Iedere presidentsverkiezing in de Verenigde Staten is de belangrijkste in de geschiedenis. Iedere vier jaar staat alles weer op het spel: het voortbestaan van de grootste economie ter wereld, de vrijheid, de ziel van het land. Toch is het deze keer anders. Nooit eerder heeft een zittende president gezegd dat hij zich niet op voorhand wil neerleggen bij de verkiezingsuitslag en dat een vreedzame overdracht van de macht niet gegarandeerd is.

Toen Donald Trump zich ruim vier jaar geleden meldde aan het politieke front, ontstond al snel een gevleugelde uitdrukking: fans nemen hem niet letterlijk, maar wel serieus, critici nemen hem niet serieus maar wel letterlijk. Inmiddels neemt vrijwel iedereen Trump zowel letterlijk als serieus. Dus ook wanneer de president zegt dat hij 'nog moet zien' of hij het oordeel van de kiezer zal accepteren.

Zo werpt zich een schaduw over razend spannende verkiezingen. Een president die al op voorhand zegt dat zijn tegenstander fraude zal plegen, die mogelijk weigert om weg te gaan en zwaait met scenario's van geweld, associëren we doorgaans met een wankele bananenrepubliek of een ex-sovjetstaat. Niet met het land dat zichzelf beschouwt als een baken voor de democratie in de wereld.

Deze presidentsverkiezingen gaan over de democratie zelf.

Misschien is het tijd om ons beeld van de Verenigde Staten, Europa's belangrijkste bondgenoot, bij te stellen. Misschien heeft het land de familie van liberale democratieën verlaten, en zich aangesloten bij een andere politieke bloedgroep. Twee jaar geleden - Trump was halverwege zijn termijn - deed ik die suggestie in een boek getiteld De Autoritaire verleiding. Over de opmars van de antiliberale wereldorde. Dat was gebaseerd op onderzoek in Rusland, Hongarije, Turkije en India. Het verband tussen die landen is dat er er sprake is van democratie in smalle zin - er zijn verkiezingen - maar de zaken die een democratie gezond maken, zijn afwezig. Denk aan respect voor onafhankelijke instituties, erkenning van de legitimiteit van de oppositie en besef dat een kritische pers geen 'volksvijand' is.

Ik heb lang getwijfeld of ik Amerika in dat rijtje landen zou opnemen. Vanuit mijn standplaats Washington DC zag ik de parallellen: het verwijt van fake news vanuit het Witte Huis, de weigering van Trump om controle op zijn macht door het Congres toe te laten, het vijanddenken richting het andere kamp. En dus kreeg De Autoritaire verleiding ook een hoofdstuk Amerika.

Dat kwam me op kritiek te staan. Amerika, met zijn lange democratische geschiedenis en robuuste instituties, dat is toch heel wat anders dan het postcommunistische Rusland, het postkoloniale India of het autoritaire Turkije? Dat klopt, het voortraject verschilt, maar toch zijn deze landen uitgekomen op eenzelfde punt: ze worden bestuurd door een gekozen leider die de liberale democratie met de voeten treedt.

Nu de verkiezingen naderen, sta ik alleen maar meer achter de keuze Amerika op te nemen in de lijst van landen die meer autoritair dan democratisch zijn. Over wat democratie precies behelst, is gedurende 2000 jaar politieke filosofie eindeloos geboomd. Maar over één basiscriterium is iedereen het eens: democratie betekent dat kiezers op een gezet moment een eerlijke gelegenheid moeten hebben om een andere leider te kiezen. Door op voorhand twijfel te zaaien over de legitimiteit van de verkiezingsuitslag, geeft Trump aan dat hij dit principe niet onderschrijft.

Is de Amerikaanse democratie ten dode opgeschreven? Dat niet. Als een langdurig verblijf hier een ding leert, is het dat extremen elkaar snel kunnen afwisselen. Misschien wordt Trump afgestraft voor zijn antiliberalisme. Misschien wint hij. Amerika gaat inderdaad de belangrijkste verkiezingen in zijn geschiedenis tegemoet: een stembusgang die gaat over de democratie zelf.

Iedere presidentsverkiezing in de Verenigde Staten is de belangrijkste in de geschiedenis. Iedere vier jaar staat alles weer op het spel: het voortbestaan van de grootste economie ter wereld, de vrijheid, de ziel van het land. Toch is het deze keer anders. Nooit eerder heeft een zittende president gezegd dat hij zich niet op voorhand wil neerleggen bij de verkiezingsuitslag en dat een vreedzame overdracht van de macht niet gegarandeerd is. Toen Donald Trump zich ruim vier jaar geleden meldde aan het politieke front, ontstond al snel een gevleugelde uitdrukking: fans nemen hem niet letterlijk, maar wel serieus, critici nemen hem niet serieus maar wel letterlijk. Inmiddels neemt vrijwel iedereen Trump zowel letterlijk als serieus. Dus ook wanneer de president zegt dat hij 'nog moet zien' of hij het oordeel van de kiezer zal accepteren. Zo werpt zich een schaduw over razend spannende verkiezingen. Een president die al op voorhand zegt dat zijn tegenstander fraude zal plegen, die mogelijk weigert om weg te gaan en zwaait met scenario's van geweld, associëren we doorgaans met een wankele bananenrepubliek of een ex-sovjetstaat. Niet met het land dat zichzelf beschouwt als een baken voor de democratie in de wereld. Misschien is het tijd om ons beeld van de Verenigde Staten, Europa's belangrijkste bondgenoot, bij te stellen. Misschien heeft het land de familie van liberale democratieën verlaten, en zich aangesloten bij een andere politieke bloedgroep. Twee jaar geleden - Trump was halverwege zijn termijn - deed ik die suggestie in een boek getiteld De Autoritaire verleiding. Over de opmars van de antiliberale wereldorde. Dat was gebaseerd op onderzoek in Rusland, Hongarije, Turkije en India. Het verband tussen die landen is dat er er sprake is van democratie in smalle zin - er zijn verkiezingen - maar de zaken die een democratie gezond maken, zijn afwezig. Denk aan respect voor onafhankelijke instituties, erkenning van de legitimiteit van de oppositie en besef dat een kritische pers geen 'volksvijand' is.Ik heb lang getwijfeld of ik Amerika in dat rijtje landen zou opnemen. Vanuit mijn standplaats Washington DC zag ik de parallellen: het verwijt van fake news vanuit het Witte Huis, de weigering van Trump om controle op zijn macht door het Congres toe te laten, het vijanddenken richting het andere kamp. En dus kreeg De Autoritaire verleiding ook een hoofdstuk Amerika.Dat kwam me op kritiek te staan. Amerika, met zijn lange democratische geschiedenis en robuuste instituties, dat is toch heel wat anders dan het postcommunistische Rusland, het postkoloniale India of het autoritaire Turkije? Dat klopt, het voortraject verschilt, maar toch zijn deze landen uitgekomen op eenzelfde punt: ze worden bestuurd door een gekozen leider die de liberale democratie met de voeten treedt. Nu de verkiezingen naderen, sta ik alleen maar meer achter de keuze Amerika op te nemen in de lijst van landen die meer autoritair dan democratisch zijn. Over wat democratie precies behelst, is gedurende 2000 jaar politieke filosofie eindeloos geboomd. Maar over één basiscriterium is iedereen het eens: democratie betekent dat kiezers op een gezet moment een eerlijke gelegenheid moeten hebben om een andere leider te kiezen. Door op voorhand twijfel te zaaien over de legitimiteit van de verkiezingsuitslag, geeft Trump aan dat hij dit principe niet onderschrijft.Is de Amerikaanse democratie ten dode opgeschreven? Dat niet. Als een langdurig verblijf hier een ding leert, is het dat extremen elkaar snel kunnen afwisselen. Misschien wordt Trump afgestraft voor zijn antiliberalisme. Misschien wint hij. Amerika gaat inderdaad de belangrijkste verkiezingen in zijn geschiedenis tegemoet: een stembusgang die gaat over de democratie zelf.