Laat ons wel wezen, de hervorming van de vennootschapsbelasting is in geen honderd jaar budgetneutraal. De wens van vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) - "voor mij mag deze hervorming geld kosten aan de schatkist" - zal werkelijkheid worden. En dat is maar goed ook, want een budgettair neutrale operatie zou weinig zoden aan de dijk zetten. Experts zijn niet onder de indruk van de hervorming die nu op tafel ligt en noemen het rommelen in de marge. Een verlaagd tarief van 25 procent (en van 20 procent op de eerste 100.000 euro winst bij kmo's) tegen 2020 zal België niet op de internationale kaart zetten en zal te weinig beslissingscentra en belastbare basis aantrekken. Het politieke akkoord mist een strategische visie.
...

Laat ons wel wezen, de hervorming van de vennootschapsbelasting is in geen honderd jaar budgetneutraal. De wens van vicepremier Alexander De Croo (Open Vld) - "voor mij mag deze hervorming geld kosten aan de schatkist" - zal werkelijkheid worden. En dat is maar goed ook, want een budgettair neutrale operatie zou weinig zoden aan de dijk zetten. Experts zijn niet onder de indruk van de hervorming die nu op tafel ligt en noemen het rommelen in de marge. Een verlaagd tarief van 25 procent (en van 20 procent op de eerste 100.000 euro winst bij kmo's) tegen 2020 zal België niet op de internationale kaart zetten en zal te weinig beslissingscentra en belastbare basis aantrekken. Het politieke akkoord mist een strategische visie.Tenzij de regering er stiekem op rekent dat de hervorming toch de bakens zal verzetten, omdat de hervorming wél geld zal kosten en dat het tarief dat de bedrijven effectief betalen op hun winst wél noemenswaardig zal dalen. Mogelijk hanteert de regering dezelfde strategie als bij haar eerste taxshift. Die zou ook budgettair neutraal blijven, maar zal jaarlijks ongeveer 4 miljard euro kosten. Dat is goed besteed geld, want een verlaging van de lasten op arbeid drong zich op. De taxshift in de vennootschapsbelasting zal wellicht ook een paar miljard euro kosten, maar ook dat zal goed besteed geld zijn. Zulke investeringen in economische groei en jobs rechtvaardigen een uitstel van het begrotingsevenwicht. Het gat moet dan maar gedicht worden met besparingen. Starve the beast, honger het overheidsbeest uit, dat is wellicht nog een onuitgesproken strategie van de regering. Op zich is dat geen slechte kuur bij een overheidsbeslag van meer dan 50 procent. Het nadeel van die onuitgesproken strategieën is dat het positieve effect half verzuipt in aanhoudende complexiteit, onzekerheid en verwarring.Een hervorming en een verlaging van de vennootschapsbelasting dringt zich al langer op. Een hervorming is nodig omdat de Belgische nichestrategie, die een hoog nominaal tarief combineert met veel aftrekmogelijkheden, vooral voor multinationals niet meer competitief is en niet meer mag van Europa en de OESO. Een lager nominaal tarief met een beperking van de aftrekmogelijkheden is efficiënter en billijker. Duim omhoog dus. Maar wie denkt dat de multinationals grotendeels de verlaging van het tarief gaan financieren, die gelooft ook dat sinterklaas de rest van het tekort zal bijpassen. Ook een verlaging van het effectieve tarief van de vennootschapsbelasting, en dus niet alleen van het nominale tarief, dringt zich op. De voorbije jaren is dat effectieve tarief gestaag gestegen, vooral omdat het voordeel van de notionele-intrestaftrek de voorbije jaren daalde in het spoor van de lagere rentevoeten. Het effectieve tarief is richting 30 procent gekropen. Vergeet ook niet dat de roerende voorheffing is opgetrokken tot 30 procent. Inkomen uit vennootschappen is op die manier gestegen tot meer dan 50 procent. Als die hervorming budgettair neutraal blijft, dan zou het effectieve tarief op dat hoge niveau vastgeklikt worden. Daarmee win je de internationale concurrentiestrijd niet.De Hoge Raad voor Financiën heeft vorig jaar nog de berekening gemaakt. Een verlaging van het tarief naar 25 procent, met een kostprijs van 5 miljard euro, blijft maar budgettair neutraal als de belastbare basis met ruim een derde verbreed wordt. Een tarief van 25 procent is budgettair neutraal als de roerende voorheffing wordt opgetrokken, als de notionele-intrestaftrek volledig sneuvelt, én als geraakt wordt aan de aftrekbaarheid van kosten. De roerende voorheffing is verhoogd, maar de opbrengst wordt niet meegeteld om de hervorming budgettair neutraal te houden. De notionele-intrestaftrek wordt grotendeels afgeschaft, maar dat brengt niet veel op aan de schatkist. En de aftrekbaarheid van kosten beperken? Dat is bijna fiscale heiligschennis. De beperking van de aftrekmogelijkheden volstaat niet om de hervorming te financieren.Vooral bedrijven die verlies maken of gemaakt hebben, zijn de dupe van die hervorming. De mogelijkheden om verliezen fiscaal te recupereren worden uitgesmeerd in de tijd en worden beperkt in omvang. Dat treft bedrijven die door een vallei van verlies moeten, zoals start-ups, jonge groeibedrijven en kmo's die zichzelf moeten heruitvinden in dit digitale tijdperk. De hervorming is niet vriendelijk voor die groeiende groep van bedrijven, en is dus niet afgestemd op de nieuwe digitale realiteit. Die visie ontbreekt in hervormingen die om politieke overwegingen budgettair neutraal moeten zijn. Dat zal wegen op de terugverdieneffecten die de regering nog hard nodig zal hebben.