Subsidies zijn geen garantie dat multinationals in België blijven. Kijk naar Ford of Caterpillar. Toegegeven, massale ontslagen hebben altijd meer dan één reden, maar een van de belangrijkste factoren zijn onmiskenbaar de hoge loonkosten in dit land.
...

Subsidies zijn geen garantie dat multinationals in België blijven. Kijk naar Ford of Caterpillar. Toegegeven, massale ontslagen hebben altijd meer dan één reden, maar een van de belangrijkste factoren zijn onmiskenbaar de hoge loonkosten in dit land. In Vlaanderen lopen de directe bedrijfssubsidies in 2016 op tot ruim 400 miljoen. Reken daar nog de tientallen miljoenen voor het clusterbeleid en de waarborgen van PMV bij en de factuur om het economische weefsel te ondersteunen loopt snel op. Tegelijk doet ook de federale regering via talloze fiscale kortingen haar duit in het zakje. Een rapport van de Nationale Bank concludeert zelfs dat de jongste tien jaar die fiscale steunmaatregelen aan bedrijven zijn opgelopen tot 1,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Fiscale voordeelregimes voor doelgroepen en directe steunmaatregelen aan bedrijven milderen weliswaar de loonkostenhandicap, maar dat volstaat blijkbaar niet langer. De recente ontslaggolf is daarom olie op het vuur van wie liever een algemene loonlastenverlaging ziet, dan de georganiseerde geldverspilling via fiscale constructies of subsidie-kanalen. Nochtans zijn subsidies en fiscaliteit nuttige beleids-instrumenten. Meestal zijn ze zelfs efficiënter dan een algemene belastingverlaging omdat ze doelgerichter zijn. Maar we moeten er niet flauw over doen: als zo'n lapmiddel de regel wordt, dan moet er iets veranderen. De Belgische staatsstructuur botst daarbij echter meteen op een van zijn constructiefouten. Het ondernemingsklimaat is een regionale bevoegdheid, terwijl de fiscaliteit nog altijd volledig federaal is. Met andere woorden, als er geen regionale opcentiemen op de vennootschapsbelasting komen, is Vlaanderen gedoemd om met subsidies de façade bij te plamuren.