De Special Drawing Rights (SDR) of speciale trekkingsrechten zijn een soort internationale reservemunt. Die wordt beheerd door de belangrijkste gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Na het einde van het Bretton Woods-akkoord in augustus 1971 werden de speciale trekkingsrechten ingevoerd om enige leiding te brengen in het monetaire gebeuren op deze aardbol. In de beginfase werd de SDR-waarde gerelateerd met een korf van de voornaamste munten: de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, de Duitse mark, de Franse frank en het Britse pond.

De Amerikaanse munt was toonaangevend met een aandeel van 39 tot 42 procent in de korf. Een stuk verderop stond de Duitse mark met een aandeel van 19 tot 21 procent. De samenstelling van de korf bleef beperkt tot vijf van de zeven landen van de Groep van Zeven (G7). De Italiaanse lire en de Canadese dollar maakten nooit deel uit van de SDR-korf. Vanaf 1999 kwam de euro in de plaats van de mark en de Franse frank met een aandeel van 32 procent of de optelsom van de twee oude Europese munten.

Om de vijf jaar dient de korf te worden herzien op basis van twee parameters: het aandeel van een land in de wereldhandel en het mondiale gebruik van de nationale munt in het internationale financiële verkeer.

De laatste vastlegging van de SDR-korf met vier munten (dollar, pond, yen en euro) was in 2011. De dollar bleef de belangrijkste munt met 41,9 procent (2,1% minder dan in 2006), de euro had een aandeel van 37,4 procent (+3,4%), het pond 11,3 procent (+0,3%) en de yen 9,4 procent (-1,6%). In 2016 stelde zich de discussie om de Chinese yuan toe te laten in de korf. Dat werd uiteindelijk toegestaan, wegens het grote aandeel van de Chinese Volksrepubliek in de wereldhandel. Met de economische zones Macao en Hongkong heeft het communistische land een groter aandeel in de wereldhandel dan de Verenigde Staten (VS 11,7% en China 13,3%). Ten aanzien van de tweede parameter was er geen argument te vinden om China toe te laten. De yuan is niet vrij inwisselbaar, China is een staatsgeleide economie en het statuut van de Chinese nationale bank is te vergelijken met een filiaal van de Communistische Partij.

De verdeling van 2016, toen ECB-voorzitter Lagarde nog de bazin van het IMF was, was een afgang voor de euro. De dollar kreeg een aandeel van 41,73 procent (-0,17% in vergelijking met 2011) in de SDR-korf, de euro kreeg nog 30,93 procent (-6,47%), de yuan kreeg 10,92 procent als nieuweling, de yen zakte naar 8,33 procent (-1,07%) en het pond is nog goed voor 8,09 procent (-3,21%).

De volgende afspraak over de geldelijke macht op deze planeet: zomer 2022.

Nieuwe leden?

Wie zou nog kunnen toetreden? Men dient te zoeken in de lijst van landen die deel uitmaken van de G7, landen met een belangrijk aandeel in de wereldhandel en landen met een belangrijk financieel centrum waarvan de munt op wereldniveau wordt gebruikt. In de eerste groep blijft alleen Canada over. Maar is de Canadese dollar belangrijk genoeg om deel uit te maken van de korf ? Canada is wel het elfde land in de wereldhandel. Zuid-Korea heeft een achtste plaats in de wereldhandel, Singapore staat op twaalf en India op dertien. Vooral dat laatste land heeft een enorme bevolking, doch geen al te stevige monetaire reputatie. Rest dan nog Zwitserland met een enorm financieel centrum, maar een land met 10 miljoen inwoners meenemen in de SDR-korf is moeilijk te verkopen.

Er zullen ook geen landen uit de korf worden gehaald. Het Verenigd Koninkrijk blijft een belangrijke speler met Londen als financieel en goudcentrum, een land met een veto in de VN Veiligheidsraad en een vast lid bij de Bank van Internationale Betalingen.

De discussie zal gaan over de huidige verdeling van de waarden in de SDR-korf met vijf leden. In principe moest die herverdeling op dit ogenblik doorgaan. Maar de executive board (de 24 directeurs, waaronder de Benelux) van het IMF besliste op 5 maart de ingang van de nieuwe verdeling uit te stellen van 1 oktober 2021 tot 1 augustus 2022. De voornaamste redenen voor die tien maanden uitstel voor de beslissing over de monetaire macht op deze wereld, zijn de covid-19-pandemie en het feit dat de economische markten niet optimaal hebben kunnen werken. De vraag is maar of dat in 2022 wel het geval zal zijn.

Voor de nieuwe verdeling zal worden gekeken naar de toestand van van de munt van de landen en hun aandeel in de wereldhandel. Daarnaast hebben de Amerikanen, de Britten en de Chinezen een veel efficiëntere vaccinatiecampagne gevoerd dan de eurozone. De economische en budgettaire kosten van de pandemie lijken ook het hoogst te zijn in de eurozone. Ook de spanningen tussen de Verenigde Staten en China zullen meespelen in de nieuwe verdeling. Op dat gebied is er geen verschil tussen de regering-Biden of de regering-Trump. De cruciale vraag is hoeveel het aandeel van de Chinese munt zal stijgen in de korf en welke munt daarvoor zal betalen met een dalend aandeel.

De uitstelperiode valt midden in een zeer cruciale Europese electorale periode. Duitsland gaat in september 2021 naar de stembus en de Fransen in mei 2022. Bij de opvolging van Lagarde bij het IMF heeft Europa niet gekozen voor iemand uit de eurozone en dat was niet bepaald de slimste zet van het oude continent. De volgende afspraak over de geldelijke macht op deze planeet: zomer 2022.

De Special Drawing Rights (SDR) of speciale trekkingsrechten zijn een soort internationale reservemunt. Die wordt beheerd door de belangrijkste gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Na het einde van het Bretton Woods-akkoord in augustus 1971 werden de speciale trekkingsrechten ingevoerd om enige leiding te brengen in het monetaire gebeuren op deze aardbol. In de beginfase werd de SDR-waarde gerelateerd met een korf van de voornaamste munten: de Amerikaanse dollar, de Japanse yen, de Duitse mark, de Franse frank en het Britse pond. De Amerikaanse munt was toonaangevend met een aandeel van 39 tot 42 procent in de korf. Een stuk verderop stond de Duitse mark met een aandeel van 19 tot 21 procent. De samenstelling van de korf bleef beperkt tot vijf van de zeven landen van de Groep van Zeven (G7). De Italiaanse lire en de Canadese dollar maakten nooit deel uit van de SDR-korf. Vanaf 1999 kwam de euro in de plaats van de mark en de Franse frank met een aandeel van 32 procent of de optelsom van de twee oude Europese munten. Om de vijf jaar dient de korf te worden herzien op basis van twee parameters: het aandeel van een land in de wereldhandel en het mondiale gebruik van de nationale munt in het internationale financiële verkeer.De laatste vastlegging van de SDR-korf met vier munten (dollar, pond, yen en euro) was in 2011. De dollar bleef de belangrijkste munt met 41,9 procent (2,1% minder dan in 2006), de euro had een aandeel van 37,4 procent (+3,4%), het pond 11,3 procent (+0,3%) en de yen 9,4 procent (-1,6%). In 2016 stelde zich de discussie om de Chinese yuan toe te laten in de korf. Dat werd uiteindelijk toegestaan, wegens het grote aandeel van de Chinese Volksrepubliek in de wereldhandel. Met de economische zones Macao en Hongkong heeft het communistische land een groter aandeel in de wereldhandel dan de Verenigde Staten (VS 11,7% en China 13,3%). Ten aanzien van de tweede parameter was er geen argument te vinden om China toe te laten. De yuan is niet vrij inwisselbaar, China is een staatsgeleide economie en het statuut van de Chinese nationale bank is te vergelijken met een filiaal van de Communistische Partij. De verdeling van 2016, toen ECB-voorzitter Lagarde nog de bazin van het IMF was, was een afgang voor de euro. De dollar kreeg een aandeel van 41,73 procent (-0,17% in vergelijking met 2011) in de SDR-korf, de euro kreeg nog 30,93 procent (-6,47%), de yuan kreeg 10,92 procent als nieuweling, de yen zakte naar 8,33 procent (-1,07%) en het pond is nog goed voor 8,09 procent (-3,21%). Wie zou nog kunnen toetreden? Men dient te zoeken in de lijst van landen die deel uitmaken van de G7, landen met een belangrijk aandeel in de wereldhandel en landen met een belangrijk financieel centrum waarvan de munt op wereldniveau wordt gebruikt. In de eerste groep blijft alleen Canada over. Maar is de Canadese dollar belangrijk genoeg om deel uit te maken van de korf ? Canada is wel het elfde land in de wereldhandel. Zuid-Korea heeft een achtste plaats in de wereldhandel, Singapore staat op twaalf en India op dertien. Vooral dat laatste land heeft een enorme bevolking, doch geen al te stevige monetaire reputatie. Rest dan nog Zwitserland met een enorm financieel centrum, maar een land met 10 miljoen inwoners meenemen in de SDR-korf is moeilijk te verkopen. Er zullen ook geen landen uit de korf worden gehaald. Het Verenigd Koninkrijk blijft een belangrijke speler met Londen als financieel en goudcentrum, een land met een veto in de VN Veiligheidsraad en een vast lid bij de Bank van Internationale Betalingen.De discussie zal gaan over de huidige verdeling van de waarden in de SDR-korf met vijf leden. In principe moest die herverdeling op dit ogenblik doorgaan. Maar de executive board (de 24 directeurs, waaronder de Benelux) van het IMF besliste op 5 maart de ingang van de nieuwe verdeling uit te stellen van 1 oktober 2021 tot 1 augustus 2022. De voornaamste redenen voor die tien maanden uitstel voor de beslissing over de monetaire macht op deze wereld, zijn de covid-19-pandemie en het feit dat de economische markten niet optimaal hebben kunnen werken. De vraag is maar of dat in 2022 wel het geval zal zijn. Voor de nieuwe verdeling zal worden gekeken naar de toestand van van de munt van de landen en hun aandeel in de wereldhandel. Daarnaast hebben de Amerikanen, de Britten en de Chinezen een veel efficiëntere vaccinatiecampagne gevoerd dan de eurozone. De economische en budgettaire kosten van de pandemie lijken ook het hoogst te zijn in de eurozone. Ook de spanningen tussen de Verenigde Staten en China zullen meespelen in de nieuwe verdeling. Op dat gebied is er geen verschil tussen de regering-Biden of de regering-Trump. De cruciale vraag is hoeveel het aandeel van de Chinese munt zal stijgen in de korf en welke munt daarvoor zal betalen met een dalend aandeel. De uitstelperiode valt midden in een zeer cruciale Europese electorale periode. Duitsland gaat in september 2021 naar de stembus en de Fransen in mei 2022. Bij de opvolging van Lagarde bij het IMF heeft Europa niet gekozen voor iemand uit de eurozone en dat was niet bepaald de slimste zet van het oude continent. De volgende afspraak over de geldelijke macht op deze planeet: zomer 2022.