We verwachten van onze overheid dat ze een scherpe visie op onze toekomst heeft, ons in die tocht naar de toekomst begeleidt en moedige keuzes maakt. Zijn consumptiecheques daar een mooi voorbeeld van? De naam alleen al. Meer consumeren. Sinds de verderfelijke jaren zestig, toen mensen als Herbert Marcuse de consumptiemaatschappij veroordeelden, hebben we veel bijgeleerd. Leve de consumptie! Shop till you drop! We genieten, we verbruiken, we vervuilen, het liefst met 9 miljard. Stel je voor dat men bezinningscheques zou geven, waardoor mensen zouden nadenken over duurzaamheid of over een ander leefpatroon na corona. Dat moeten we toch vermijden. En toch geen investeringscheques waarmee mensen kunnen investeren in hun toekomst of die van hun kinderen? Nee, in hemelsnaam nee. Ik consumeer, dus ik leef.

Consumptiecheques zijn een stap in de verkeerde richting.

De consumptiecheques moeten vooral de kleine middenstand steunen. Ik leef echter a priori niet zo graag in een wereld waar de middenstand het land regeert. Veronderstel dat een middenstander minder presteert, dan onttrek je zo'n slechte presteerder aan de afschuwelijke wetten van vraag en aanbod. Consumenten zoeken kwaliteit, service en een redelijke prijs. Met zo'n kunstmatige aansporing van de vraag dek je het mindere aanbod toe, je dreigt de middelmaat te belonen. Geloof ik niet in de middenstand? Toch wel, ik reken op de middenstand die door een unieke positionering datgene biedt dat andere economische spelers, zoals multinationals en de overheid, niet kunnen of willen bieden. Kan de overheid die sector in uitzonderlijke tijden steunen? Uiteraard, door een belastingverlaging of een tijdelijke aanpassing van de wetgeving. Maar is ingrijpen in een economisch mechanisme een goede manier? Nee. Tenzij je de wetten van vraag en aanbod niet vertrouwt. Met een liberale premier? Onwaarschijnlijk.

De overheid weet beter dan de burger waaraan die zijn geld moet besteden. Aan cultuurproducten bijvoorbeeld. Het spel Dixit heeft een grote waarde in de opvoeding van ons allen, vooral in een periode waarin autistische trekjes overal om ons heen dreigen. Het spel stimuleert creativiteit, taalvaardigheid en communicatie. Kun je dat kopen met je consumptiecheque? Nee, maar wel een puzzelboek bij de boekhandel. Want boeken zijn cultuurproducten. Zo'n puzzelboekje in een hoekje. Net wat we nodig hebben, terwijl iedereen roept: verbondenheid!

Wie niet mag profiteren van de consumptiecheques zijn de Colruyts, de C&A's en de Torfsen van deze wereld. Zoals je dagelijks in de krant kan lezen, zijn dat soort winkels al rijk genoeg. We waren wel dankbaar dat ze ons wilden bedienen toen we pasta, wc-papier en bakpoeder nodig hadden. Maar als we dan toch moeten consumeren, dan mogen we die zaken niet bij hen kopen. Veronderstel even dat zo'n keten failliet gaat. Wat zeggen we dan? Ach, de mensen die daar werkten, moeten maar een baan zoeken bij de middenstand? Ik heb al lang het gevoel dat in dit land een werknemer bij een grote supermarktketen minder waard is dan een werknemer in een kleine middenstandswinkel.

Veronderstel dat de overheid haar geld zou besteden aan de begeleiding van middenstanders bij een andere benadering van de klant, hen zou helpen met de digitale transitie, nog wat extra steun zou geven bij het aanwerven van hun tweede personeelslid. Dat zou niet eerlijk zijn, natuurlijk. Je steunt dan de dynamische, sterke middenstanders. En dat weten we ondertussen: geen twee snelheden in dit land.

We kennen stilaan de grote maatschappijomvattende problemen die versneld op ons afkomen. Dat liedje wordt eentonig. We weten ook dat er dringend beslissingen nodig zijn om onze gezondheid, veiligheid, welvaart en levenskwaliteit veilig te stellen. De invoering van consumptiecheques is een flauwe stap, slecht voorbereid en uitgewerkt, en vooral een stap in de verkeerde richting.

We verwachten van onze overheid dat ze een scherpe visie op onze toekomst heeft, ons in die tocht naar de toekomst begeleidt en moedige keuzes maakt. Zijn consumptiecheques daar een mooi voorbeeld van? De naam alleen al. Meer consumeren. Sinds de verderfelijke jaren zestig, toen mensen als Herbert Marcuse de consumptiemaatschappij veroordeelden, hebben we veel bijgeleerd. Leve de consumptie! Shop till you drop! We genieten, we verbruiken, we vervuilen, het liefst met 9 miljard. Stel je voor dat men bezinningscheques zou geven, waardoor mensen zouden nadenken over duurzaamheid of over een ander leefpatroon na corona. Dat moeten we toch vermijden. En toch geen investeringscheques waarmee mensen kunnen investeren in hun toekomst of die van hun kinderen? Nee, in hemelsnaam nee. Ik consumeer, dus ik leef. De consumptiecheques moeten vooral de kleine middenstand steunen. Ik leef echter a priori niet zo graag in een wereld waar de middenstand het land regeert. Veronderstel dat een middenstander minder presteert, dan onttrek je zo'n slechte presteerder aan de afschuwelijke wetten van vraag en aanbod. Consumenten zoeken kwaliteit, service en een redelijke prijs. Met zo'n kunstmatige aansporing van de vraag dek je het mindere aanbod toe, je dreigt de middelmaat te belonen. Geloof ik niet in de middenstand? Toch wel, ik reken op de middenstand die door een unieke positionering datgene biedt dat andere economische spelers, zoals multinationals en de overheid, niet kunnen of willen bieden. Kan de overheid die sector in uitzonderlijke tijden steunen? Uiteraard, door een belastingverlaging of een tijdelijke aanpassing van de wetgeving. Maar is ingrijpen in een economisch mechanisme een goede manier? Nee. Tenzij je de wetten van vraag en aanbod niet vertrouwt. Met een liberale premier? Onwaarschijnlijk. De overheid weet beter dan de burger waaraan die zijn geld moet besteden. Aan cultuurproducten bijvoorbeeld. Het spel Dixit heeft een grote waarde in de opvoeding van ons allen, vooral in een periode waarin autistische trekjes overal om ons heen dreigen. Het spel stimuleert creativiteit, taalvaardigheid en communicatie. Kun je dat kopen met je consumptiecheque? Nee, maar wel een puzzelboek bij de boekhandel. Want boeken zijn cultuurproducten. Zo'n puzzelboekje in een hoekje. Net wat we nodig hebben, terwijl iedereen roept: verbondenheid! Wie niet mag profiteren van de consumptiecheques zijn de Colruyts, de C&A's en de Torfsen van deze wereld. Zoals je dagelijks in de krant kan lezen, zijn dat soort winkels al rijk genoeg. We waren wel dankbaar dat ze ons wilden bedienen toen we pasta, wc-papier en bakpoeder nodig hadden. Maar als we dan toch moeten consumeren, dan mogen we die zaken niet bij hen kopen. Veronderstel even dat zo'n keten failliet gaat. Wat zeggen we dan? Ach, de mensen die daar werkten, moeten maar een baan zoeken bij de middenstand? Ik heb al lang het gevoel dat in dit land een werknemer bij een grote supermarktketen minder waard is dan een werknemer in een kleine middenstandswinkel. Veronderstel dat de overheid haar geld zou besteden aan de begeleiding van middenstanders bij een andere benadering van de klant, hen zou helpen met de digitale transitie, nog wat extra steun zou geven bij het aanwerven van hun tweede personeelslid. Dat zou niet eerlijk zijn, natuurlijk. Je steunt dan de dynamische, sterke middenstanders. En dat weten we ondertussen: geen twee snelheden in dit land. We kennen stilaan de grote maatschappijomvattende problemen die versneld op ons afkomen. Dat liedje wordt eentonig. We weten ook dat er dringend beslissingen nodig zijn om onze gezondheid, veiligheid, welvaart en levenskwaliteit veilig te stellen. De invoering van consumptiecheques is een flauwe stap, slecht voorbereid en uitgewerkt, en vooral een stap in de verkeerde richting.