Vanaf 14 september kunnen consumenten de deur naar hun zichtrekening en hun betaalgegevens openzetten voor andere banken en voor niet-banken. Dat lijkt op het eerste gezicht een prima zaak. De klant wordt baas over zijn eigen data. Hij kan vrij beslissen wat hij ermee doet en aan wie hij ze geeft. Facebook en co zitten likkebaardend toe te kijken.

Technologie- en internetbedrijfjes zijn zeer geïnteresseerd in de opening die de Europese betaalrichtlijn PSD2 in het solide fort van de banken slaat. Ze willen betalen eenvoudiger en goedkoper maken voor de klant. Het kan de innovatie in de financiële sector, waar de drempel voor nieuwkomers hoog is, ten goede komen. De keerzijde van de medaille is dat de toegang tot de infrastructuur van de banken en de beveiliging van de klantendata veel geld kosten. Geld dat die fintechbedrijfjes niet in overvloed hebben.

De technologiereuzen kunnen hun dataschuren tot de nok vullen dankzij PSD2.

De winnaars van het PSD2-verhaal zouden weleens de Amerikaanse en Chinese technologiereuzen Google, Facebook, Amazon, en Alibaba kunnen worden. Zij krijgen toegang tot de klantgegevens van de Europese banken, waardoor ze hun dataschuren tot de nok kunnen vullen. Omgekeerd is die verplichting er niet, wat de Europese financiële sector kan benadelen. In schaal en data zijn de Europese banken niet opgewassen tegen de internetgiganten.

Van concurrentiewaakhonden, privacybewakers en financiële toezichthouders mag worden verwacht dat zij doortastend optreden. Toezicht wordt essentieel, niet alleen om een explosie van fraude met betalingen te voorkomen. Als de toezichthouders er niet in slagen de dominantie van de bigtechreuzen aan banden te leggen, komen we in een wereld terecht waarin slechts een handvol bedrijven de dienst uitmaakt. Dat precies die bedrijven geen rekening houden met de privacy van het individu, is maatschappelijk verontrustend.