President Trump was alweer een karikatuur van zichzelf. Een 'liefdesfeest' en 'één van de grootste deals' zijn voor hem een staakt-het-vuren in de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Amerika bevriest nieuwe invoerheffingen. China belooft Amerikaanse landbouwproducten te kopen en de intellectuele eigendom te beschermen. Nog wat vage intenties over de muntwaardering en de toegang tot de Chinese financiële sector. Allemaal nog mondeling, te preciseren, te formuleren en te tekenen.

Een berg van presidentiële retoriek en bravoure over het oneerlijke communistische China heeft een muis gebaard. China doet een tactische toegift die Trump kan helpen bij de presidentsverkiezingen in de landbouwstaten in 2020. Er komt nog een goede fotosessie met de Chinese president. Als het Trump menens zou zijn, zou hij de handelsoorlog opdrijven en daardoor de eigen economie schaden. Met verkiezingen aan de horizon is dat niet meer denkbaar.

Trump is te laat in zijn presidentschap met China begonnen en de Chinezen hebben het lang genoeg kunnen rekken. Ze kunnen nu hopen op een flexibeler Amerika met de volgende president. Ondertussen groeit de Chinese economische intimidatie wereldwijd. Dat ondervindt de vermaarde NBA-basketbalcompetitie aan den lijve. Op 4 oktober tweette de manager van de Houston Rockets zijn persoonlijke sympathie voor de democratiebeweging in Hongkong. Wat volgt, klinkt als georkestreerde Chinese chantage.

De Chinese staatstelevisie stopt meteen de uitzendingen van de wedstrijden van de Rockets. Tencent, één van de Chinese sponsoren van de Rockets, stopt de samenwerking. De Chinese basketbalassociatie staakt exhibitiewedstrijden met andere Amerikaanse teams. Li-Ning, het grootste Chinese merk van sportkledij, wil niet langer de NBA ondersteunen. En de NBA grijpt natuurlijk meteen naar het internet om excuses en respect te offeren. Want de Amerikaanse basketballiga, haar grote bedrijfspartners en topspelers verdienen samen miljarden aan de gigantische Chinese markt.

China chanteert.

Starbucks, Nike, Marriott, Qantas, Dolce & Gabbana, Apple en Cathay Pacific gaan de NBA vooraf. Al die multinationals kropen de jongste maanden door het stof omdat een beeld, een video, een product of een statement in een vuurstorm van digitaal Chinees nationalisme was terechtgekomen. Allemaal trapten ze ongewild op ultralange Chinese tenen. Allemaal wilden ze vooral de vele Chinese consumenten behouden. Ze verkozen het grote geld boven de kleine moraal.

Ik heb al geschreven dat investeerders in China onrechtstreeks medeplichtig zijn aan een totalitair regime dat overleeft dankzij een verbeterde welvaart voor de burgers. Maar wat we nu beleven, gaat nog een stap verder. China recupereert buitenlandse bedrijven voor wereldwijde Chinese propaganda. China verwacht dat westerse bedrijven zich gedragen als spreekbuizen van de Chinese politieke correctheid en de meningsvrijheid van hun personeel onderdrukken. En die verwachting komt niet alleen van het machtsapparaat, maar ook van Chinese bedrijven en burgers.

We beseffen te weinig hoezeer China zijn propaganda heeft geperfectioneerd. Decennia van onderwijssturing, indoctrinatie, mediacontrole, manipulatie van de populaire cultuur en censuur van het internet hebben brede lagen van de bevolking doordesemd van een bijzonder nationalisme. Chinese trots is vereenzelvigd met de Chinese partijlijn. Elke transgressie krijgt een grote historische lading. Er heerst een hypergevoelig patriottisme dat niet alleen door de staatsmedia, maar ook door de internetgeneratie en door de Chinese bedrijven wordt geprojecteerd.

We moeten dus niet betwijfelen dat elke Chinese multinational, Huawei op kop, finaal voor rekening van de Chinese Communistische Partij rijdt. Maar hoever staan onze multinationals daarvan af? Ze doen ronkende verklaringen over het sociale doel van hun bedrijven. Ze paraderen hun bedrijfswaarden en steunen klimaatprotesten. Maar als het om China gaat, worden de moraalridders plots schildknapen. Ik wou dat Trump daaraan iets deed.