Als het gaat over opvallende evoluties voor 2022, zou ik het kunnen hebben over de versnelde digitalisering van de gezondheidszorg, de toegenomen fragmentatie in de maatschappij, de krapte van de primaire grondstoffen die het belang van het lokale nog meer in de verf zet, een flexibeler arbeidsmarkt of over hoe loontrekkenden steeds autonomer worden door thuis te werken. Onderliggend aan al die trends merk ik een streven naar zingeving dat wordt versterkt door het heersende onbehagen, en een grotere kloof tussen de generaties.

De meest opvallende trend voor 2022 is dat de bedrijven meer dan ooit het klimaatprobleem aanpakken. Dat is niet enkel iets wat ik hoop, maar mijn intieme overtuiging gebaseerd op de vaststelling dat in 2021 enkele zaken samenkwamen.

Het meest zichtbaar zijn de dramatische overstromingen van deze zomer, niet in Bangladesh of China, maar in België. 2021 was ook het jaar van de als mislukt beschouwde COP26-klimaattop in Glasgow. Ondanks het laatste alarmerende rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN, bleken de landen niet in staat nieuwe engagementen aan te gaan om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In mei oordeelde een rechtbank in Den Haag dat het oliebedrijf Shell tegen 2030 zijn CO2-emissie drastisch moet verminderen om zich te houden aan het akkoord van Parijs. Voor het eerst werd een bedrijf veroordeeld omdat het zijn klimaatverplichtingen niet nakomt. De Belgische rechtbanken bleven niet achter. In juni 2021 oordeelde de Brusselse rechtbank van eerste aanleg dat het klimaatbeleid van de Belgische overheden tekortschoot.

De bedrijven pakken het klimaatprobleem aan.

De Europese Unie keurt met een indrukwekkende snelheid een reeks reglementeringen goed. Er is de taxonomie over duurzame energie, de CSRD-richtlijn inzake bedrijfstransparantie over duurzaamheid, maar vooral de wetgeving over ketenverantwoordelijkheid, die er in 2022 aankomt. Die maakt bedrijven verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten, het klimaat en goed beheer in hun hele bevoorradingsketen. Op wetgevend vlak is dat een echte shift van een model gebaseerd op duty to disclose naar duty to act. Laat ons hopen dat de uitvoering ervan evenwichtig en haalbaar is, zodat we niet vooral onze Europese bedrijven straffen.

Die combinatie van factoren effende het terrein voor een nooit geziene versnelling bij de bedrijven, die massaal zullen investeren in een duurzaam zakenmodel. Zo komt meteen ook een einde aan greenwashing. Het zal een model zijn waarin duurzaamheid niet langer nice to have, maar een kernactiviteit is, en het niet meer voldoende is de wet te respecteren om aansprakelijkheid te vermijden.

De bedrijven hebben dat goed begrepen. In 2022 zullen ze veel energie steken in de voorbereiding op toekomstige regelgeving, nieuwe interne kernindicatoren en de integratie van negatieve bijwerkingen in hun financiële berekeningen. Er zullen winnaars en verliezers zijn. De bedrijven die dat met de nodige overtuiging, striktheid en transparantie aanpakken, zullen overleven.

Ik dacht altijd al dat de bedrijven een deel van de oplossing van de klimaatuitdaging zouden zijn. Terwijl de coronacrisis aanleiding leek te geven tot een versterkte overheid, zal 2022 misschien ruimte creëren voor meer partnerschappen met de privésector. De afgelopen twee jaar hebben aangetoond dat het herstel met de privésector moet gebeuren en een groene en duurzame economie inhoudt die gebaseerd is op duurzame groei. De landen zullen bovendien ook zelf de standaarden moeten respecteren die ze aan de bedrijven opleggen. Zonder de twee andere bestanddelen te vergeten, zal 2022 in het teken staan van de 'E' van 'ESG' ( environmental, social en governance).

Als het gaat over opvallende evoluties voor 2022, zou ik het kunnen hebben over de versnelde digitalisering van de gezondheidszorg, de toegenomen fragmentatie in de maatschappij, de krapte van de primaire grondstoffen die het belang van het lokale nog meer in de verf zet, een flexibeler arbeidsmarkt of over hoe loontrekkenden steeds autonomer worden door thuis te werken. Onderliggend aan al die trends merk ik een streven naar zingeving dat wordt versterkt door het heersende onbehagen, en een grotere kloof tussen de generaties. De meest opvallende trend voor 2022 is dat de bedrijven meer dan ooit het klimaatprobleem aanpakken. Dat is niet enkel iets wat ik hoop, maar mijn intieme overtuiging gebaseerd op de vaststelling dat in 2021 enkele zaken samenkwamen. Het meest zichtbaar zijn de dramatische overstromingen van deze zomer, niet in Bangladesh of China, maar in België. 2021 was ook het jaar van de als mislukt beschouwde COP26-klimaattop in Glasgow. Ondanks het laatste alarmerende rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN, bleken de landen niet in staat nieuwe engagementen aan te gaan om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In mei oordeelde een rechtbank in Den Haag dat het oliebedrijf Shell tegen 2030 zijn CO2-emissie drastisch moet verminderen om zich te houden aan het akkoord van Parijs. Voor het eerst werd een bedrijf veroordeeld omdat het zijn klimaatverplichtingen niet nakomt. De Belgische rechtbanken bleven niet achter. In juni 2021 oordeelde de Brusselse rechtbank van eerste aanleg dat het klimaatbeleid van de Belgische overheden tekortschoot. De Europese Unie keurt met een indrukwekkende snelheid een reeks reglementeringen goed. Er is de taxonomie over duurzame energie, de CSRD-richtlijn inzake bedrijfstransparantie over duurzaamheid, maar vooral de wetgeving over ketenverantwoordelijkheid, die er in 2022 aankomt. Die maakt bedrijven verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten, het klimaat en goed beheer in hun hele bevoorradingsketen. Op wetgevend vlak is dat een echte shift van een model gebaseerd op duty to disclose naar duty to act. Laat ons hopen dat de uitvoering ervan evenwichtig en haalbaar is, zodat we niet vooral onze Europese bedrijven straffen. Die combinatie van factoren effende het terrein voor een nooit geziene versnelling bij de bedrijven, die massaal zullen investeren in een duurzaam zakenmodel. Zo komt meteen ook een einde aan greenwashing. Het zal een model zijn waarin duurzaamheid niet langer nice to have, maar een kernactiviteit is, en het niet meer voldoende is de wet te respecteren om aansprakelijkheid te vermijden. De bedrijven hebben dat goed begrepen. In 2022 zullen ze veel energie steken in de voorbereiding op toekomstige regelgeving, nieuwe interne kernindicatoren en de integratie van negatieve bijwerkingen in hun financiële berekeningen. Er zullen winnaars en verliezers zijn. De bedrijven die dat met de nodige overtuiging, striktheid en transparantie aanpakken, zullen overleven. Ik dacht altijd al dat de bedrijven een deel van de oplossing van de klimaatuitdaging zouden zijn. Terwijl de coronacrisis aanleiding leek te geven tot een versterkte overheid, zal 2022 misschien ruimte creëren voor meer partnerschappen met de privésector. De afgelopen twee jaar hebben aangetoond dat het herstel met de privésector moet gebeuren en een groene en duurzame economie inhoudt die gebaseerd is op duurzame groei. De landen zullen bovendien ook zelf de standaarden moeten respecteren die ze aan de bedrijven opleggen. Zonder de twee andere bestanddelen te vergeten, zal 2022 in het teken staan van de 'E' van 'ESG' ( environmental, social en governance).