We dachten dat we erdoorheen waren. 2008 was heftig en de coronacrisis deed veel ondernemers alles uit de kast halen. Ik zag het in mijn omgeving en heb het zelf in mijn eigen kmo gedaan. Kijken naar sterktes van je bedrijf en die anders invullen om toch maar die omzet te blijven draaien. We did it! En toen bleek Rusland roet in het eten te gooien. Weg euforie. Corona bleek slechts een voorjaarsstorm te zijn. Wat we nu meemaken, is andere koek.

Er komen te veel factoren samen, waardoor we voor grote economische uitdagingen staan: de stijgende energieprijzen, de door de vele lockdowns in China totaal verstoorde logistieke keten, de war for talent. De consument houdt zijn portemonnee dicht en de bedrijven worden geconfronteerd met nooit geziene prijsstijgingen. Uit een enquête van Voka blijkt dat 49 procent van de bedrijven zich zorgen maakt over de toeleveringsproblemen: zonder materiaal kun je niet werken, de bestellingen komen binnen, maar de cash blijft achterwege.

42 procent van de bedrijven maakt zich zorgen over de stijgende loonkosten. Terecht, want in België geldt nog altijd het systeem van de automatische index. België is buiten Luxemburg en Malta het enige land ter wereld waar die nog wordt toegepast. De verwachting over twee jaar is dat de loonkosten nog met 14,8 procent zullen stijgen. Kostprijs voor de bedrijven: 22 miljard euro. Daarvan vloeit ongeveer twee derde terug naar de overheid.

Het resultaat van de automatische indexering is dat de loonhandicap tegenover het buitenland weer oploopt. Die was in de periode 2019-2021 weggewerkt door een eenmalige indexsprong. Onze bedrijven werden weer competitief. Nu is de loonhandicap terug. Momenteel bedraagt het verschil 4 procent, met een vooruitzicht van 6 procent. Daarmee schiet België zich opnieuw in de voet. In de jaren zeventig wilde de overheid externe prijsschokken compenseren. De indexering leidde tot een concurrentiehandicap. De overheidssteun die erop volgde, deed de overheidsschuld verdubbelen. Gevolg: twintig jaar saneringsbeleid. Daar willen we toch niet terug naartoe?

België schiet zich met de automatische indexering in de voet.

Bedrijven pleiten niet voor een daling van de koopkracht, integendeel. We hebben er geen baat bij. Er zijn echter heel wat alternatieven voor die automatische indexering. Zo koos Duitsland voor een eenmalige premie van 1.400 euro netto. Het land kiest voor centen in plaats van procenten. Luxemburg heeft ondertussen besloten wél een indexsprong te maken. België blijft op automatische piloot draaien - het ligt gevoelig, en al zeker voor onze politici. Alle begrip daarvoor, maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

In ons land gaat het vooral over het automatisch indexeren van alle lonen. Het prefix 'automatisch' is onlogisch. Waarom moet de indexering worden toegepast voor álle lonen, hoog en laag? Waarom moet dat automatisch gebeuren? Er is ruimte voor nuancering in het debat.

De mensen met de hoogste lonen, die meestal het minst last hebben van de stijgende kosten van levensonderhoud, krijgen het meeste loon erbij. Nochtans hebben de mensen met de laagste lonen het meeste last van een dalende koopkracht. Waar zit hier het sociale aspect? Een sociaal gecorrigeerde indexering is dan ook een elegantere oplossing. De lage lonen behouden hun koopkracht, de hogere categorieën zullen het niet voelen. Op die manier wordt de schade beperkt, voor de consument, voor de bedrijven en zelfs voor de overheid, want ook de lonen van de ambtenaren worden geïndexeerd. Dat wordt soms vergeten: een indexering kost ook de overheid handenvol geldt. Inschatting: 20 miljard euro. 22 miljard voor de bedrijven, 20 miljard voor de overheid: de optelsom is snel gemaakt.

Gezien de hoge kostprijs van de automatische indexering en de daaropvolgende toename van de overheidsschuld, die al torenhoog is, lijkt het me dan ook méér dan nuttig om genuanceerd te bekijken hoe men de koopkracht veilig kan stellen. Een economische ravage moeten we zeker zien te vermijden.

We dachten dat we erdoorheen waren. 2008 was heftig en de coronacrisis deed veel ondernemers alles uit de kast halen. Ik zag het in mijn omgeving en heb het zelf in mijn eigen kmo gedaan. Kijken naar sterktes van je bedrijf en die anders invullen om toch maar die omzet te blijven draaien. We did it! En toen bleek Rusland roet in het eten te gooien. Weg euforie. Corona bleek slechts een voorjaarsstorm te zijn. Wat we nu meemaken, is andere koek. Er komen te veel factoren samen, waardoor we voor grote economische uitdagingen staan: de stijgende energieprijzen, de door de vele lockdowns in China totaal verstoorde logistieke keten, de war for talent. De consument houdt zijn portemonnee dicht en de bedrijven worden geconfronteerd met nooit geziene prijsstijgingen. Uit een enquête van Voka blijkt dat 49 procent van de bedrijven zich zorgen maakt over de toeleveringsproblemen: zonder materiaal kun je niet werken, de bestellingen komen binnen, maar de cash blijft achterwege. 42 procent van de bedrijven maakt zich zorgen over de stijgende loonkosten. Terecht, want in België geldt nog altijd het systeem van de automatische index. België is buiten Luxemburg en Malta het enige land ter wereld waar die nog wordt toegepast. De verwachting over twee jaar is dat de loonkosten nog met 14,8 procent zullen stijgen. Kostprijs voor de bedrijven: 22 miljard euro. Daarvan vloeit ongeveer twee derde terug naar de overheid. Het resultaat van de automatische indexering is dat de loonhandicap tegenover het buitenland weer oploopt. Die was in de periode 2019-2021 weggewerkt door een eenmalige indexsprong. Onze bedrijven werden weer competitief. Nu is de loonhandicap terug. Momenteel bedraagt het verschil 4 procent, met een vooruitzicht van 6 procent. Daarmee schiet België zich opnieuw in de voet. In de jaren zeventig wilde de overheid externe prijsschokken compenseren. De indexering leidde tot een concurrentiehandicap. De overheidssteun die erop volgde, deed de overheidsschuld verdubbelen. Gevolg: twintig jaar saneringsbeleid. Daar willen we toch niet terug naartoe?Bedrijven pleiten niet voor een daling van de koopkracht, integendeel. We hebben er geen baat bij. Er zijn echter heel wat alternatieven voor die automatische indexering. Zo koos Duitsland voor een eenmalige premie van 1.400 euro netto. Het land kiest voor centen in plaats van procenten. Luxemburg heeft ondertussen besloten wél een indexsprong te maken. België blijft op automatische piloot draaien - het ligt gevoelig, en al zeker voor onze politici. Alle begrip daarvoor, maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden.In ons land gaat het vooral over het automatisch indexeren van alle lonen. Het prefix 'automatisch' is onlogisch. Waarom moet de indexering worden toegepast voor álle lonen, hoog en laag? Waarom moet dat automatisch gebeuren? Er is ruimte voor nuancering in het debat.De mensen met de hoogste lonen, die meestal het minst last hebben van de stijgende kosten van levensonderhoud, krijgen het meeste loon erbij. Nochtans hebben de mensen met de laagste lonen het meeste last van een dalende koopkracht. Waar zit hier het sociale aspect? Een sociaal gecorrigeerde indexering is dan ook een elegantere oplossing. De lage lonen behouden hun koopkracht, de hogere categorieën zullen het niet voelen. Op die manier wordt de schade beperkt, voor de consument, voor de bedrijven en zelfs voor de overheid, want ook de lonen van de ambtenaren worden geïndexeerd. Dat wordt soms vergeten: een indexering kost ook de overheid handenvol geldt. Inschatting: 20 miljard euro. 22 miljard voor de bedrijven, 20 miljard voor de overheid: de optelsom is snel gemaakt. Gezien de hoge kostprijs van de automatische indexering en de daaropvolgende toename van de overheidsschuld, die al torenhoog is, lijkt het me dan ook méér dan nuttig om genuanceerd te bekijken hoe men de koopkracht veilig kan stellen. Een economische ravage moeten we zeker zien te vermijden.