaal en macht, maar om menselijk welzijn en economische stabiliteit. Dat toekomstbeeld schreef economisch antropoloog Jason Hickel neer in zijn jongste boek en schetste hij onlangs ook tijdens het Ecopolis-festival in Brussel. Hickel ziet de overgang als een soort copernicaanse revolutie: als je groei weghaalt uit het centrum van de economie, wordt het makkelijker om de ecologische crisis op te lossen.
...

Een postkapitalistische wereld waarin de economie niet langer draait om de accumulatie van kapitaal en macht, maar om menselijk welzijn en economische stabiliteit. Dat toekomstbeeld schreef economisch antropoloog Jason Hickel neer in zijn jongste boek en schetste hij onlangs ook tijdens het Ecopolis-festival in Brussel. Hickel ziet de overgang als een soort copernicaanse revolutie: als je groei weghaalt uit het centrum van de economie, wordt het makkelijker om de ecologische crisis op te lossen. Op weg naar die postkapitalistische wereld is een noodrem nodig voor de landen en de kapitaalkrachtige individuen die nu de meeste energie, grondstoffen en materialen verbruiken. Omdat veel productie niet is gericht op het vervullen van menselijke behoeften, maar louter op het maken van winst, kun je de sterk verspillende delen van de economie aan banden leggen, stelt Hickel. Zo pleit hij voor een verbod op de 'geplande veroudering' van goederen, voor een beperking van reclame, voor een switch van bezit naar het gemeenschappelijke gebruik via deelplatformen, voor een drastische hervorming van de voedselindustrie en voor de verplichte verkleining van de industrieën die slecht zijn voor het ecologische evenwicht op de planeet of minder belangrijk voor de samenleving: fossiele brandstoffen uiteraard, maar ook de rundvleesindustrie, de wapenbranche en de productie van privévliegtuigen en SUV's. Zo kun je het verbruik van materialen en energie terugdringen, en dat versterk je nog door almaar dalende plafonds vast te leggen voor het gebruik van materialen en energie. JASON HICKEL. "Die is eigenlijk onvermijdelijk. Veel economen denken nu aan mogelijkheden om de economie te stabiliseren en in de menselijke behoeften te voorzien zonder groei. Mijn argument is dat het veel sneller moet en dat we die omslag actief moeten stimuleren en aanwakkeren. Daar zal politieke strijd voor nodig zijn, en een alliantie van de ecologische beweging en de arbeidersbeweging." HICKEL. "Dat is logisch, omdat het hele systeem waarin ze werken - en dus hun levensonderhoud - gebaseerd zijn op die eindeloze groei. Binnen dat systeem zal iedere oproep om te ontgroeien sceptisch worden onthaald. Daarom moet er een sociale waarborg komen voor de arbeidersklasse, een jobgarantie. En je zal de arbeidersklasse, en hun vakbonden, eerst moeten overtuigen van de noodzaak van degrowth." HICKEL. "Dat is omdat mensen degrowth verwarren met een klassieke recessie. Dan krijg je inderdaad werkloosheid en meer armoede en ongelijkheid. En de vakbonden gaan nog altijd mee in dat groei-idee, omdat ze denken dat dat de enige manier is om betere lonen en betere arbeidsomstandigheden voor werknemers te creëren. Maar John Maynard Keynes schreef al dat je dat probleem kunt oplossen met een kortere werkweek. Hij voorspelde honderd jaar geleden dat we rond deze tijd nog 15 uur per week zouden werken. Dan verdeel je het werk eerlijker. En dan kun je kijken welke sectoren van de economie je kunt afbouwen zonder dat het levensonderhoud van mensen in gevaar komt. Nu nemen we aan dat alle sectoren van de economie altijd moeten groeien, waarbij we geen rekening houden met het feit of ze nuttig zijn of niet, en dat in het midden van een klimatologische en ecologische noodtoestand. Dat is een irrationele manier om je economie te beheren. Dus laat ons een democratische discussie hebben over welke sectoren we nodig hebben en welke zelfs moeten uitbreiden: publieke gezondheid, openbaar vervoer, hernieuwbare energie. En laat ons ook kijken naar welke sectoren te groot zijn en sociaal minder wenselijk." HICKEL. "Daarom pleit ik voor een jobgarantie en mogelijkheden tot omscholing. Kijk, een kortere werkweek betekent ook dat er meer banen beschikbaar zijn. En je kunt je expertise relevant maken. Wie nu SUV's helpt te bouwen, kan omscholen naar de productie van zonnepanelen. Je kunt de werkzaamheidsgraad op peil houden zonder bijkomende groei. Waarom zitten we nog niet aan de 15 urenwerkweek van Keynes? Omdat we een economie hebben die niet draait rond het vervullen van menselijke behoeften, maar rond eindeloze groei en kapitaalaccumulatie." HICKEL. "Dat is een interessant punt. Jouw zaak is geen kapitalistisch instituut, want niet gebaseerd op accumulatie en eindeloze expansie. Dat is anders dan de grote ketens of de techgiganten. Je kunt perfect een markt hebben en handeldrijven zonder kapitalisme, dat is wat kleine zaken zoals jouw winkel vertegenwoordigen. Jij wilt een goed product verkopen dat lang genoeg meegaat, en dat moeten we toejuichen. Maar dat kan alleen in een economie die zoiets ondersteunt. Waar mensen een eerlijk loon krijgen voor hun werk, waar je toegang hebt tot betaalbare huizen, gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer, water, energie, internet - alles wat je nodig hebt om te leven. Maar nu hebben mensen die zekerheid niet, en daarom moeten ze steeds harder werken, meer loon proberen te krijgen om meer zekerheid te hebben, maar die blijft steeds onbereikbaar. Zo heb je een constante onrust, een ratrace. Zolang we de basisbehoeften niet beter garanderen, blijft die aanhoudende druk. We moeten dus naar een meer humane, meer ecologische maar ook meer rationele economie." HICKEL. "Ten eerste moeten we goed begrijpen wat inkomen is. Inkomen is simpelweg het omgekeerde van prijzen. Dus, als het bruto binnenlands product (bbp) de totale prijs voorstelt van alle goederen die worden geproduceerd in een economie, dan is het inkomen de ommezijde daarvan. Dus is er per definitie altijd genoeg inkomen om de gemaakte producten te kopen. Ook als we alleen maar produceren wat echt nodig is, is er genoeg inkomen om die spullen te kopen. De enige vraag is hoe dat inkomen is verdeeld. Als het grootste deel van het inkomen naar een kleine groep mensen gaat, heeft een grote groep onvoldoende inkomen om de spullen te kopen die ze nodig heeft. Dus moet je de inkomensverdeling goed aanpakken. De kwestie van inkomen of bbp is dus irrelevant. De correcte vragen zijn: wat maken we? Is het wat mensen nodig hebben? En hebben ze toegang tot die noodzakelijke middelen?" HICKEL. "Overheden financieren nu ook de publieke diensten door extra geld uit te geven. Je kunt nooit insolvent worden in je eigen munt, want jij geeft het geld uit. En je zorgt ervoor dat het geld dat je uitgeeft zorgt voor zaken waarvan je wilt dat ze gebeuren, zoals goede banen en hernieuwbare economie. Je kunt beter investeren in openbaar vervoer dan in het subsidiëren van de fossiele industrie zoals nu. Het inkomen van de overheid los je op door een faire fiscale politiek. Door eerlijk te belasten kun je eerlijk herverdelen en houd je de economie draaiend." HICKEL. "Dat klopt, je kunt geen geld uitgeven als de capaciteit van je economie niet groot genoeg is, dat is een recept voor inflatie. Maar in dat geval moet je vraag uit het systeem halen, en dat doe je door de rijken extra te belasten. Zo zorg je ervoor dat de productie binnen de capaciteit van je economie blijft. Het draait eigenlijk altijd om middelen, grondstoffen, energie en arbeid. Het bbp zoals we dat nu gebruiken om groei te meten, is een onnodig en slecht instrument." HICKEL. "De focus op bbp is handig en logisch in een kapitalistische economie, het dient de belangen van iedereen die profiteert van dat systeem. Er is in de loop der jaren een soort ideologische coup gepleegd op dat begrip, waardoor we denken dat een groei van het bbp het algemeen belang dient. Maar dat is helemaal niet waar. En het is uiteraard geen probleem dat er groei is, maar het hangt er vanaf welk soort groei, en ten koste van wat, tegen welke ecologische en sociale prijs. Dat wordt nu allemaal niet in rekening gebracht." HICKEL. "Mensen denken dat de groei voor vooruitgang zorgt. Maar dat is niet waar. Kapitalisme bestaat ongeveer vijfhonderd jaar. Tijdens de eerste vier eeuwen heeft het ervoor gezorgd dat alle indicatoren van sociale welvaart daalden. Gemeenschappelijke landbouwgronden werden in beslag genomen, er was slavernij, kolonialisme - allemaal ten dienste van kapitaalaccumulatie. Het begon pas te veranderen rond 1880 dankzij een agressief en strijdbaar proletariaat. Het was de arbeidersklasse die afdwong dat er meer aandacht kwam voor publieke gezondheidszorg, huisvesting en minimumlonen. Grote veranderingen zijn er altijd gekomen door progressieve massabewegingen, ze ontstaan nooit spontaan vanuit de machthebbers. Dat is toch een belangrijke nuance." HICKEL. "Het klopt gelukkig dat we het veel beter hebben, en dat het daarom moeilijker is te begrijpen dat het anders moet. In 1880 was de arbeidersklasse echt straatarm, het waren paupers die de steun kregen van een kleine groep radicale intellectuelen. In het noorden is er op dit moment ook een werkende klasse die het veel minder goed heeft, een klasse die vaak bestaat uit immigranten, maar ze voelen niet dezelfde druk en noodzaak als de arbeiders in 1880. Het is niet langer een letterlijke strijd op leven en dood, dat was het toen wel. Maar voor veel mensen in het zuiden is de ecologische crisis wel een kwestie van leven of dood." HICKEL. "Een hogere levensstandaard kan wel, maar niet hetzelfde gebruik van grondstoffen en energie. Daarom is net degrowth nodig. Het overgrote deel van het gebruik van energie en grondstoffen is er nu niet om te voorzien in behoeften van de mensen, maar het is georganiseerd rond het vergroten van kapitaal van een heel kleine elite. Terwijl onderzoek net uitwijst dat je met de middelen die er zijn wel kunt zorgen voor een betere levensstandaard voor iedereen, met een hogere levensverwachting, beter onderwijs en goede gezondheidszorg. Landen als Costa Rica en Nieuw-Zeeland bewijzen dat het kan. Daar moeten we de focus op leggen."