"Net als de vorige jaren vloeide zowat 50 procent van de meerwaarde die we creëerden, via de overheid terug naar de gemeenschap. We vragen dan ook dat de overheid die middelen efficiënt inzet - met prioriteit voor een betere verkeersinfrastructuur ten dienste van onze gezamenlijke mobiliteit - en een stabiel kader creëert waarin we samen verder duurzaam kunnen groeien", schreef Jef Colruyt in juni 2016 in zijn voorwoord van het jaarverslag van zijn supermarktketen.
...

"Net als de vorige jaren vloeide zowat 50 procent van de meerwaarde die we creëerden, via de overheid terug naar de gemeenschap. We vragen dan ook dat de overheid die middelen efficiënt inzet - met prioriteit voor een betere verkeersinfrastructuur ten dienste van onze gezamenlijke mobiliteit - en een stabiel kader creëert waarin we samen verder duurzaam kunnen groeien", schreef Jef Colruyt in juni 2016 in zijn voorwoord van het jaarverslag van zijn supermarktketen. Let vooral op het woord 'meerwaarde'. Het gaat niet om de meerwaardebelasting die nu op de regeringstafel ligt, maar om de belasting op de toegevoegde waarde die een onderneming dagelijks genereert. Economisch komt dat eigenlijk op hetzelfde neer. De meeste ondernemingen dragen ongeveer de helft van hun meerwaarde af aan de overheid. Dat komt logischerwijs overeen met het overheidsbeslag dat ruim 50 procent bedraagt. De meerwaardebelasting bestaat dus eigenlijk al in België. Ze bedraagt 50 procent. Die meerwaarde of toegevoegde waarde is het verschil tussen de omzet van een bedrijf en de aankoopkosten die een bedrijf maakt om die omzet mogelijk te maken. Met de toegevoegde waarde kan een onderneming zoals Colruyt de mensen vergoeden die de toegevoegde waarde mogelijk maken: de werknemers en de geldschieters. Maar er is nog een derde hond in het kegelspel, de overheid, want dankzij die toegevoegde waarde kan een onderneming ook belastingen betalen. Colruyt maakt elk jaar de oefening hoe de toegevoegde waarde verdeeld wordt tussen de overheid, de werknemers en de kapitaalverschaffers. De grootste slokop is de overheid. Op een toegevoegde waarde van 1,94 miljard euro betaalde het bedrijf 951 miljoen euro aan belastingen, verdeeld in een derde bijdragen aan de sociale zekerheid, een derde aan btw en een derde aan vennootschaps- en personenbelasting. De werknemers kregen netto 33,4 procent van de toegevoegde waarde naar huis. Voor de kapitaalverschaffers bleef 17,6 procent over. Mogelijk komt daar dus ook nog een echte meerwaardebelasting bovenop, terwijl een stijging van de waarde van de onderneming een weerspiegeling is van de verwachting dat ze meer toegevoegde waarde genereert, en dus in de toekomst meer belasting betaalt. Een meerwaardebelasting is dus een belasting op toekomstige belastingen. Links noemt zo'n belasting 'rechtvaardig'. Ook de werknemers van Colruyt blijven gepluimd achter, want de belasting op hun meerwaarde is ook bijna 50 procent. Voor elke 100 euro die Colruyt betaalt aan loonkosten, krijgt de de man in stofjas aan de kassa 57 euro netto op zijn rekening gestort. 31 euro gaat naar de sociale zekerheid, 12 euro naar de schatkist via de personenbelasting. Voor elk bedrijf of voor elke werknemer is de afrekening uiteraard verschillend, maar de basisconclusie blijft dezelfde: ook na de taxshift jaagt de overheid arbeidsinkomsten door een citroenpers van topkwaliteit. Een grondige fiscale hervorming blijft intussen steken tussen de droom van het algemeen belang en de realiteit van de lobbyfiscaliteit. Maar tel je winst als je de Belgische fiscaliteit groeivriendelijker maakt (door de verdere verschuiving van de lasten van werk en kapitaal naar consumptie en vastgoed), billijker en effectiever maakt (door de belastbare basis te verbreden en de tarieven te verlagen) én per saldo verlaagt (te financieren met lagere overheidsuitgaven). Maar ondernemers zullen al blij mogen zijn als er een hervorming van de vennootschapsbelasting komt die België weer op de kaart zet. Andere landen zitten niet stil. Vorig week legde de Amerikaanse president Donald Trump een verlaging van de vennootschapsbelasting naar 15 procent op tafel, al weet niemand hoe de Verenigde Staten die moet financieren. Bovendien dreigen de plannen van Trump de ongelijkheid aan te scherpen. In België is het net omgekeerd. De welvaart wordt bijna nergens meer herverdeeld dan hier. Kunnen we Donald Trump niet een aantal maanden ruilen voor Kris Peeters? Zowel de Verenigde Staten als België zouden er beter van worden. Meerwaarden belasten is makkelijk, meerwaarde genereren als overheid een stuk lastiger. De efficiëntere besteding van de overheidsmiddelen, zoals Jef Colruyt vraagt, blijft een werf die niet verder raakt dan de eerste spadesteken.