Zoals generaals de volgende oorlog voeren met de wapens van de vorige, strijden de onderhandelaars voor de volgende federale regering met de politiek van de vorige. De begroting en de vergrijzingskosten dwingen hen tot een uitputtingsslag over belastingen en uitkeringen. In plaats daarvan zouden welvaartsgroei en ecologische duurzaamheid de inzet moeten zijn.

De ontspoorde en mismeesterde welvaartsstaat hangt als een slagschaduw over ons aller toekomst. Los van alle partijpolitieke agenda's is de strijd om de Wetstraat een strijd tussen drie generaties. Hoever zal de generatie X, die nu aan zet is, zichzelf reduceren tot de politieke schatbewaarder van de babyboomgeneratie? Hoever zal ze de toekomst van de millennials en andere jongeren herleiden tot het afbetalen van de vergrijzingsfactuur?

Exorbitante verkiezingsbeloften over hogere minimumpensioenen en een lagere pensioenleeftijd, hogere minimumlonen en een lagere arbeidsduur, zinderen nog na. Hoever zal nog meer herverdeling en nog minder welvaartspotentieel een Cuba aan de Schelde organiseren? Hoever zal de volgende regering de volgende generatie beroven van de speelruimte om haar eigen toekomst te kunnen kiezen en maken?

De eenentwintigste eeuw hoeft niet de gevangene te zijn van de twintigste. Er is een alternatieve politieke strijd, met nieuwe wapens. Laten we het pensioen met pensioen sturen. Geen hakbijlleeftijd meer die mensen op non-actief zet. Alleen minimale effectieve arbeid, met betaalde sociale bijdragen, om aanspraak te maken op een pensioenuitkering. Te combineren met langer werken voor wie dat wil. Niet uw leeftijd maar uw bijdrage aan de solidariteit bepaalt uw recht op een uitkering.

De vereiste solidariteit op basis van arbeid moet natuurlijk strenger zolang de jongere generatie de pensioenen moet betalen voor de oudere, die talrijker is en langer leeft. Dat is het equivalent van een verhoogde pensioenleeftijd. Daarin kunnen we ook sneller schakelen. Dat geeft meteen minder pensioenuitgaven en meer pensioenbijdragen, zowel gedragen als betaald door de babyboomgeneratie. Dat is solidariteit tussen generaties die in twee richtingen werkt en die talent langer actief houdt. Het is een beter idee dan een zoveelste nieuwe belasting.

De ontspoorde welvaartsstaat hangt als een slagschaduw over onze toekomst.

Er kan maar beleidsruimte komen als de welvaartsstaat selectiever wordt in de uitkeringen. De klemtoon moet verschuiven van uitkering naar investering: in woonomgeving, in veiligheid, in sociale begeleiding, in onderwijs, in gezinsdiensten. Daar liggen de echte noden voor een samenleving met etnische diversiteit en kansenongelijkheid. De uitkeringen kunnen focussen op de kansarmen. De fundamentele waarheid is deze: we kunnen sociale en economische vooruitgang niet combineren door de universele welvaartsstaat te behouden.

Een selectieve welvaartsstaat betekent dat een deel van de sociale verzekeringen voor een deel van de bevolking privéverzekeringen worden. In pensioenen volgt een volwassen huwelijk van een wettelijk minimumpensioen met een aanvullend pensioenkapitaal op basis van arbeid. Dat zal robuuste pensioenen opleveren die werken stimuleren en die het evenwicht tussen generaties herstellen. Pensioensparen legt de verantwoordelijkheid niet bij de volgende generatie, maar bij de eigen generatie.

Elders kunnen private spelers vooral vernieuwen en heruitvinden. De toekomst van gezondheidszorg en ouderenzorg zit niet alleen in zorg maar ook en vooral in welzijn, levensstijl, technologie en consumptie. Het internet, de technologiebedrijven en de robots worden gezondheidsspelers. We zullen enorme kansen voor sociale en economische bloei missen als we die vernieuwing opsluiten in de publieke sociale zekerheid.

De partijen die met de PS onderhandelen, weten wat ze moeten doen. Ga niet mee met de zoveelste operatiekosten op het sterfhuis. Stap niet in een regering zonder grondige vernieuwing van de welvaartsstaat.