Voor Louis Jonckheere is ambitie een strategie. Een selectie van enkele recente uitspraken van de medeoprichter en co-CEO van Showpad, het Gentse techbedrijf dat de wereldmarkt bestormt met software voor verkopers: "We willen het nummer één worden in onze niche", "We willen het nieuwe Salesforce worden", "We willen met een agressieve strategie snel groeien", "We willen een eenhoorn (een bedrijf met een marktkapitalisatie van 1 miljard dollar, nvdr) worden" en "We denken en handelen als een leider".
...

Voor Louis Jonckheere is ambitie een strategie. Een selectie van enkele recente uitspraken van de medeoprichter en co-CEO van Showpad, het Gentse techbedrijf dat de wereldmarkt bestormt met software voor verkopers: "We willen het nummer één worden in onze niche", "We willen het nieuwe Salesforce worden", "We willen met een agressieve strategie snel groeien", "We willen een eenhoorn (een bedrijf met een marktkapitalisatie van 1 miljard dollar, nvdr) worden" en "We denken en handelen als een leider". Het is geen grootspraak. Het is een strategie. Louis Jonckheere weet dat hij die ambitie moet uitspreken om van Showpad een succes te maken. Hij is ervan overtuigd dat ambitie een must is om het team achter het bedrijf boven zichzelf te laten uitstijgen. Edwin Moses, de CEO van Ablynx, deelt die visie. "Toen ik in 2004 bij Ablynx begon, viel me het gebrek aan ambitie op. Ik riep de vijftig werknemers bijeen en zei dat we het nieuwe Amgen, hét succesvolle voorbeeld voor jonge biotechbedrijven, konden worden. Er werd toen niet met mijn moppen gelachen, maar wel met die uitgesproken ambitie. Maar die ambitie heeft het bedrijf geen windeieren gelegd. Sanofi heeft nu 3,9 miljard redenen om ons over te nemen", zei Edwin Moses vorige week op het Trends Gazellen-evenement van Oost-Vlaanderen. Van alle Belgische ondernemingen die zijn opgericht tussen 1997 en 2009, kent slechts een op de tien jaarlijks 10 procent groei in omzet en personeel, berekende de Nationale Bank. Ook de instroom is te pover. In vergelijking met de buurlanden telt België relatief weinig startende ondernemingen, en, erger nog, relatief weinig nieuwe ondernemingen met groei-ambities. De Belgische economie heeft een ambitiehandicap. Ondernemer is nog altijd een knelpuntberoep in dit land. We kunnen wél pronken met de kwaliteit van de nieuwe ondernemingen. Zo bleef 75 procent van de ondernemingen die zijn opgericht tussen 2006 en 2010, minstens vijf jaar actief, terwijl dat percentage in de buurlanden bleef steken op 50 procent. Kortom, in het buitenland geraakt slechts een op de twee ondernemingen door de vallei des doods, terwijl in Vlaanderen drie op de vier bedrijven de gevaarlijke opstartfase overleven. Die cijfers tonen aan dat de meeste ondernemingen worden opgericht omdat ze vertrekken van een behoorlijk businessplan, en niet omdat de ondernemer uit noodzaak 'iets' moet doen om brood op de plank te krijgen. Die risicoschuwheid is niet noodzakelijk een troef. Als we pas ondernemen wanneer de kans op succes relatief groot is, dan laten we ook veel kansen liggen. Te veel bedrijven worden gecoacht door een type als José Mourinho, de trainer van Manchester United, die zelfs met een sterrenteam liever op 1-0 of 0-0 mikt, dan vol voor de aanval te gaan. Projecten met een hoog risico worden te snel van tafel geveegd, terwijl net die projecten vaak het grootste potentieel bieden. Hoeveel potentiële multinationals zijn in de Vlaamse klei blijven steken? Je wil het niet weten. De angst te mislukken, onze ingebakken risicoschuwheid en de beperkte maatschappelijke waardering voor ondernemers zetten een grotere rem op onze ondernemerscultuur dan de klassieke obstakels zoals het vinden van financiering, hoge instapdrempels of hoge belastingen. "Ondernemers zijn als circusartiesten op de koord. Het publiek kijkt nieuwsgierig toe. Misschien valt hij van de koord", zei Hans Bourlon, de CEO van Studio 100, tijdens het Trends Gazellen-evenement in Antwerpen. Een beetje meer applaus voor wie de koord op durft, en een beetje meer mededogen en zelfs een breder vangnet voor wie er afvalt, het zou onze economie geen windeieren leggen.