Als de kamer van Volksvertegenwoordigers wordt gevolgd, kan het volgende federale parlement beslissen het stemrecht in te voeren vanaf de leeftijd van zestien jaar. België zou daarmee inhaken op een kleine maar groeiende trend die onder andere Oostenrijk en Brazilië al hebben omarmd en die op nogal wat sympathie kan rekenen onder activisten en opiniemakers.

Ik twijfel. De argumenten voor een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd zijn nogal doorzichtig. Er is de stelling dat wie oud genoeg is om te werken en belastingen te betalen, ook oud genoeg is om te stemmen. Dat klinkt overtuigend maar haakt terug naar het cijnskiesrecht, waarin het stemrecht de afgeleide was van de economische positie en het betalen van belastingen.

Alle democratieën hebben die logica van economische macht ingeruild voor een algemeen stemrecht. Niet de economische status, maar het burgerschap is daar bepalend om deel te nemen aan het politieke bestel. Waar is de grens van het burgerschap, is dan de juiste vraag.

Er is de stelling dat we voor zestien jaar moeten kiezen opdat de politieke belangen van de jongeren zouden meetellen. Kijk naar de brexit, het klimaatdebat, de demografische vergrijzing, de schuldenlast, en je beseft dat de jongeren worden genegeerd, luidt het oordeel. Dat klinkt alweer aannemelijk, maar is heel problematisch. Waarom stoppen op zestien jaar? Hebben vijftienjarigen of jongere kinderen dan geen belangen? Kunnen die belangen dan niet worden uitgedrukt?

Wie de belangen van de jongere generaties consequent wil laten doorwegen bij verkiezingen, eindigt in meervoudig stemrecht voor hun ouders. Dat gaat terug naar de negentiende eeuw, toen onderscheiden politiek gewicht aan onderscheiden kiezersgroepen werd toegekend. Dat gaat in tegen de fundamentele democratische gelijkheid van elke kiezer, waarvoor we juist het enkelvoudig stemrecht hebben ingevoerd in de twintigste eeuw.

Democratie is voor volwassenen.

Verkiezingen zijn ook veel meer dan een oefening in groepsbelangen. Democratie is een politiek systeem waarin burgers via het stemrecht afgevaardigden aanwijzen die het algemene belang moeten uitdragen. Democratie is geen methode om de private belangen van alle kiezers door te trekken in oneindige politieke facties. Democratie betekent een collectieve politieke participatie in het bestuur van een politieke eenheid die de vorige, de huidige en de volgende generaties verbindt.

Onze moderne democratie kreunt al onder een permanent opbod van belangen en belangengroepen. We verlenen die democratie geen dienst met de aanpassing van het stemrecht ter organisatie van een zoveelste electorale belangengroep. We hebben geen behoefte aan nog meer democratische verkaveling. We hebben behoefte aan meer vertegenwoordiging die de verkaveling overstijgt met politiek leiderschap. Verkiezingen moeten dat leiderschap faciliteren.

Landen en deelstaten die experimenteren met de leeftijdsgrens van zestien jaar doen dat alleen voor een stemrecht, niet voor een opkomstplicht zoals in België. Als je stemmen enkel toelaat, kunnen politiek bewuste zestienjarigen zichzelf en hun ouders tot politieke participatie motiveren. Als je stemmen verplicht, zet je de deur open voor manipulatie van een bevolkingsgroep die daarvoor kwetsbaar is.

Natuurlijk is elke leeftijdsgrens relatief, of die nu achttien jaar is of lager. Tot diep in de twintigste eeuw was de stemgerechtigde leeftijd in België 21 jaar. Maar achter elke leeftijdsgrens steekt geen arbitraire discriminatie, maar het diepe besef dat stemrecht tegelijkertijd het voorrecht en de verplichting is van het burgerschap dat in elke democratie moet worden verdiend.

Democratie is open in haar eindbestemming. Haar succes is afhankelijk van de verantwoordelijkheid en de moraliteit van de participanten in het democratische proces, de kiezers inbegrepen. Precies daarom is democratie voor volwassenen.