Met aandacht volgde ik het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan Brussel. Het bracht niet alleen een welkome stijlbreuk met zijn voorganger. Het werd ook een beredeneerde uitgestoken hand: bundel de krachten in de concurrentiestrijd met China. Want ook de Amerikanen worden steeds er meer met de neus op gedrukt dat de lokale productie en bevoorrading afhangt van de technologische grootmacht China. Onheilsberichten over het nijpende tekort aan microchips, de 'hersenen' van computers, zijn hier dagelijkse kost. Voor wie een auto, een spelcomputer of een smartphone wil kopen, loopt de wachttijd op.

In de Amerikaanse Senaat oversteeg de concurrentiedrang met China zowaar de doorgaans onoverbrugbare partijgrenzen. De Senaat nam een historische wet aan die de technologische en industriële capaciteit van de Verenigde Staten moet opkrikken. Als de 2400 pagina's tellende US Innovation and Competition Act ook in het Huis van Afgevaardigden standhoudt, wordt de volgende vijf jaar nagenoeg een kwart biljoen Amerikaanse dollar in wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling gepompt.

De sterren staan goed voor Europese ondernemers.

Maar er is meer nodig om China weerwerk te bieden. De hoogtechnologische aard van halfgeleiders, wetenschappelijk onderzoek naar propere energie en kwantumcomputing vraagt om samenwerking tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Er is niet enkel het wereldwijde tekort. Vooral de vraag naar steeds krachtigere chips die onze toestellen sneller en energiezuiniger maken, zal toenemen. Of chips voor technologieën van morgen, zoals gezondheidssensoren en zelfrijdende auto's. Daarin is België een uitblinker, bijvoorbeeld via het in Leuven gebaseerde en wereldvermaarde onderzoekscentrum imec.

Zelfs de handelsgeschillen tussen de trans-Atlantische partners gaan de goede kant op. Na zeventien jaar gebakkelei werd het dispuut over overheidssubsidies aan de vliegtuigbouwers Airbus en Boeing op pauze gezet. Het illustreert de verzoenende toon en het pragmatisme om de handen in elkaar te slaan.

Met de heropleving van het reizen, vaccinatiecampagnes op kruissnelheid en duidelijke signalen van de Amerikaanse regering dat investeren in de technologieën van de toekomst een topprioriteit zijn, staan de sterren goed voor Europese ondernemers. Ook voor Belgische bedrijven. Zij kunnen zeker meer dan het spreekwoordelijke graantje meepikken als de Verenigde Staten en de Europese Unie de koppen bij elkaar steken voor een wereldwijde leidende rol in propere energie, elektrische voertuigen, halfgeleiders en alle spitstechnologie die daar de basis van vormt. Het jongste innovatierapport van de Europese Commissie noemt België een van de leidende innovators met hoge scores voor innovatieve kmo's en toponderzoekers. Met Belgische bedrijven zoals Magnax, Magics Instruments, miDiagnostics, E-peas en Centrica Business Solutions kijk ik met vertrouwen naar de toekomst voor een kruisbestuiving over de oceaan heen.

Met aandacht volgde ik het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan Brussel. Het bracht niet alleen een welkome stijlbreuk met zijn voorganger. Het werd ook een beredeneerde uitgestoken hand: bundel de krachten in de concurrentiestrijd met China. Want ook de Amerikanen worden steeds er meer met de neus op gedrukt dat de lokale productie en bevoorrading afhangt van de technologische grootmacht China. Onheilsberichten over het nijpende tekort aan microchips, de 'hersenen' van computers, zijn hier dagelijkse kost. Voor wie een auto, een spelcomputer of een smartphone wil kopen, loopt de wachttijd op. In de Amerikaanse Senaat oversteeg de concurrentiedrang met China zowaar de doorgaans onoverbrugbare partijgrenzen. De Senaat nam een historische wet aan die de technologische en industriële capaciteit van de Verenigde Staten moet opkrikken. Als de 2400 pagina's tellende US Innovation and Competition Act ook in het Huis van Afgevaardigden standhoudt, wordt de volgende vijf jaar nagenoeg een kwart biljoen Amerikaanse dollar in wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling gepompt. Maar er is meer nodig om China weerwerk te bieden. De hoogtechnologische aard van halfgeleiders, wetenschappelijk onderzoek naar propere energie en kwantumcomputing vraagt om samenwerking tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Er is niet enkel het wereldwijde tekort. Vooral de vraag naar steeds krachtigere chips die onze toestellen sneller en energiezuiniger maken, zal toenemen. Of chips voor technologieën van morgen, zoals gezondheidssensoren en zelfrijdende auto's. Daarin is België een uitblinker, bijvoorbeeld via het in Leuven gebaseerde en wereldvermaarde onderzoekscentrum imec. Zelfs de handelsgeschillen tussen de trans-Atlantische partners gaan de goede kant op. Na zeventien jaar gebakkelei werd het dispuut over overheidssubsidies aan de vliegtuigbouwers Airbus en Boeing op pauze gezet. Het illustreert de verzoenende toon en het pragmatisme om de handen in elkaar te slaan. Met de heropleving van het reizen, vaccinatiecampagnes op kruissnelheid en duidelijke signalen van de Amerikaanse regering dat investeren in de technologieën van de toekomst een topprioriteit zijn, staan de sterren goed voor Europese ondernemers. Ook voor Belgische bedrijven. Zij kunnen zeker meer dan het spreekwoordelijke graantje meepikken als de Verenigde Staten en de Europese Unie de koppen bij elkaar steken voor een wereldwijde leidende rol in propere energie, elektrische voertuigen, halfgeleiders en alle spitstechnologie die daar de basis van vormt. Het jongste innovatierapport van de Europese Commissie noemt België een van de leidende innovators met hoge scores voor innovatieve kmo's en toponderzoekers. Met Belgische bedrijven zoals Magnax, Magics Instruments, miDiagnostics, E-peas en Centrica Business Solutions kijk ik met vertrouwen naar de toekomst voor een kruisbestuiving over de oceaan heen.