Al sinds de begroting van 2016 heeft Nederland elk jaar overschotten. Dat is ons land nooit gelukt. Onze noorderburen zijn er op die manier in geslaagd de schuldgraad tegen eind 2019 terug te brengen tot iets onder 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp), of 395 miljard euro. België was voor de coronapandemie niet verder geraakt dan 99 procent van het bbp. Het Nederlandse overheidsbeslag is gedaald van 50 procent in 2010 naar 43 procent eind 2019. België is nooit onder 50 procent geraakt. Ook de belastingdruk ligt er een stuk lager dan bij ons. Nederlanders houden met andere woorden netto veel meer over van hun brutoloon dan Belgen. De lasten op arbeid zijn in Nederland gevoelig verlaagd, en dat resulteert ook in een tewerkstellingsgraad van bijna 80 procent. Bij ons ligt die tussen 76 procent in West-Vlaanderen en 60 procent in Henegouwen. Voor de pandemie lag de werkloosheidsgraad ook historisch laag, op een niveau van zowat 3 procent.

Nederland wordt beter beheerd, dat zie je meteen aan de kwaliteit van de wegen. De Nederlandse politiek heeft de laatste jaren ook veel meer geïnvesteerd in een langetermijnaanpak voor defensie, infrastructuur, energie, milieu, pensioenfondsen enzovoort. Maar de Nederlandse politiek heeft vooral keuzes gemaakt in haar beleidsdomeinen, en duidelijke beslissingen genomen over wat de overheid nog moet doen. Wat ze blijft doen, doet ze goed, met de nodige administratieve ondersteuning en financiering. Bij ons blijft de overheid alles doen en hanteert ze de 'kaasschaafmethode', met als resultaat dat zowat elke dienst elk jaar minder krijgt en er amper nog wordt geïnvesteerd.

Ook tijdens deze coronapandemie gooide in Nederland niet alles dicht. De economie bleef in belangrijke mate open, en de nadruk lag op preventie en verantwoordelijkheidszin.

Begroting

Een week geleden las koning Willem-Alexander de troonrede 2020 voor, op aangeven van minister-president Mark Rutte. De ontvangsten van de rijksbegroting 2021 worden geraamd op 293 miljard euro. Dat is ruim 10 miljard minder dan het budget van 2019. De grootste klappen vallen te verwachten bij de vennootschapsbelasting (van 25,9 miljard in 2019 naar 19,7 miljard in 2021) en de socialezekerheidspremies. De opbrengsten uit de personenbelasting (66 naar 64 miljard), de btw en de accijnzen zouden relatief stabiel blijven.

De totale uitgaven voor 2021 worden begroot op 366,6 miljard euro. Dat geeft een tekort van 43,6 miljard euro voor 2021, terwijl er in 2019 nog 14 miljard euro overschot was. Het nationale overschot bedroeg 15,6 miljard in 2019, tegenover een lokaal tekort van 1,6 miljard.

Dient Nederland als gidsland voor België?

We zien ook opvallende trends in de uitgaven voor 2021. Dankzij de lagere schuldgraad en het budgettaire overschot in 2019, is er ruimte voor een neokeynesiaans beleid, om de economie te herlanceren en de sociale gevolgen van de pandemie op te vangen. De grootste twee posten krijgen veel extra geld. De uitgaven in de sociale zekerheid stijgen van 82 miljard in 2019 naar 98 miljard in 2021. Het budget van de zorg stijgt van 78 naar 86,7 miljard. Dat betekent dat het sociaal beleid in Nederland er liefst 24 miljard euro bij krijgt.

Ook opvallend is dat het nummer drie en vier in de lijst van uitgaven ook wat groeien: onderwijs (40 miljard in 2021) en lokale besturen (35,7 miljard). En ook het derde peloton van uitgaven ontsnapt aan saneringen. Het buitenlands beleid krijgt er een klein miljard euro bij, tot 14 miljard euro. Naar justitie en veiligheid gaat zelfs 1,5 miljard meer, 12,6 miljard in totaal. Ook wenst Nederland tegen 2024 zijn NAVO-doelstellingen te bereiken, waardoor de begroting van Landsverdediging met ruim één miljard euro toeneemt, tot 11,2 miljard.

Peilingen

Op 17 maart 2021 trekt Nederland naar de stembus. De huidige vierpartijencoalitie van de VVD (liberalen), de rechtse ChristenUnie, het CDA (christendemocraten) en D66 (links-liberalen) heeft geen meerderheid meer in de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer heeft ze er zelfs nooit een gehad. Meestal krijgt de regering steun van de PvdA, de verliezer van de verkiezingen van 2017.

Als we de peilingen mogen geloven, dan zullen het CDA en D66 elk zowat een derde van hun zetels verliezen en terugvallen op 13 zetels in de Tweede Kamer. Voor de VVD van premier Rutte zou er een status quo zijn, waardoor de partij zou eindigen op de eenzame hoogte van 33 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. De ChristenUnie zou een zetel winnen. De coalitie zou dus niet langer levensvatbaar zijn.

Eén zaak staat vast: Mark Rutte gaat naar een vierde ambtstermijn als regeringsleider. Alleen is het nog onduidelijk met wie zijn partij een coalitie zal vormen. Opvallend is dat de linkse oppositiepartijen SP en GroenLinks verliezen, en dat de sociaaldemocratische PvdA nauwelijks de rug kan rechten na de historische klap van 2017. In ieder geval wijzen de peilingen al geruime tijd op een electorale ruk naar rechts. De ChristenUnie en de calvinistische SGP staan op een lichte winst, maar een veel grotere winst wordt voorspeld voor de extreemrechtse partijen PVV van Geert Wilders en FVD van Thierry Baudet. Na de verkiezingen van 2017 hadden de VVD, de PVV en de FVD samen 55 zetels in de Tweede Kamer. De recente peilingen geven die drie partijen al 69 zetels.

Conclusie

Uit dat alles kunnen we concluderen dat Nederland de economische en budgettaire klap van de coronacrisis veel gemakkelijker kan opvangen, omdat het land in het verleden orde op zaken heeft gesteld in zijn openbare financiën en zijn overheidsapparaat. De kans is meer dan reëel dat onze noorderburen veel sneller opnieuw aansluiting vinden met de situatie van voor de coronapandemie. Desondanks dreigt de samenstelling van een Nederlandse regering in 2021 een formatie operatie à la Belge te worden.

Al sinds de begroting van 2016 heeft Nederland elk jaar overschotten. Dat is ons land nooit gelukt. Onze noorderburen zijn er op die manier in geslaagd de schuldgraad tegen eind 2019 terug te brengen tot iets onder 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp), of 395 miljard euro. België was voor de coronapandemie niet verder geraakt dan 99 procent van het bbp. Het Nederlandse overheidsbeslag is gedaald van 50 procent in 2010 naar 43 procent eind 2019. België is nooit onder 50 procent geraakt. Ook de belastingdruk ligt er een stuk lager dan bij ons. Nederlanders houden met andere woorden netto veel meer over van hun brutoloon dan Belgen. De lasten op arbeid zijn in Nederland gevoelig verlaagd, en dat resulteert ook in een tewerkstellingsgraad van bijna 80 procent. Bij ons ligt die tussen 76 procent in West-Vlaanderen en 60 procent in Henegouwen. Voor de pandemie lag de werkloosheidsgraad ook historisch laag, op een niveau van zowat 3 procent. Nederland wordt beter beheerd, dat zie je meteen aan de kwaliteit van de wegen. De Nederlandse politiek heeft de laatste jaren ook veel meer geïnvesteerd in een langetermijnaanpak voor defensie, infrastructuur, energie, milieu, pensioenfondsen enzovoort. Maar de Nederlandse politiek heeft vooral keuzes gemaakt in haar beleidsdomeinen, en duidelijke beslissingen genomen over wat de overheid nog moet doen. Wat ze blijft doen, doet ze goed, met de nodige administratieve ondersteuning en financiering. Bij ons blijft de overheid alles doen en hanteert ze de 'kaasschaafmethode', met als resultaat dat zowat elke dienst elk jaar minder krijgt en er amper nog wordt geïnvesteerd. Ook tijdens deze coronapandemie gooide in Nederland niet alles dicht. De economie bleef in belangrijke mate open, en de nadruk lag op preventie en verantwoordelijkheidszin. Een week geleden las koning Willem-Alexander de troonrede 2020 voor, op aangeven van minister-president Mark Rutte. De ontvangsten van de rijksbegroting 2021 worden geraamd op 293 miljard euro. Dat is ruim 10 miljard minder dan het budget van 2019. De grootste klappen vallen te verwachten bij de vennootschapsbelasting (van 25,9 miljard in 2019 naar 19,7 miljard in 2021) en de socialezekerheidspremies. De opbrengsten uit de personenbelasting (66 naar 64 miljard), de btw en de accijnzen zouden relatief stabiel blijven.De totale uitgaven voor 2021 worden begroot op 366,6 miljard euro. Dat geeft een tekort van 43,6 miljard euro voor 2021, terwijl er in 2019 nog 14 miljard euro overschot was. Het nationale overschot bedroeg 15,6 miljard in 2019, tegenover een lokaal tekort van 1,6 miljard. We zien ook opvallende trends in de uitgaven voor 2021. Dankzij de lagere schuldgraad en het budgettaire overschot in 2019, is er ruimte voor een neokeynesiaans beleid, om de economie te herlanceren en de sociale gevolgen van de pandemie op te vangen. De grootste twee posten krijgen veel extra geld. De uitgaven in de sociale zekerheid stijgen van 82 miljard in 2019 naar 98 miljard in 2021. Het budget van de zorg stijgt van 78 naar 86,7 miljard. Dat betekent dat het sociaal beleid in Nederland er liefst 24 miljard euro bij krijgt. Ook opvallend is dat het nummer drie en vier in de lijst van uitgaven ook wat groeien: onderwijs (40 miljard in 2021) en lokale besturen (35,7 miljard). En ook het derde peloton van uitgaven ontsnapt aan saneringen. Het buitenlands beleid krijgt er een klein miljard euro bij, tot 14 miljard euro. Naar justitie en veiligheid gaat zelfs 1,5 miljard meer, 12,6 miljard in totaal. Ook wenst Nederland tegen 2024 zijn NAVO-doelstellingen te bereiken, waardoor de begroting van Landsverdediging met ruim één miljard euro toeneemt, tot 11,2 miljard.Op 17 maart 2021 trekt Nederland naar de stembus. De huidige vierpartijencoalitie van de VVD (liberalen), de rechtse ChristenUnie, het CDA (christendemocraten) en D66 (links-liberalen) heeft geen meerderheid meer in de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer heeft ze er zelfs nooit een gehad. Meestal krijgt de regering steun van de PvdA, de verliezer van de verkiezingen van 2017. Als we de peilingen mogen geloven, dan zullen het CDA en D66 elk zowat een derde van hun zetels verliezen en terugvallen op 13 zetels in de Tweede Kamer. Voor de VVD van premier Rutte zou er een status quo zijn, waardoor de partij zou eindigen op de eenzame hoogte van 33 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. De ChristenUnie zou een zetel winnen. De coalitie zou dus niet langer levensvatbaar zijn. Eén zaak staat vast: Mark Rutte gaat naar een vierde ambtstermijn als regeringsleider. Alleen is het nog onduidelijk met wie zijn partij een coalitie zal vormen. Opvallend is dat de linkse oppositiepartijen SP en GroenLinks verliezen, en dat de sociaaldemocratische PvdA nauwelijks de rug kan rechten na de historische klap van 2017. In ieder geval wijzen de peilingen al geruime tijd op een electorale ruk naar rechts. De ChristenUnie en de calvinistische SGP staan op een lichte winst, maar een veel grotere winst wordt voorspeld voor de extreemrechtse partijen PVV van Geert Wilders en FVD van Thierry Baudet. Na de verkiezingen van 2017 hadden de VVD, de PVV en de FVD samen 55 zetels in de Tweede Kamer. De recente peilingen geven die drie partijen al 69 zetels. Uit dat alles kunnen we concluderen dat Nederland de economische en budgettaire klap van de coronacrisis veel gemakkelijker kan opvangen, omdat het land in het verleden orde op zaken heeft gesteld in zijn openbare financiën en zijn overheidsapparaat. De kans is meer dan reëel dat onze noorderburen veel sneller opnieuw aansluiting vinden met de situatie van voor de coronapandemie. Desondanks dreigt de samenstelling van een Nederlandse regering in 2021 een formatie operatie à la Belge te worden.