Het loonoverleg met de werkgevers opblazen. Een algemene staking uitroepen op 9 november. Hoe voorspelbaar zijn de vakbonden toch. Hoe onverantwoordelijk gedragen ze zich tijdens de grootste energiecrisis en inflatiegolf in decennia. En hoe hypocriet. Eigenlijk willen ze helemaal niet praten met de werkgevers. Ze hebben daar een goede reden voor.

De vakbonden hebben niks te winnen bij sociaal overleg. Ze weten dat elk dossier dat 'de Groep van Tien' niet overleeft, op de regeringstafel belandt. Daar hebben ze voldoende bondgenoten. Of beter: voldoende partijen die onder druk van extreemlinks bereid zijn tot extra toegevingen. Meer strategie hoef je er niet achter te zoeken. Wat zou je anders verwachten van organisaties die zelf aanschurken tegen extreemlinks populisme? Bij het vorige interprofessioneel akkoord in 2021 ging het net zo. Toen woekerde de inflatie nog niet zoals vandaag en lag een beperkte reële loonstijging van 0,4 procent op de tafel. Becijferd door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en rekening houdend met de loonevolutie bij onze voornaamste handelspartners. Het bleek te weinig voor de vakbonden. De discussie verplaatste zich naar de Vivaldi-regering en daar ontstond het obligate toemaatje: de coronacheque. Bedrijven konden een eenmalige nettopremie tot 500 euro uitkeren, boven op de afgesproken loonstijging. De les voor de vakbonden? Weglopen loont. Een extraatje volgt sowieso. Tot zover de sociale vrede van tegenwoordig.

De vakbonden hebben niks te winnen bij sociaal overleg.

Welke sociale vrede? De vakbonden en de werkgevers leven in twee verschillende werelden. Nochtans hebben ze genoeg nuttig werk te doen. Als de wereld verandert, heb je immers de plicht oude afspraken en versleten instrumenten tegen het licht te houden. Denk maar aan de onhoudbare automatische loonindexering. In normale tijden heeft die zeker haar verdiensten. Dan is ze zelfs een garantie voor het koopkrachtbehoud voor de lagere inkomens, die vaak in een kwetsbare onderhandelingspositie staan tegenover hun werkgever. In diezelfde normale tijden is de automatische indexering ook een prima vertrekbasis voor onderhandelingen. Over koopkracht hoeven we dan al niet meer te praten. Alleen nog over groei. De index heeft ten slotte een milderend effect in tijden van crisis. Daarom hoeft onze indexering niet op de schop, ook al zijn we bijna een unicum in de wereld.

Maar nu leven we in abnormale tijden. Met de huidige energieprijzen en inflatie beschermt de automatische loonindexering de lagere inkomens onvoldoende. In reële euro's vangen de hoogste inkomens dan weer meer dan genoeg. En voor de bedrijven is het systeem niet te betalen. Er ontstaat een reële loonhandicap ten opzichte van onze concurrenten, waar de Belgische economie nog jarenlang van zal moeten bekomen. En de kwetsbaarste groepen zijn er niet eens mee geholpen. Je zou denken dat de vakbonden in de eerste plaats de kwetsbaarste mensen willen beschermen. In de realiteit beschermen ze alleen het indexmechanisme zelf. Dat bedrijven bloeden en de toekomstige welvaart onder druk komt, maakt hun rekening niet. Liever vragen ze er nog meer inspanningen bovenop.

Bovendien negeren ze nog een ander probleem. Met onze automatische loonindexering, ondersteunende maatregelen zoals energiecheques of sociale tarieven, en snel toenemende overheidsuitgaven blijven we maar geld in de economie pompen. Terwijl de Europese Centrale Bank met haar renteverhogingen er alles aan doet om diezelfde economie enigszins af te remmen en de inflatie onder controle te krijgen. De vakbonden zetten de dolle rit liever voort. Ze eisen geld dat er niet is. Zo creëren ze een onrealistisch verwachtingspatroon en werken ze een ontwrichtende polarisering in de hand. Precies wat ze anderen graag verwijten.

Conclusie? Ik werk op 9 november. U toch ook?

Het loonoverleg met de werkgevers opblazen. Een algemene staking uitroepen op 9 november. Hoe voorspelbaar zijn de vakbonden toch. Hoe onverantwoordelijk gedragen ze zich tijdens de grootste energiecrisis en inflatiegolf in decennia. En hoe hypocriet. Eigenlijk willen ze helemaal niet praten met de werkgevers. Ze hebben daar een goede reden voor. De vakbonden hebben niks te winnen bij sociaal overleg. Ze weten dat elk dossier dat 'de Groep van Tien' niet overleeft, op de regeringstafel belandt. Daar hebben ze voldoende bondgenoten. Of beter: voldoende partijen die onder druk van extreemlinks bereid zijn tot extra toegevingen. Meer strategie hoef je er niet achter te zoeken. Wat zou je anders verwachten van organisaties die zelf aanschurken tegen extreemlinks populisme? Bij het vorige interprofessioneel akkoord in 2021 ging het net zo. Toen woekerde de inflatie nog niet zoals vandaag en lag een beperkte reële loonstijging van 0,4 procent op de tafel. Becijferd door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en rekening houdend met de loonevolutie bij onze voornaamste handelspartners. Het bleek te weinig voor de vakbonden. De discussie verplaatste zich naar de Vivaldi-regering en daar ontstond het obligate toemaatje: de coronacheque. Bedrijven konden een eenmalige nettopremie tot 500 euro uitkeren, boven op de afgesproken loonstijging. De les voor de vakbonden? Weglopen loont. Een extraatje volgt sowieso. Tot zover de sociale vrede van tegenwoordig. Welke sociale vrede? De vakbonden en de werkgevers leven in twee verschillende werelden. Nochtans hebben ze genoeg nuttig werk te doen. Als de wereld verandert, heb je immers de plicht oude afspraken en versleten instrumenten tegen het licht te houden. Denk maar aan de onhoudbare automatische loonindexering. In normale tijden heeft die zeker haar verdiensten. Dan is ze zelfs een garantie voor het koopkrachtbehoud voor de lagere inkomens, die vaak in een kwetsbare onderhandelingspositie staan tegenover hun werkgever. In diezelfde normale tijden is de automatische indexering ook een prima vertrekbasis voor onderhandelingen. Over koopkracht hoeven we dan al niet meer te praten. Alleen nog over groei. De index heeft ten slotte een milderend effect in tijden van crisis. Daarom hoeft onze indexering niet op de schop, ook al zijn we bijna een unicum in de wereld. Maar nu leven we in abnormale tijden. Met de huidige energieprijzen en inflatie beschermt de automatische loonindexering de lagere inkomens onvoldoende. In reële euro's vangen de hoogste inkomens dan weer meer dan genoeg. En voor de bedrijven is het systeem niet te betalen. Er ontstaat een reële loonhandicap ten opzichte van onze concurrenten, waar de Belgische economie nog jarenlang van zal moeten bekomen. En de kwetsbaarste groepen zijn er niet eens mee geholpen. Je zou denken dat de vakbonden in de eerste plaats de kwetsbaarste mensen willen beschermen. In de realiteit beschermen ze alleen het indexmechanisme zelf. Dat bedrijven bloeden en de toekomstige welvaart onder druk komt, maakt hun rekening niet. Liever vragen ze er nog meer inspanningen bovenop. Bovendien negeren ze nog een ander probleem. Met onze automatische loonindexering, ondersteunende maatregelen zoals energiecheques of sociale tarieven, en snel toenemende overheidsuitgaven blijven we maar geld in de economie pompen. Terwijl de Europese Centrale Bank met haar renteverhogingen er alles aan doet om diezelfde economie enigszins af te remmen en de inflatie onder controle te krijgen. De vakbonden zetten de dolle rit liever voort. Ze eisen geld dat er niet is. Zo creëren ze een onrealistisch verwachtingspatroon en werken ze een ontwrichtende polarisering in de hand. Precies wat ze anderen graag verwijten. Conclusie? Ik werk op 9 november. U toch ook?