Aan de politieke einder wenken verkiezingen en dus is het proefballonnentijd. De stomende economie en de gierende arbeidsmarkt doen ballonnetjes opstijgen. Volledige werkgelegenheid is plots een politieke ambitie, beleden door minister Kris Peeters, overgenomen door de sp.a met georganiseerde basisbanen, verwaterd door Open Vld met gemeenschapsdienst door werklozen.
...

Aan de politieke einder wenken verkiezingen en dus is het proefballonnentijd. De stomende economie en de gierende arbeidsmarkt doen ballonnetjes opstijgen. Volledige werkgelegenheid is plots een politieke ambitie, beleden door minister Kris Peeters, overgenomen door de sp.a met georganiseerde basisbanen, verwaterd door Open Vld met gemeenschapsdienst door werklozen. Ik heb in een eerdere column de werkverzekering als een uitweg uit eeuwige werkloosheid bepleit. Maar waarover spreken we precies, wat is haalbaar en wenselijk, wat is prioritair en wat is bijzaak? Laten we beginnen met een volslagen evidentie: in geen enkel scenario kan nul werkloosheid de doelstelling zijn. In elke economie is een minimale werkloosheid natuurlijk en noodzakelijk, omdat ze de economische dynamiek van innovatie met baanveranderingen vertaalt en omdat ze het spel van vraag en aanbod in tewerkstelling vertegenwoordigt en faciliteert. Totale werkgelegenheid zou economische vooruitgang stremmen en aanwervingen belemmeren: een onheilsformule van tanende productiviteit en stijgende inflatie. De overheid mag dus geen volledige werkgelegenheid organiseren, maar moet juist vermijden dat de economie botst op een muur van krapte aan inzetbare werkwilligen. Die politieke rol geldt overal en altijd, maar is vandaag uitermate acuut. De eenmalige pensionering van de babyboomers en de diepe technologische transformatie van verschillende sectoren vergen veel vervanging, verandering en vernieuwing op de arbeidsmarkt. Daarom moet vooral meer worden ingezet op begeleiding naar regulier werk in plaats van op organiseren van niet-regulier werk. We mogen niet vervallen in zelfgenoegzaamheid over activering van werklozen, werkzoekenden en werkwilligen. Er is echt ruimte om beter te doen. We kunnen meer inzetten op langdurige werklozen. We kunnen meer transparantie en prestatiecultuur cultiveren voor arbeidsbemiddelaars zoals de VDAB, naar de praktijk in Scandinavië. We kunnen inzetten op het naar de arbeidsmarkt halen van de honderdduizenden niet-actieve burgers op beroepsactieve leeftijd. Daarin zal het OCMW vervellen van bijstand naar arbeidsmarkt, in een totaalvisie over activering. We moeten ook beseffen dat de reguliere economie de beste en meest duurzame optie is en blijft voor werkgelegenheid, loopbanen en begroting. Jobcreatie door de overheid, welk etiket we er ook op kleven, politiseert economische activiteit en kost geld. We weten uit uitgebreide ervaring met ettelijke banenplannen dat gesubsidieerde tewerkstelling gelijkstaat met oneerlijke concurrentie, kunstmatige krapte, aanzuigeffecten en oplopende uitgaven: denk maar aan de dienstencheques. Joborkestratie door de overheid kan slechts als al de rest is geprobeerd en is mislukt, als ultieme remedie tegen uitzichtloze werkloosheid. De reguliere economie staat aan onze zijde. We kunnen inzetten op het verlagen van barrières die de opstap naar die economie bemoeilijken. Selectief lagere minimumlonen en een scherpere combinatie van degressiviteit en begeleiding in de werkloosheidsverzekering zijn in België onbeproefde methodes die elders vruchten hebben afgeworpen voor probleemgroepen die moeilijk aan de bak geraken. Zo ook de symbolische tijdsbegrenzing van werkloosheidsuitkeringen. Dat alles staat centraal in wat ik de werkverzekering heb gedoopt. Volledige werkgelegenheid met overheidsgarantie is het verkeerde politieke debat op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. De grote uitdaging is meer mensen op de arbeidsmarkt en meer mensen in normale jobs te krijgen: niet alleen langdurig werklozen, maar ook niet-actieven, zieken, mindervaliden, niet-Europese immigranten, OCMW-steuntrekkers. Met de economische wind in de zeilen hebben we een unieke kans om onze samenleving en arbeidsmarkt inclusiever te maken. Met de juiste inzet kunnen we mensen uit het moeras van achterstelling richting normale loopbanen helpen. Laten we daarop inzetten, zonder taboes. Plus est en nous!