De bedrijven bloeden als een rund, maar in de Wetstraat is het business as usual, verzuchtte Pieter Timmermans, de gedelegeerd bestuurder van het VBO, vorige week. Business as usual, dat betekent dat de bedrijven niet te veel op de federale regering hoeven te rekenen om hen door de kostenstorm te loodsen. De energiefactuur wordt nauwelijks beknot, zoals in de meeste buurlanden wél gebeurt, en de automatische indexering van de lonen mag grotendeels ongestoord zijn gang gaan, ook in tegenstelling tot de handelspartners, waar de lonen voorlopig achterblijven op de inflatie.

Die kostenexplosie schopt de concurrentiekracht van de bedrijven onderuit. De regering van een open economie die leeft van de export, kan geen grotere fout maken dan de concurrentiekracht te laten ontsporen. Het groeiende tekort op onze handelsbalans is de kanarie in de koolmijn. Laat de regering betijen, dan kan de economische schade hoog oplopen. We hebben dezelfde fout in de jaren zeventig gemaakt en we betalen er vandaag nog altijd voor.

De Wetstraat is voorlopig ziende blind voor de storm die de bedrijven treft. Vooral de linkerflank van de regering-Vivaldi maakt nog altijd de redenering dat de bedrijven de klap vlot kunnen opvangen, omdat de bedrijfswinsten historisch hoog zijn. Waarom ingrijpen of steun geven, als de ondernemers er warmpjes in zitten en gerust wat op hun marges kunnen toegeven? Toen de Nationale Bank vorig jaar tussen neus en lippen gewag maakte van historisch hoge bedrijfswinsten, spande ze ongewild een hangmat onder de regering-Vivaldi. "Moeilijk vol te houden dat met zulke historische winsten er nergens marge zou zijn voor een verhoging van de lonen", tweette Minister van werk Pierre-Yves Dermagne (PS) afgelopen najaar nog.

De hoge bedrijfswinsten zijn een Wetstraatlegende.

De PS lijkt in een parallel universum te leven. Het bruto exploitatieoverschot van de bedrijven was in 2021 en 2022 inderdaad gestegen tot 46 procent, wat historisch hoog is. Maar ten eerste: dat overschot daalt nu, om richting 2024 terug te vallen naar het historische gemiddelde. En ten tweede: de winstcijfers worden ook enorm positief beïnvloed door een beperkt aantal supersterbedrijven. De doorsnee-kmo op het lokale industrieterrein vraagt zich vaak af waar de Nationale Bank het in godsnaam over heeft. De hoge bedrijfswinsten zijn een Wetstraatlegende.

In haar dashboard over de economische gevolgen van de crisis publiceerde de Nationale Bank eind december een meer genuanceerde grafiek over de bedrijfswinsten. Blijkt dat de brutomarge voor het doorsneebedrijf in het derde kwartaal van 2022 gedaald is tot onder het gemiddelde van de periode 2015-2019, waarbij vooral de industriële sectoren een serieuze aderlating ondergingen. En het ergste moest nog komen. De hogere energiefacturen en de indexering van de lonen zullen dit jaar nog meer pijn doen. De barometer van het VBO die peilt naar de winstgevendheid van de ondernemingen, staat op een even laag niveau als tijdens de grote recessie van 2009. Alle sectoren verwachten dat hun rendabiliteit over zes maanden lager zal liggen dan vandaag, volgens een enquête van het VBO. Bedrijven zonder financiële reserves gaan in overlevingsmodus.

Ondernemers zijn niet vies van een klaagzang, maar de regering bezondigt zich aan een schadelijke struisvogelpolitiek als ze zich blijft verschuilen achter de mythe van de hoge bedrijfswinsten. De realiteit is dat een hoop bedrijven vandaag kosten vreten die ze moeilijk of niet integraal kunnen doorrekenen. Hun investeringscapaciteit wordt vernietigd op een ogenblik dat de energietransitie en de digitalisering handenvol geld kosten. De winsten van vandaag zijn de investeringen van morgen en de banen van overmorgen. Het wordt hoog tijd dat de federale regering de ontkenningsfase achter zich laat.

De bedrijven bloeden als een rund, maar in de Wetstraat is het business as usual, verzuchtte Pieter Timmermans, de gedelegeerd bestuurder van het VBO, vorige week. Business as usual, dat betekent dat de bedrijven niet te veel op de federale regering hoeven te rekenen om hen door de kostenstorm te loodsen. De energiefactuur wordt nauwelijks beknot, zoals in de meeste buurlanden wél gebeurt, en de automatische indexering van de lonen mag grotendeels ongestoord zijn gang gaan, ook in tegenstelling tot de handelspartners, waar de lonen voorlopig achterblijven op de inflatie. Die kostenexplosie schopt de concurrentiekracht van de bedrijven onderuit. De regering van een open economie die leeft van de export, kan geen grotere fout maken dan de concurrentiekracht te laten ontsporen. Het groeiende tekort op onze handelsbalans is de kanarie in de koolmijn. Laat de regering betijen, dan kan de economische schade hoog oplopen. We hebben dezelfde fout in de jaren zeventig gemaakt en we betalen er vandaag nog altijd voor. De Wetstraat is voorlopig ziende blind voor de storm die de bedrijven treft. Vooral de linkerflank van de regering-Vivaldi maakt nog altijd de redenering dat de bedrijven de klap vlot kunnen opvangen, omdat de bedrijfswinsten historisch hoog zijn. Waarom ingrijpen of steun geven, als de ondernemers er warmpjes in zitten en gerust wat op hun marges kunnen toegeven? Toen de Nationale Bank vorig jaar tussen neus en lippen gewag maakte van historisch hoge bedrijfswinsten, spande ze ongewild een hangmat onder de regering-Vivaldi. "Moeilijk vol te houden dat met zulke historische winsten er nergens marge zou zijn voor een verhoging van de lonen", tweette Minister van werk Pierre-Yves Dermagne (PS) afgelopen najaar nog. De PS lijkt in een parallel universum te leven. Het bruto exploitatieoverschot van de bedrijven was in 2021 en 2022 inderdaad gestegen tot 46 procent, wat historisch hoog is. Maar ten eerste: dat overschot daalt nu, om richting 2024 terug te vallen naar het historische gemiddelde. En ten tweede: de winstcijfers worden ook enorm positief beïnvloed door een beperkt aantal supersterbedrijven. De doorsnee-kmo op het lokale industrieterrein vraagt zich vaak af waar de Nationale Bank het in godsnaam over heeft. De hoge bedrijfswinsten zijn een Wetstraatlegende. In haar dashboard over de economische gevolgen van de crisis publiceerde de Nationale Bank eind december een meer genuanceerde grafiek over de bedrijfswinsten. Blijkt dat de brutomarge voor het doorsneebedrijf in het derde kwartaal van 2022 gedaald is tot onder het gemiddelde van de periode 2015-2019, waarbij vooral de industriële sectoren een serieuze aderlating ondergingen. En het ergste moest nog komen. De hogere energiefacturen en de indexering van de lonen zullen dit jaar nog meer pijn doen. De barometer van het VBO die peilt naar de winstgevendheid van de ondernemingen, staat op een even laag niveau als tijdens de grote recessie van 2009. Alle sectoren verwachten dat hun rendabiliteit over zes maanden lager zal liggen dan vandaag, volgens een enquête van het VBO. Bedrijven zonder financiële reserves gaan in overlevingsmodus. Ondernemers zijn niet vies van een klaagzang, maar de regering bezondigt zich aan een schadelijke struisvogelpolitiek als ze zich blijft verschuilen achter de mythe van de hoge bedrijfswinsten. De realiteit is dat een hoop bedrijven vandaag kosten vreten die ze moeilijk of niet integraal kunnen doorrekenen. Hun investeringscapaciteit wordt vernietigd op een ogenblik dat de energietransitie en de digitalisering handenvol geld kosten. De winsten van vandaag zijn de investeringen van morgen en de banen van overmorgen. Het wordt hoog tijd dat de federale regering de ontkenningsfase achter zich laat.