Afgelopen week kwam Turkije in zwaar weer terecht. De Turkse lira verloor in ijltempo waarde, nadat de Amerikaanse president Trump nieuwe importheffingen op Turks aluminium en staal had aangekondigd. Beleggers hebben echter al langer het vertrouwen in het beleid van president Recep Tayip Erdogan verloren.
...

Afgelopen week kwam Turkije in zwaar weer terecht. De Turkse lira verloor in ijltempo waarde, nadat de Amerikaanse president Trump nieuwe importheffingen op Turks aluminium en staal had aangekondigd. Beleggers hebben echter al langer het vertrouwen in het beleid van president Recep Tayip Erdogan verloren. Volgens Trends-redacteur Jozef Vangelder heeft Turkije een geloofwaardig economisch plan nodig om uit het slop te raken, maar blijft de economische visie van Erdogan beperkt tot het boycotten van de iPhone.Jozef Vangelder: "Uiteraard niet. De rente zou zelfs veel hoger moeten om de inflatie in te dammen. Maar dat weigert Erdogan, omdat hij intrestvoeten ziet als "een instrument van exploitatie, die de rijken rijker en de armen armer maakt." De oplopende inflatie is vooral het gevolg van de oververhittende economie, die vorig jaar is gegroeid met liefst 7 procent. Stimulerend beleid wakkert het vuur aan. Een voorbeeld zijn de leningen met staatswaarborg voor Turkse kmo's. De regering trekt daar een enorm bedrag voor uit, 250 miljard lira, goed voor 10 procent van het Turkse bbp.""Ook de zwakke lira werkt de inflatie in de hand, via duurdere invoer. Voor zijn energieconsumptie bijvoorbeeld is Turkije aangewezen op buitenlandse olie en gas. Vorig maand bereikte de inflatie 15,9 procent. Als de inflatie verder oploopt, dan zakt de reële rente, wat de economie nog meer stimuleert. Dat geeft de Turkse centrale bank des te meer reden om in te grijpen met een verhoging van de beleidsrente. Maar de centrale bank moet zich koest houden van Erdogan."Vangelder: "De Turkse economie zit altijd op de rand van een crisis, omdat zij al jarenlang kampt met een tekort op de lopende rekening. Dat betekent dat Turkije boven zijn stand leeft. Het land geeft meer uit dan zijn inkomen. Dat ligt voor een deel aan de grote olie- en gasinvoer, maar bijvoorbeeld ook aan de koopgrage Turken. Zij besteden hun toegenomen welstand maar al te graag aan geïmporteerde goederen. Het verschil tussen uitgaven en inkomen moet Turkije opvullen met buitenlands geld. Dat maakt de economie permanent kwetsbaar voor een muntcrisis. Het geld komt bij voorkeur via buitenlandse investeringen, maar die zijn er te weinig in Turkije. Het gat wordt vooral gefinancierd met kortlopend, speculatief geld. Bij het minste onraad vlucht dat geld het land weer uit, en tuimelt de lira omlaag, zoals nu gebeurt.""Bijkomende pech voor de lira is de waardestijging van de dollar, die daarom de voorkeur geniet van de beleggers. Voor de Turkse bedrijven zijn het zure tijden. Door de lagere rente leenden zij liever in dollar of euro, maar ze zien die leningen nu fors duurder worden. Volgens een rapport van de Turkse centrale bank hadden de bedrijven begin dit jaar voor 293 miljard dollar aan buitenlandse leningen op hun balansen staan."Vangelder: "De verklaring is de koppigheid van Erdogan. Hij heeft zich een situatie gewrongen waarin hij enkel nog gezichtsverlies kan lijden als hij de Turkse centrale bank laat doen wat zij moet doen: een verhoging van de beleidsrente, zodat de lira opnieuw aantrekkelijker wordt. Hoe langer Erdogan daarmee wacht, hoe erger het wantrouwen van de beleggers zal worden. De beleidsrente van de Turkse centrale bank bedraagt momenteel 17,75 procent. Maar volgens waarnemers zou de rente naar 25 procent moeten om de toestand te stabiliseren, althans op korte termijn. Om het vertrouwen op middellange te doen terugkeren zou de rente nog hoger moeten."Vangelder: "Ophouden met de personalisatie van zijn macht, en opnieuw luisteren naar goed advies. Vroeger had Erdogan nog mensen rond zich die hem durfden tegen te spreken, zoals Mehmet Simsek, econoom en voormalige bankier van Merrill Lynch. Simsek had een groot aandeel in het snelle Turkse herstel na de crisis van 2008-2009, en genoot het respect van de kapitaalmarkten. Ook Naci Agbal, de vorige minister van Financiën, slaagde erin Erdogan binnen de lijntjes te doen kleuren. Maar begin juli zette Erdogan beiden aan de deur, en bevorderde zijn hondstrouwe schoonzoon Berat Albayrak tot minister van Financiën. De lira kreeg meteen een flinke klap, wat aangeeft hoe de kapitaalmarkten de capaciteiten van Albayrak inschatten.""Donderdag probeerde Albayrak de markten gerust te stellen met de aankondiging dat Turkije geen kapitaalcontroles zou instellen. Er komt wel een grootscheepse besparingsoperatie bij de Turkse overheid. Dat zou de economie moeten afkoelen en gat in de lopende rekening moeten verkleinen. Afwachten of dat zal helpen.""De kern van het probleem is dat de Turkse economie een middenmoter blijft, die te veel producten maakt die andere landen ook kunnen maken, zoals wasmachines. Turkije moet klimmen op de economische waardeladder en kennisintensievere producten fabriceren. Dat zou de economie competitiever en crisisbestendiger maken. Een goed begin is een verbetering van het onderwijs dat, enkele uitzonderingen daar gelaten, van matige kwaliteit is.""De Turkse economie heeft dus een geloofwaardig plan nodig. Maar van Erdogan zal het niet komen. De visie van Erdogan beperkt zich tot het boycotten van de iPhone. Handelsoorlogje spelen houdt misschien het publiek zoet, maar zal de economie niet vooruit helpen. Erdogan moet opnieuw de politicus worden van vijftien jaar geleden. Toen hij in 2003 premier werd, bouwde hij voort op de moedige hervormingen van Kemal Dervis, die tot 2002 minister van Economie geweest was. Daardoor kon Turkije zich relatief snel herstellen van een zware economische crisis, en werd zelfs een voorbeeld genoemd voor de opkomende economieën. Maar toen kon Erdogan nog luisteren. Vreemd dat hij zich dat niet meer herinnert."