Ik was donderdagavond op een vergadering van een serviceclub. Ik was wat te laat en viel binnen tijdens een coronadiscussie. Iedereen deelde zijn ervaringen met de jongste ontwikkelingen. Ik volgde met verbazing een verhaal van een vrouw die vijftig jaar getrouwd is. Ze wilde een feestje geven, maar de broers van haar man konden er niet bij zijn, vanwege de beperkingen. Alle begrip, we mogen nu eenmaal niet met te veel zijn. Maar met de kinderen en de kleinkinderen erbij was er één persoon te veel. De kleindochter was net twaalf jaar geworden en dan valt ze onder 'de volwassenen'. Dat was een probleem. Dagen hield dat die mensen bezig: hoe konden ze een fijn familiefeest houden en toch de regels volgen? De vreugde was al weggezakt. Ik zweeg.

Beste overheid, stop met elke vraag te beantwoorden met een nieuwe regel.

Het ging verder over hoe we onze bijeenkomsten zouden organiseren. De organisatie van het feestzalencomplex waar we normaal samenkomen, had ons strenge richtlijnen gegeven. We moesten de allergrootste zaal nemen en er mochten maar vier mensen aan een tafel van tien personen zitten. Het aperitief mochten we niet meer samen nemen, we moesten zitten. Er mochten ook maar twintig personen komen. Onze groep is groter, maar niet iedereen is altijd aanwezig. Misschien moesten we maar gokken. De spontaniteit van een blij weerzien was al weggenomen. Ik zweeg opnieuw. De energie stroomde langzaam weg.

Er was nog een alternatief: we konden onze bijeenkomst bij iemand thuis organiseren. Maar ook daar was de vraag hoe we dat konden doen. De persoon die dat oorspronkelijk zag zitten, doet het toch liever niet. Je weet maar nooit, de buren zouden misschien het aantal personen tellen. Wie weet was er één persoon te veel. Idee van de baan.

Ik kan me niet meer vinden in die vreemde discussies. Ik ga er ook niet meer in mee. Het wordt te absurd. Een kind van elf jaar mag wél nog op een feest zijn, maar als datzelfde kind twaalf wordt, mag het er niet meer bij zijn. Waar zijn we mee bezig? Ik zie aan zee bij veel wind mensen met een mondmasker op de dijk, en ook op een strand van meters breed, zoals in De Panne. Is er dan niemand meer die zich vragen stelt bij al die regels? In sommige gemeentes moet je in bossen verplicht een mondmasker dragen terwijl er geen kat te bespeuren is.

Het Journaal verliest zijn pedalen door vier minuten te besteden aan de vraag of het raam in een klaslokaal tijdens een koude winter ook open moet blijven staan, 'want de regel is zo veel mogelijk te verluchten'. Gaan we daar echt ons hoofd over breken, of zullen we het gezond verstand laten werken?

Waar is onze kritische geest naartoe? Wie blijft dat soort onzin gedwee volgen? We zijn toch geen kleuters die elk regeltje zomaar slikken? We zijn volwassen mensen die kritisch zouden moeten kunnen nadenken. Het is gewoon absurd om in een bos een mondmasker te dragen. Als er een angstcultuur ontstaat 'omdat de buren misschien zullen bellen omdat we met één persoon te veel zijn', waar zijn we dan mee bezig?

De basisregels zijn: afstand houden, een mondmasker dragen als je de afstand niet kan respecteren, en een goede handhygiëne. Is het dan echt nodig alles in regeltjes te gieten waardoor elke vorm van spontaniteit ons wordt ontnomen?

Het wordt tijd dat de overheid vertrouwt op het zelfstandige denken van haar burgers. Ik respecteer de basisregels en toch tel ik niet constant wie wel of niet in een bubbel zit. Het is te veel, te complex en het wijzigt te vaak. We zijn grote mensen met een kritische geest. We kunnen zelf nadenken. Dus, beste overheid, pers en virologen: stop met elke vraag te beantwoorden met een nieuwe regel. De basisregels zijn duidelijk. Laat ons leven, ondernemen en geef ons onze spontaniteit terug.

Ik was donderdagavond op een vergadering van een serviceclub. Ik was wat te laat en viel binnen tijdens een coronadiscussie. Iedereen deelde zijn ervaringen met de jongste ontwikkelingen. Ik volgde met verbazing een verhaal van een vrouw die vijftig jaar getrouwd is. Ze wilde een feestje geven, maar de broers van haar man konden er niet bij zijn, vanwege de beperkingen. Alle begrip, we mogen nu eenmaal niet met te veel zijn. Maar met de kinderen en de kleinkinderen erbij was er één persoon te veel. De kleindochter was net twaalf jaar geworden en dan valt ze onder 'de volwassenen'. Dat was een probleem. Dagen hield dat die mensen bezig: hoe konden ze een fijn familiefeest houden en toch de regels volgen? De vreugde was al weggezakt. Ik zweeg. Het ging verder over hoe we onze bijeenkomsten zouden organiseren. De organisatie van het feestzalencomplex waar we normaal samenkomen, had ons strenge richtlijnen gegeven. We moesten de allergrootste zaal nemen en er mochten maar vier mensen aan een tafel van tien personen zitten. Het aperitief mochten we niet meer samen nemen, we moesten zitten. Er mochten ook maar twintig personen komen. Onze groep is groter, maar niet iedereen is altijd aanwezig. Misschien moesten we maar gokken. De spontaniteit van een blij weerzien was al weggenomen. Ik zweeg opnieuw. De energie stroomde langzaam weg. Er was nog een alternatief: we konden onze bijeenkomst bij iemand thuis organiseren. Maar ook daar was de vraag hoe we dat konden doen. De persoon die dat oorspronkelijk zag zitten, doet het toch liever niet. Je weet maar nooit, de buren zouden misschien het aantal personen tellen. Wie weet was er één persoon te veel. Idee van de baan. Ik kan me niet meer vinden in die vreemde discussies. Ik ga er ook niet meer in mee. Het wordt te absurd. Een kind van elf jaar mag wél nog op een feest zijn, maar als datzelfde kind twaalf wordt, mag het er niet meer bij zijn. Waar zijn we mee bezig? Ik zie aan zee bij veel wind mensen met een mondmasker op de dijk, en ook op een strand van meters breed, zoals in De Panne. Is er dan niemand meer die zich vragen stelt bij al die regels? In sommige gemeentes moet je in bossen verplicht een mondmasker dragen terwijl er geen kat te bespeuren is. Het Journaal verliest zijn pedalen door vier minuten te besteden aan de vraag of het raam in een klaslokaal tijdens een koude winter ook open moet blijven staan, 'want de regel is zo veel mogelijk te verluchten'. Gaan we daar echt ons hoofd over breken, of zullen we het gezond verstand laten werken? Waar is onze kritische geest naartoe? Wie blijft dat soort onzin gedwee volgen? We zijn toch geen kleuters die elk regeltje zomaar slikken? We zijn volwassen mensen die kritisch zouden moeten kunnen nadenken. Het is gewoon absurd om in een bos een mondmasker te dragen. Als er een angstcultuur ontstaat 'omdat de buren misschien zullen bellen omdat we met één persoon te veel zijn', waar zijn we dan mee bezig? De basisregels zijn: afstand houden, een mondmasker dragen als je de afstand niet kan respecteren, en een goede handhygiëne. Is het dan echt nodig alles in regeltjes te gieten waardoor elke vorm van spontaniteit ons wordt ontnomen? Het wordt tijd dat de overheid vertrouwt op het zelfstandige denken van haar burgers. Ik respecteer de basisregels en toch tel ik niet constant wie wel of niet in een bubbel zit. Het is te veel, te complex en het wijzigt te vaak. We zijn grote mensen met een kritische geest. We kunnen zelf nadenken. Dus, beste overheid, pers en virologen: stop met elke vraag te beantwoorden met een nieuwe regel. De basisregels zijn duidelijk. Laat ons leven, ondernemen en geef ons onze spontaniteit terug.