"Het is tijd om te stoppen met het beleid dat vocht tegen een lage inflatie. Een normalisatie van het monetaire beleid wordt steeds urgenter", zei Isabel Schabel al op 11 mei in een speech. De Duitse directeur van de Europese Centrale Bank (ECB) verwees daarbij naar de oplopende inflatieverwachtingen. Consumenten houden rekening met een inflatie van 3 procent de volgende drie jaar, bedrijven nemen in hun prijsbeleid een hogere inflatie mee en ook op de financiële markten verwachten beleggers op lange termijn een inflatie van meer dan 2 procent. Als die hogere inflatieverwachtingen dieper wortel schieten, wordt het voor de ECB een stuk moeilijker om de inflatiegeest weer in de fles te krijgen. In dat scenario wordt de kans groter dat de hoge inflatie enkel met een recessie kan worden getemd, wat uiteraard weinig wenselijk is.
...

"Het is tijd om te stoppen met het beleid dat vocht tegen een lage inflatie. Een normalisatie van het monetaire beleid wordt steeds urgenter", zei Isabel Schabel al op 11 mei in een speech. De Duitse directeur van de Europese Centrale Bank (ECB) verwees daarbij naar de oplopende inflatieverwachtingen. Consumenten houden rekening met een inflatie van 3 procent de volgende drie jaar, bedrijven nemen in hun prijsbeleid een hogere inflatie mee en ook op de financiële markten verwachten beleggers op lange termijn een inflatie van meer dan 2 procent. Als die hogere inflatieverwachtingen dieper wortel schieten, wordt het voor de ECB een stuk moeilijker om de inflatiegeest weer in de fles te krijgen. In dat scenario wordt de kans groter dat de hoge inflatie enkel met een recessie kan worden getemd, wat uiteraard weinig wenselijk is.Lees verder onder de video (reportage kanaal Z)"Het beleid moet in actie schieten om de prijsstabiliteit te bewaken. Als we geloofwaardig willen blijven, mag het monetaire beleid zelf geen bron van inflatie worden", zei Schnabel, die er ook op wees dat het beleid nog altijd expansief is. De ECB koopt nog altijd obligaties op, de beleidsrente is negatief en de reële rentevoeten zijn ook op lange looptijden nog negatief.ECB-voorzitter Christine Lagarde kondigde twee weken geleden een koerswijziging richting een normalisatie van het geldbeleid aan. Die historische bocht werd donderdag bevestigd op de beleidsvergadering van de ECB in Amsterdam. Vanaf 1 juli stopt de instelling met de inkoop van obligaties. Er wordt dus een punt gezet achter het programma van kwantitatieve versoepeling (QE). De ECB zal wel de opbrengst van de obligaties die op vervaldag komen herinvesteren. Voorlopig komt er dus nog geen afbouw van de balans van de ECB. Die herinvesteringen kunnen ook flexibel worden ingezet om te vermijden dat de langetermijnrente in landen als Italië te hoog zou oplopen. Desnoods gooit de ECB ook nieuwe instrumenten in de strijd om een fragmentatie van de obligatiemarkten in het eurogebied te voorkomen. "We zullen die fragmentatie niet tolereren en zijn toegewijd om dat te vermijden", onderstreepte Christine Lagarde op de persconferentie na de beleidsvergadering.Vooral voor de kwetsbare zuiderse eurolanden blijft de steun van de ECB welkom om de rente onder controle te houden. "Landen met veel schulden zoals Italië, met een overheidsschuld van meer dan 150 procent van het bruto binnenlands product (bbp), voelen de rentestijging. Dat dreigt al snel een sneeuwbal te worden, waardoor die overheidsschulden te zwaar om te dragen worden", zegt Peter Vanden Houte, hoofdeconoom van ING België.Boven op de stopzetting van de QE zal de ECB in juli de beleidsrente met 25 basispunten verhogen. Het wordt de eerste renteverhoging in elf jaar. De ECB verwacht een nieuwe renteverhoging in september, mogelijk zelfs met 50 basispunten, als de inflatieverwachtingen op middellange termijn gelijk blijven of nog slechter worden. De ECB toonde zich op die manier iets minder agressief dan gedacht, maar het openzetten van de deur voor een renteverhoging met 50 basispunten veroorzaakt zenuwachtigheid op de financiële markten. "We beginnen met een relatief kleine renteverhoging, omdat dit aangewezen is na een periode van elf jaar zonder renteverhoging. In tijden van grote onzekerheid, zoals nu, is een geleidelijke aanpak aangewezen. Dat is een eerste stap in een langer traject naar een terugkeer naar ons doel van een inflatie van 2 procent", zegt Christine Lagarde.Na september verwacht de ECB een verdere geleidelijke verhoging van de beleidsrente. Het tempo is daarbij afhankelijk van hoe de economie en de inflatie zich de volgende maanden ontwikkelen. Peter Vanden Houte verwacht dat de depositorente in het eerste kwartaal van 2023 op 50 basispunten zal staan. "De obligatiemarkten houden zelfs rekening met een renteverhoging van 125 basispunten dit jaar en nog eens 100 basispunten volgend jaar."Die geleidelijke normalisatie van het geldbeleid is logisch in het licht van de aanhoudend hoge inflatie. De ECB verwacht voor dit jaar een inflatie van 6,8 procent, om daarna geleidelijk te dalen richting 2,1 procent in 2024. Dat betekent dat de inflatie eind 2024 nog boven de doelstelling van 2 procent zal liggen. De voorwaarden die de ECB zichzelf had opgelegd voor een renteverhoging, zijn op die manier vervuld. Op de vraag of die voorspellingen geloofwaardig zijn, na het recente povere trackrecord, antwoordde Lagarde: "De inflatievoorspellingen van alle internationale instellingen waren de jongste tijd op het verkeerde been gezet door de verrassend hoge energieprijzen en het snelle herstel na de pandemie."De vraag is echter of een krapper geldbeleid wenselijk is, op een ogenblik dat de economie het lastig heeft door de oorlog in Oekraïne, de flessenhalzen in het aanbod en de dure energie. De Italiaanse premier en voormalig ECB-voorzitter Mario Draghi merkte kort voor de beleidsvergadering van de ECB nog op dat de hoge inflatie vooral het gevolg is van dure energie en dus geen signaal van een oververhitting van de Europese economie. "De kerninflatie in het eurogebied is lager dan in de Verenigde Staten, de consumptie ligt nog lager dan voor de pandemie en de werkloosheid zit nog op 7 procent. Er is nog overcapaciteit in de economie van het eurogebied", zei Draghi.De ECB verwacht echter niet dat het herstel helemaal van de rails gaat. Een recessie staat niet op het menu dankzij de verdere heropening van de economie, het ondersteunende budgettaire beleid, de sterke arbeidsmarkt en de nog hoge spaarreserves die gespendeerd kunnen worden. Als de huidige tegenwind afneemt, moet het herstel weer vaart winnen. De ECB verwacht voor dit jaar een economische groei van 2,8 procent in 2022 en van 2,1 procent in 2022 en 2023. Dat is een verlaging van de groeiverwachting voor 2022 en 2023, maar een verhoging voor 2024. De economische groei staat dus een normalisatie van het geldbeleid niet in de weg."Het verankeren van de inflatieverwachtingen vereist niet noodzakelijk dat het monetaire beleid de binnenlandse vraag moet afremmen. Deze vraag koelt trouwens al af door de impact van de oorlog op de inkomens en het vertrouwen van de gezinnen", zei Isabel Schnabel half mei. De Europese economie is dus voldoende sterk om de logische koerswijzigingen van de ECB toe te laten. Het is lang geleden, maar de strijd tegen de inflatie staat opnieuw bovenaan de agenda van de ECB.