Covid-19 is niet langer een geldig excuus om met een boog om de begroting heen te lopen. De federale regering-De Croo stelt het vullen van de putten uit tot 2023 of later. Wring het herstel de nek niet om met een portie slecht getimede besparingen, is de uitleg daarvoor. Dat argument heeft zijn beste tijd gehad.

De relance wordt nu vooral afgeremd door chronische tekorten op de arbeidsmarkt. Werkvolk vind je niet met een lekkende begroting, maar met een grondige hervorming van de arbeidsmarkt. Maar de regering werkt amper aan de versterking van het arbeidsaanbod. Zo zwaar zet ze dan toch niet in op het herstel.

België moet het begrotingswapen hoe dan ook voorzichtig hanteren. Voor een kleine open economie is een expansief begrotingsbeleid stoken met de ramen open. Dat kunnen we ons amper veroorloven met een overheidsschuld van bijna 120 procent van het bbp, een hoog structureel tekort, een overheidsbeslag van meer dan 50 procent van het bbp en stijgende vergrijzingskosten.

De begrotingsexcuses zijn op.

België mocht tijdens de coronacrisis de begrotingsregels op sterk water zetten van Europa, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën niet in het gedrang kwam. Dat laatste zinnetje is onder de keien van de Wetstraat verdwenen. In Brussel is men ook vergeten dat regeren vooruitzien is. De volgende crisis zal de staatsfinanciën aan een pijnlijke stresstest onderwerpen.

De federale regering heeft de economie met een royaal steunbeleid door de crisis geloodst en verdient daarvoor applaus. Ze hoeft nog niet als een gek de rekeningen op orde te brengen, maar een minimum aan ernst en inspanningen is vanaf nu nodig om de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid te beschermen. De PS is echter de baas in Vivaldi en wil dat de geldkraan blijft openstaan.

Covid-19 is niet langer een geldig excuus om met een boog om de begroting heen te lopen. De federale regering-De Croo stelt het vullen van de putten uit tot 2023 of later. Wring het herstel de nek niet om met een portie slecht getimede besparingen, is de uitleg daarvoor. Dat argument heeft zijn beste tijd gehad. De relance wordt nu vooral afgeremd door chronische tekorten op de arbeidsmarkt. Werkvolk vind je niet met een lekkende begroting, maar met een grondige hervorming van de arbeidsmarkt. Maar de regering werkt amper aan de versterking van het arbeidsaanbod. Zo zwaar zet ze dan toch niet in op het herstel. België moet het begrotingswapen hoe dan ook voorzichtig hanteren. Voor een kleine open economie is een expansief begrotingsbeleid stoken met de ramen open. Dat kunnen we ons amper veroorloven met een overheidsschuld van bijna 120 procent van het bbp, een hoog structureel tekort, een overheidsbeslag van meer dan 50 procent van het bbp en stijgende vergrijzingskosten. België mocht tijdens de coronacrisis de begrotingsregels op sterk water zetten van Europa, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën niet in het gedrang kwam. Dat laatste zinnetje is onder de keien van de Wetstraat verdwenen. In Brussel is men ook vergeten dat regeren vooruitzien is. De volgende crisis zal de staatsfinanciën aan een pijnlijke stresstest onderwerpen. De federale regering heeft de economie met een royaal steunbeleid door de crisis geloodst en verdient daarvoor applaus. Ze hoeft nog niet als een gek de rekeningen op orde te brengen, maar een minimum aan ernst en inspanningen is vanaf nu nodig om de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid te beschermen. De PS is echter de baas in Vivaldi en wil dat de geldkraan blijft openstaan.