"We willen de Belgische koe nog tien jaar melken en het karkas mag je houden. Dat is de prijs van de vrijheid", riep Laurette Onkelinx (PS) naar Bart De Wever (N-VA) tijdens de mislukte regeringsonderhandelingen in 2010. Toen Bart De Wever vorige week herhaalde dat de N-VA het confederalisme weer op tafel gooit als de PS opnieuw in de federale regering komt, reageerde Elio Di Rupo als een echo van Onkelinx: "Confederalisme betekent het einde van het land. Dat kan voor ons niet. Bij de volgende regeringsonderhandelingen zal de PS er alles aan doen om de sociale zekerheid te restaureren."
...

"We willen de Belgische koe nog tien jaar melken en het karkas mag je houden. Dat is de prijs van de vrijheid", riep Laurette Onkelinx (PS) naar Bart De Wever (N-VA) tijdens de mislukte regeringsonderhandelingen in 2010. Toen Bart De Wever vorige week herhaalde dat de N-VA het confederalisme weer op tafel gooit als de PS opnieuw in de federale regering komt, reageerde Elio Di Rupo als een echo van Onkelinx: "Confederalisme betekent het einde van het land. Dat kan voor ons niet. Bij de volgende regeringsonderhandelingen zal de PS er alles aan doen om de sociale zekerheid te restaureren." De PS wil dus nog voor onbepaalde tijd aan de uier van de Belgische koe hangen. De strategie om de PS vragende partij te maken voor een confederale staatsstructuur door ze uit de federale regering te houden, heeft geen kans op slagen zolang de Waalse economie op wankele benen staat. De partij weet dat Wallonië te weinig fiscale draagkracht heeft om haar model te financieren. Confederalisme kan ze zich niet veroorloven, daarvoor geeft de Waalse koe te weinig melk, ook in 2019. Ondanks de inspanningen van de voorbije jaren blijft de Waalse economie kampen met een hardnekkig lage werkgelegenheid en een hoge structurele werkloosheid. Je moet al van bijzonder goede wil zijn om te verwachten dat de PS daar verandering in zal brengen.Elio Di Rupo wil nog maar eens een blanco cheque vragen aan de Vlaamse burgers, die niet voor hem kunnen stemmen. In een transferunie zoals België kraait geen haan naar die ondemocratische eis. In de Europese constructie is dat anders: een van de pijlers onder de Europese Unie is de no-bail-outclausule, die stelt dat lidstaten niet financieel gered mogen worden door andere lidstaten. Dat moet precies vermijden dat kiezers opdraaien voor een slecht beleid waarover ze hun stem niet hebben kunnen uitbrengen. De Grieken hebben in ruil voor Europese steun pijnlijke hervormingen moeten slikken en plukken daar stilaan de eerste vruchten van. Het federale België mist die no-bail-outclausule. Meer nog, de bijna onvoorwaardelijke solidariteit is in dit land institutioneel verankerd.Zo veel generositeit laat zich voelen in de overheidsuitgaven, zeker na de crisis van 2008, en zeker ook nu de vergrijzing de pensioenfactuur de hoogte in jaagt. Sinds 2000 zijn de gezamenlijke overheidsuitgaven in koopkrachttermen met gemiddelde 2,6 procent per jaar gestegen. Dat is een stuk sneller dan het bruto binnenlands product (bbp). Voor de crisis klokten de primaire uitgaven (zonder rentelasten) af onder 45 procent van het bbp, na de crisis hebben die uitgaven zich genesteld boven 50 procent. Dat zijn meeruitgaven van ongeveer 30 miljard euro. There is the money . Dat veroordeelt België tot een hoge belastingdruk, een bedreigde concurrentiekracht, een hoge overheidsschuld en een hardnekkig begrotingstekort, dat kwetsbaar blijft voor tegenslagen zoals de stijgende rente of een nieuwe recessie. Het Belgische begrotingsbeleid van deze eeuw laat zich kort samenvatten: de uitgaven leiden de dans, de belastingen volgen. Geen weide is rijk en groen genoeg om de hongerige Belgische koe te blijven voeden. De regering-Michel beloofde de bakens te verzetten, maar heeft zich ook vastgereden in de Belgische klei. De begrotingscontrole deze maand wordt gemakkelijk, bij gebrek aan ambitie. Een gezond federaal sociaaleconomisch beleid is nochtans de beste bypass rond de Belgische constructiefout. Confederalisme hoeft sociaaleconomisch bekeken niet, als de federale kat maar muizen vangt. De N-VA, een van de hoofdarchitecten van dat betere federale beleid, is België dus aan het redden, o ironie. Die kamikazestrategie zal voor niets zijn geweest, als de PS vanaf 2019 de klok kan terugdraaien, of als de regering-Michel ontgoochelt. De mol is in de Wetstraat niet ver te zoeken. De CD&V heeft er strategisch belang bij dat zijn grote rivaal N-VA geen grote sociaaleconomische successen boekt. Is het cynisch te denken dat CD&V het eigenbelang boven het algemeen belang plaatst? Confederalisme is natuurlijk geen garantie op een gezonde economie en gezonde overheidsfinanciën. Wat we zelf doen, doen we niet noodzakelijk beter. Ook de Vlaamse overheid heeft zijn spilzucht niet onder controle. De gestegen uitgaven beletten dat Vlaanderen zijn moeizaam verworven fiscale autonomie kan uitspelen. Maar in een confederalisme moeten de beleidsverantwoordelijken veel meer verantwoording afleggen aan de eigen kiezer, wat hen sneller zal inspireren tot een beter beleid. Wie weet, zal Wallonië dan over tien jaar geen Belgische koe meer nodig hebben.