Dirk Fransaer leidt VITO, voluit de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, al achttien jaar. Toch moest hij in Dubai een CEO-examen afleggen, om te bewijzen dat hij het recente VITO-kantoor ter plaatse kan leiden. Fransaer neemt het met de glimlach op -"meer dan 54 procent slaagt niet"- al had een blik op zijn palmares voldoende mogen zijn voor het attest.
...

Dirk Fransaer leidt VITO, voluit de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, al achttien jaar. Toch moest hij in Dubai een CEO-examen afleggen, om te bewijzen dat hij het recente VITO-kantoor ter plaatse kan leiden. Fransaer neemt het met de glimlach op -"meer dan 54 procent slaagt niet"- al had een blik op zijn palmares voldoende mogen zijn voor het attest. Van 465 mensen en 45 miljoen euro omzet, waarvan 25 miljoen subsidies, ging het bij VITO naar 842 medewerkers en zowat 170 miljoen euro omzet, waarvan 40 miljoen subsidies en 11 miljoen voor referentietaken. Toch is er structureel niet zoveel veranderd, merkt de Lokeraar op. Destijds lag de klemtoon op onderzoek rond energie, ecologie en technologie. Dat vertaalt zich anno 2018 in een focus op duurzaamheid en circulaire economie in energie, chemie en materialen. VITO wacht een nieuwe beheersovereenkomst. Die had er op 1 januari moeten zijn, maar "die werden in het verleden ook met enkele maanden vertraging goedgekeurd ( lacht)." Fransaer verwacht dat de Vlaamse regering zal vragen nauwer samen te werken met de speerpuntclusters. "Dat doen we al. Voor chemie is onze onderzoekportefeuille al sinds 2008 afgestemd op die van de cluster. Ik sluit me aan bij de oproep van Voka om 280 miljoen euro extra vrij te maken voor innovatie. Die inspanning moet in de volgende legislaturen worden voortgezet." Maar 2019 zal vooral in het teken staan van de eerste geothermiecentrale. Die wordt begin april officieel geopend, maar is sinds Kerstmis al operationeel. De centrale levert warmte aan VITO, SCK en Belgoprocess, en 800 kilowatt elektriciteit aan VITO. "Het kan de basis zijn om Vlaanderen klimaatneutraal te krijgen." DIRK FRANSAER. "Onderzoek kan nu eenmaal mislukken. Het is een tegenslag, maar we hebben er veel uit geleerd. Voor de centrale hadden we aan onze eerste twee boringen genoeg. Er bleek 300 tot 400 meter ondoorlatende zoutafzetting in de grond te zitten, iets dat je niet kan voorspellen op basis van klassieke seismologie. Het helpt ons wel de ondergrond beter in kaart te brengen, om te zien waar het best wordt geboord indien ook anderen in de Kempen aan geothermie willen doen. Bedrijven als Janssen Pharma werken daar nu ook aan." FRANSAER. "Warmtenetten zijn duur in aanleg. Als je je niet blauw wil betalen aan subsidies, moet je geothermie dicht bij een bebouwde kom hebben. Die van Dessel is een kleine twee kilometer hiervandaan, die van Mol vier. Dat is zes kilometer leidingen waaraan je niets verdient en waarop je warmteverliezen hebt. Bij particulieren is warmte bovendien een cyclisch gegeven: veel in de winter, weinig in de zomer. Dus moet je centrale kunnen switchen tussen warmte- en elektriciteitsproductie. Nu kunnen we stroom produceren voor 50 tot 60 euro per megawatt, maar dat moet voor minder dan 40 euro kunnen. "Onze oorspronkelijke bedoelingen waren beperkter. We wilden de mogelijkheden voor verwarming bekijken, zonder subsidies, min of meer gratis groene stroom produceren en CO2-capteren. Daarvoor kunnen we de batterij ventilatoren gebruiken, die bij onze koelinstallatie staan." FRANSAER. "Om de stroom te produceren, heb je alleen een warmtewisselaar en een ORC (organische rankinecyclus, een turbine die in plaats van op stoom draait op propaan, isobutaan, isopentaan of ammoniak, nvdr) nodig. Die ORC moet worden gekoeld, door ventilatoren. Bij ons staan er 108, die 23.000 kubieke meter lucht per uur blazen. Een kilogram lucht bevat minder dan een gram CO2, maar in die hoeveelheden kan je toch een paar kiloton CO2 afvangen. Nu heeft dat weinig zin, omdat er te weinig afzetmarkt voor is. Het wordt gebruikt in frisdranken en in serres, maar dat zijn bescheiden volumes. "Wanneer we een miljoen ton CO2 kunnen vangen, heb je een industrieel proces nodig. Dan moet je naar de chemie kijken, en naar de productie van mierenzuur, ethanol en methanol. Die kunnen dienen als brandstof voor wagens of schepen, waardoor je de cirkel voor CO2 zou kunnen sluiten. Circulaire economie op zijn best. Als we Vlaanderen maximaal bebouwen met geothermiecentrales waarmee we stroom produceren en CO2 afvangen, dan worden we klimaatneutraal tegen een economisch verantwoorde prijs. "Je kan nog verder gaan en een CO2-opvanginstallatie installeren op bestaande koelers. Dan zou je die CO2 kunnen laten ophalen en naar CO2-verwerkende fabriek laten brengen. Volgens onze berekeningen kan je daar 40 tot 50 miljoen ton CO2 mee afvangen, terwijl de uitstoot van Vlaanderen nu ongeveer 72 miljoen ton bedraagt." FRANSAER. "De facto zit er een bovengrens op, want de vraag naar CO2 is niet oneindig. Een goede doelstelling lijkt me 30 tot 40 euro per ton CO2. De grootste kostenpost in ons project zijn de warmtenetten. De boringen kosten een paar miljoen, maar in een stad zal dat wellicht meer zijn. Maar de echte bottleneck is de prijs van de netten. "De discussie over de energiefactuur zit vandaag in feite verkeerd. Het gaat om efficiëntie. Mensen die een warmtepomp gebruiken, weten dat ook. Hun CO2-uitstoot is nul, maar toch zijn warmtepompen duurder dan gas, omdat ze veel elektriciteit verbruiken. Die is duur. Niet zozeer door de elektriciteitsproductie, maar door de kosten voor de transmissie, de distributie en de taksen. Zonder transparantie over de kosten van productie, van transport en alle bijkomende kosten is het moeilijk een goed en vooral logisch energiebeleid te voeren." FRANSAER. "De Duitse Energiewende draait in feite om de uitstap uit kernenergie. Dat is niet per se groener, want de kernreactoren worden vervangen door fossiele centrales. Bovendien is er een parafiscaal gegeven, dat maakt dat bedrijven met een hoge CO2-uitstoot concurrentieel kunnen blijven op de wereldmarkt. De factuur wordt doorgeschoven naar de burgers en de andere bedrijven. "Vlaanderen moet vergroenen, maar er tegelijk voor zorgen dat er een lage energieprijs is voor de industrie. Telkens als een windmolenpark wordt geopend, wordt verteld voor hoeveel gezinnen dat energie levert. Terwijl dat bijna irrelevant is, want de grootste energievraag - én de grootste CO2-uitstoot - zit niet bij de gezinnen, maar bij de bedrijven. De uitdaging is dus de energieprijs laag te houden, de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en dat zo groen mogelijk te doen, het liefst zonder kernenergie." FRANSAER. "Duurzame ontwikkeling staat al sinds het begin van VITO in onze missie. We willen iets doen om de wereld te verbeteren. Dan kan je niet om het feit heen dat in India en China de helft van de wereldbevolking woont. We zijn sinds 2004 betrokken bij de luchtkwaliteitsmetingen en -voorspellingen in Peking. Onze Vlaamse kennis wordt er beschouwd als een kwaliteitsmerk, waardoor andere bedrijven makkelijker de weg in China kunnen vinden. Dat willen we nu graag herhalen met waterkwaliteit. "In India staan we nog niet ver. Samen met een Indiase partner hebben we er nu drie contracten afgesloten. In het Midden-Oosten is er veel vraag naar ons als kennispartner. De Arabische wereld is enorm bezig met de omslag van olie naar hernieuwbare energie. In samenwerking met Flanders Investment & Trade breken we er een lans voor de Vlaamse cleantech, en helpen we die bedrijven kennis te maken met de internationale cleantechmarkt. Bovendien krijgen we een veel completer beeld van de wereld, want veel vragen hebben een zeer lokale context. Veel van wat wij standaardtechnologie vinden, is dat niet overal. "Er is nog een ander aspect. De Chinezen hebben geld. Het is een lagelonenland, maar niet voor hogere profielen. Veel vooraanstaande wetenschappers kunnen daar meer verdienen dan hier. Dus voor hen is samenwerking met ons of andere Europese onderzoeksinstellingen eigenlijk een besparing. Wij zijn voor hen eigenlijk goedkope arbeidskrachten ( lacht)." FRANSAER. "Er hebben enorm veel mensen aan de metingen meegewerkt. Uit de statistische proeven bleek dat het resultaat relevant is. Voor mij is dat nog iets anders dan 'wetenschap' beoefenen, waarbij je een theorie formuleert, oorzaken en gevolgen zoekt, en proeven uitvoert om de theorie te ondersteunen of te weerleggen. De burgers fungeerden eerder als technici voor de gegevensverzameling dan als wetenschappelijke onderzoekers. Maar door de veelheid aan data was het resultaat wel betrouwbaar en inspirerend. Als je het goed kadert en uitvoert, heeft een dergelijk opzet zeker zijn nut."