Het komende jaar kondigt zich somber aan voor de Chinese Communistische Partij. Een handelsoorlog met Amerika, onrust in Hongkong, verkiezingen in Taiwan die China-sceptici voor nog vier jaar aan de macht kunnen houden. Dat alles zal de gedachten van de leiders flink bezighouden.
...

Het komende jaar kondigt zich somber aan voor de Chinese Communistische Partij. Een handelsoorlog met Amerika, onrust in Hongkong, verkiezingen in Taiwan die China-sceptici voor nog vier jaar aan de macht kunnen houden. Dat alles zal de gedachten van de leiders flink bezighouden. Maar ze zullen hard hun best doen om het niet te laten zien, want 2020 staat al lang in hun agenda aangestreept als een jaar van triomf. Het land moet dan een cruciale fase in zijn ontwikkeling bereiken en 'een in alle opzichten gematigd welvarend land' worden. Voor een wereld die het gewend is China te zien als een aankomende supermacht die Amerika aan het inhalen is in rijkdom en invloed, kan dat klinken als een verrassend bescheiden doel. Maar in partijtermen vindt het veel weerklank. Tegen het einde van het jaar hoopt het leiderschap reden tot juichen te hebben. 'Gematigd welvarend' is de officiële vertaling van xiaokang, een term die ontleend is aan oude confuciaanse filosofie van Deng Xiaoping na de lancering van zijn economische hervormingen in 1978. Het verwijst naar een samenleving die op weg is om een egalitair Utopia te worden. Deng geloofde dat China xiaokang kon worden tijdens het leven van velen die toen bestonden. Hij gebruikte een ruwe meting van de doelstelling: een verviervoudiging van het landelijke bruto binnenlands product (bbp) en het bbp per persoon vergeleken met 1980. Hij verkondigde dat China tegen het jaar 2000 die doelstellingen zou halen. Hij kreeg gelijk. In 1995 was het bbp van China in reële termen al verviervoudigd. In 1997 had het bbp per hoofd dat ook gedaan. Toch voelden veel Chinezen zich nog niet welvarend. Bijna 130 miljoen mensen leefden nog altijd in absolute armoede. Dus legde de partij hogere doelstellingen vast. In 2012 kondigde ze aan dat het land tegen het einde van het decennium klaar zou zijn met de bouw van een xiaokang-samenleving. Het bbp en het gemiddelde beschikbare inkomen per persoon zouden verdubbelen tegenover 2010. Niemand zou onder de armoedegrens leven. Dat blijkt niet eenvoudig te zijn. De tijd is voorbij van onafgebroken dubbelcijferige economische groei. Functionarissen proberen een realistischer groeicijfer te bereiken: hoog genoeg om het nieuwe xiaokang-doel te bereiken, maar niet meer zo hoog dat er financiële chaos dreigt te ontstaan. Ze willen dat het bbp veel minder gegenereerd wordt door beton te gieten en veel meer door intellect. De stagnerende wereldeconomie bemoeilijkt hun inspanningen, net als het wankelende vertrouwen onder consumenten en in bedrijven in eigen land. Om het bbp van 2010 in reële termen te verdubbelen moet de economie van China in 2019 en 2020 met gemiddeld 6,2 procent stijgen. Dat wordt moeilijk. De Chinese eerste minster, Li Keqiang, zei in september dat het zelfs "heel moeilijk" is om de economie te doen blijven groeien met 6 procent. De verdubbeling van het beschikbare inkomen per persoon blijkt minder moeilijk: het is tijdens het grootste deel van het afgelopen decennium sneller gestegen dan het bbp. Absolute armoede uitroeien zal nog het moeilijkste zijn. China zegt dat het het al gelukt is in de steden. Op het platteland ligt het moeilijker. Er is al een grote vooruitgang geboekt sinds het begin van de hervormingen van Deng: het aantal plattelandsmensen onder de officiële armoedegrens van 2300 yuan (300 euro) per jaar is gedaald van 775 miljoen in 1980 naar 16,6 miljoen tegen eind 2018. Maar dat is voornamelijk het resultaat van de snelle economische groei, die in stedelijke gebieden werkgelegenheid heeft gecreëerd voor migranten van het platteland. Velen die nog in absolute armoede leven, zijn te zwak om te werken. Ze krijgen normaal gezien een aalmoes om te overleven. Maar sommigen krijgen die niet door corruptie of bureaucratische tekortkomingen. Velen krijgen niet genoeg. Een statistische kunstgreep helpt altijd. De enige reden waarom de regering kan beweren dat er geen armoede bestaat in de steden, is dat ze dezelfde standaard voor absolute armoede hanteert in zowel stedelijke als rurale gebieden, hoewel de levenskosten in stedelijke gebieden hoger liggen. De jongste jaren zijn ambtenaren gehaast om te verklaren dat "verpauperde arrondissementen", zoals vele formeel geclassificeerd waren door de centrale overheid, "hun hoed hebben afgezet", wat betekent dat ze niet langer die stempel dragen. Volgens de regering zullen dat soort arrondissementen tegen eind 2020 verdwenen zijn. Koortsachtig doelstellingen willen halen of cijfers manipuleren zijn doorsnee praktijken van Chinese ambtenaren. Bureaucraten voelen zich zwaar onder druk gezet om de xiaokang-doelen te verwezenlijken. Dat komt omdat de partij het publiek wil laten zien dat xiaokang in alle opzichten verwezenlijkt is tegen 2021, het jaar van haar honderdste verjaardag. Maar de gemiddelde jaarlijkse groei zou in 2019 en 2020 weleens onder 6,2 procent kunnen zakken. Dat zal een probleem zijn voor de partij, die op zijn minst haar xiaokang-doelen wil bereiken tegen haar verjaardag op 1 juli 2021. Sommige Chinezen zullen nog altijd mopperen dat ze niet veel rijker geworden zijn, en velen zullen klagen dat de kloof tussen hen en de rijken alleen maar is toegenomen. Maar Utopia lonkt. De volgende doelstelling is om een 'modern socialistisch' land te worden tegen 2035 en om daarna, tegen 2049 (de 100ste verjaardag van het communistische bewind), 'rijk' te worden. Tegen die tijd, zegt de partij, zal China "welvarend, sterk, democratisch, cultureel geavanceerd, harmonieus en prachtig" zijn. Zoals altijd zal de partij bepalen wat die termen betekenen.