Rudolf Havenstein zat in de jaren twintig in een moeilijker parket dan ECB-voorzitter Mario Draghi vandaag. Als voorzitter van de Reichsbank, de Duitse centrale bank, stond Havenstein voor een verscheurende keuze. Moest hij de prille Duitse democratie van de Weimarrepubliek overeind proberen te houden door de regering rechtstreeks te financieren met vers geprint geld, met als grote risico een uitbraak van hyperinflatie? Of moest hij de geldkraan dichtdraaien, met als risico dat een failliete Weimarrepubliek het veld zou moeten ruimen voor een revolutie zoals in Rusland? Monetaire chaos of communisme? Zegt u het maar, met de wetenschap van achteraf. Voor de Duitse conservatieve elite was het in die dagen echter zonneklaar: het communisme was het grootste gevaar. Havenstein liet de geldpersen draaien, maar redden kon hij de Duitse democratie niet. Integendeel, hyperinflatie vernietigde de waarde van het Duitse spaargeld en voedde het maatschappelijk...