Voor het eerst heeft de gemiddelde rente op alle overheids- en bedrijfsobligaties in de eurozone de nulgrens gesloopt. Wie denkt dat dit een kortstondige anomalie is, vergist zich. De kans is reëel dat we in de toekomst met een diep negatieve korte- en langetermijnrente van -4 à -5 procent worden geconfronteerd. Ondenkbaar?

Nee, omdat de rente de voorbije jaren in Europa al op -4,5 procent heeft gestaan. Tenminste, de schaduwrente. Die meet hoe de werkelijke rente economisch aanvoelt door ook de impact van de kwantitatieve versoepeling - de massale aankopen van obligaties door centrale banken - in rekening te brengen. Vergelijk het met de gevoelstemperatuur: bij een windsnelheid van 37 kilometer per uur voelt 2 graden Celsius aan als -4,5 graden Celsius.

Nee, omdat de rente de nulgrens heeft doorbroken, terwijl de Europese economie nog niet eens in recessie is. In het verleden was een renteverlaging van 5 à 6 procent nodig om recessies in de ontwikkelde economieën in te tomen. De precaire toestand van de overheidsfinanciën in het vooruitzicht van de kosten van de vergrijzing sluit het inzetten van het budgettaire wapen uit. Daarenboven blijkt dat de positieve economische impact van een renteverlaging of het verhogen van schulden afneemt naarmate de economie dieper in de schulden zit. Wereldwijd staan de schulden op een absoluut recordniveau. Een drugsverslaafde heeft een steeds grotere dosis nodig om dezelfde kick te ervaren. Zo ook een met schulden beladen economie.

Bij de volgende grote economische recessie zal de rente ongekend negatieve niveaus opzoeken.

Nee, omdat verscheidene overheidsinstanties het idee van een monetair beleid dat diep negatieve rentes inzet, vandaag al als wenselijk beschouwen. U kunt er de studie Deep Negative Rates to Fight Recessions: A Guide van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit april 2019 op nalezen. Die noemt de nulgrens "een ernstig obstakel voor een monetair beleid". Meerdere centrale bankiers, onder wie ex-Fed-voorzitter Ben Bernanke, zijn het daarmee eens en roepen op tot een nieuwe denkwijze. Mario Draghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, wiens beleid zijn opvolger Christine Lagarde (ex-IMF) onverminderd zal voortzetten, stelde onverbloemd dat de ECB werkelijk alles in het werk zou stellen om de euro en de economie te verdedigen. Dat is geen holle machotaal. De geschiedenis leert dat de overheid, als het water aan de lippen staat, inderdaad tot alles in staat is, zelfs tot de confiscatie van privéactiva. En strafrentes van -4 à -5 procent zijn niets anders dan een confiscatie van koopkracht.

Kortom, bij de volgende grote economische recessie zal de rente ongekend negatieve niveaus opzoeken. Het wettelijke minimumrendement van 0,11 procent op Belgische spaarrekeningen zal er mettertijd aan moeten geloven. De intuïtieve reactie van de bevolking om de bankrekening leeg te halen en contant geld op te potten, zou de slagkracht van het monetaire beleid aantasten. Het nieuwe beleid zal dus onvermijdelijk gepaard gaan met maatregelen die het vrije gebruik van contant geld aan banden leggen.

Dat vereist niet noodzakelijk de volledige afschaffing van cash. De overheid kan verordenen dat contant geld dat wordt opgevraagd van een bankrekening, wordt gekort ten belope van de negatieve rente: uw rekening wordt gedebiteerd met 100 euro, maar er komt slechts 96 euro cash uit de machine. De overheid kan het de burger ook gewoon moeilijk maken om contant geld op grote schaal te gebruiken. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan de afschaffing van bankbiljetten, zodat big spenders letterlijk een zak geld met zware muntstukken moeten meesleuren. In een volgende fase, zodra de bevolking er wat aan gewend is, wordt contant geld wellicht volledig afgeschaft, om de zwarte economie uit te roeien en de overheidskas verder te spijzen.

Die nieuwe realiteit biedt kansen voor wakkere beleggers. In de wondere wereld van diep negatieve rentes zijn de vooruitzichten voor langlopende kwaliteitsobligaties, vastgoed en goud uitstekend. Nog meer dan vandaag wordt cash en beleggen in banken een doodsval.