Tegen 2025 moet de Chinese industrie een klasse hoger spelen. Tegen 2035 moet China technologisch aan de wereldtop staan. En tegen 2049, als de Volksrepubliek China haar honderdste verjaardag viert, moet China de leider van de wereld zijn. Dat zijn geen Chinese staatsgeheimen, want sterke man Xi Jinping deed die ambitie twee jaar geleden openlijk uit de doeken tijdens een speech op het 19de nationale congres van de Communistische Partij. Maar misschien was het toch niet zo'n goed idee met de fanfare op kop het bos in te trekken. Xi zette op die manier de rivalen op scherp. Vooral in de Verenigde Staten neemt de bezorgdheid over de ambitie en het potentieel van China toe. De relatieve opgang van China betekent bijna per definitie de relatieve neergang van de Verenigde Staten, vooral in Azië en de Stille Oceaan. Die strategis...

Tegen 2025 moet de Chinese industrie een klasse hoger spelen. Tegen 2035 moet China technologisch aan de wereldtop staan. En tegen 2049, als de Volksrepubliek China haar honderdste verjaardag viert, moet China de leider van de wereld zijn. Dat zijn geen Chinese staatsgeheimen, want sterke man Xi Jinping deed die ambitie twee jaar geleden openlijk uit de doeken tijdens een speech op het 19de nationale congres van de Communistische Partij. Maar misschien was het toch niet zo'n goed idee met de fanfare op kop het bos in te trekken. Xi zette op die manier de rivalen op scherp. Vooral in de Verenigde Staten neemt de bezorgdheid over de ambitie en het potentieel van China toe. De relatieve opgang van China betekent bijna per definitie de relatieve neergang van de Verenigde Staten, vooral in Azië en de Stille Oceaan. Die strategische rivaliteit wordt het grote politieke spel van deze eeuw, waarbij een oorlog volgens heel wat waarnemers tot de mogelijkheden behoort. Tegen die achtergrond mag het een succesje heten als de Verenigde Staten en China een handelsakkoord sluiten. Het uitstel van extra importheffingen langs Amerikaanse kant laat het beste vermoeden. Maar verwacht geen allesomvattend vredesakkoord, maar veeleer een tijdelijk staakt-het-vuren. Sommige plooien zijn te diep om glad te strijken. De afbouw van het Amerikaanse handelstekort tegenover het Chinese zal nog wel lukken, net zoals het versterken van de intellectuele-eigendomsrechten. Maar de kat komt op de koord als het gaat om de subsidies die Chinese overheidsbedrijven een oneerlijk voordeel geven op de wereldmarkten, of om de transfer van technologie, of om de cyberspionage door China, of als buitenlandse bedrijven zaken willen doen op de Chinese markt. Een ernstige deal over die hete hangijzers blijft moeilijk. Ook de America First-politiek van de Amerikaanse president Donald Trump zal nooit ver weg zijn, zeker niet in aanloop van de presidentsverkiezingen in 2020. Er wordt ook gefluisterd dat de handelsoorlog een bewuste Amerikaanse politiek is om de Chinese economie te beschadigen of zelfs helemaal onderuit te halen. Dat zou een zware hypotheek leggen op de langetermijnambitie van China. De handelsoorlog doet China pijn op een ogenblik dat de economie het al lastig heeft. Het regime probeert een evenwicht te vinden tussen het op toerental houden van de economie en de afbouw van de gevaarlijke hoge schuldenberg. Onderhuids sluimert ook het ongenoegen over het beleid van Xi, die minder ruimte laat voor hervormingen en marktwerking, en vraagtekens plaatst achter eigendomsrechten. China moest in 2016 kapitaalcontroles invoeren, omdat te veel rijke Chinezen hun centen in veiligheid brachten. De kapitaalvlucht is afgeremd, het ongenoegen niet. Als Xi onder Amerikaanse druk op zijn stappen terugkeert en opnieuw kiest voor minder staat en meer kapitalisme, is Trump een onverwachte maar objectieve bondgenoot - niet van het regime, maar wel van de Chinese economie. Het Westen hoeft daarbij geen illusies te koesteren. De kans dat China wordt omgebouwd tot een liberale democratie, grenst aan 0 procent. Voor de wereldeconomie zou een handelsbestand geen dag te vroeg komen. Ook de Verenigde Staten kunnen niet ongestraft de wereldeconomie op stelten blijven zetten. De onzekerheid eist een steeds grotere tol. De bedrijfsinvesteringen worden overal ter wereld uitgesteld. De mondiale groeivertraging is scherper dan gedacht. Als de fiscale impuls uitdooft, zal ook van de Amerikaanse groei niet veel overblijven. Hoeft het gezegd dat ook de Europese economie in de touwen hangt? Zelfs Duitsland flirt met een recessie. Een sputterende conjunctuur door een externe tegenslag kan altijd, maar de vaststelling moet nog maar eens worden gemaakt dat de Europese economie amper weerstand heeft. Het is genoeg dat één afzetmarkt niest, en Europa raakt verkouden. Maar een gezondheidskuur staat niet meteen op de agenda. Europa is al blij als een harde brexit alsnog kan worden vermeden. We moeten China niet imiteren, maar een plan zoals Made in Europe 2025, zou dat geen wervend idee zijn voor het oude continent?