In ons land gaat 2,6 procent van het bbp naar de uitbetaling van de ambtenarenpensioenen, goed voor een jaarlijks bedrag van meer dan 10,6 miljard euro.

Niet zozeer het aantal ambtenarenpensioenen, maar wel het hoge maandelijkse bedrag waar gepensioneerde ambtenaren in ons land recht op hebben bezorgt België de koppositie. Het ambtenarenpensioen loopt in sommige gevallen op tot 75 procent van het laatste loon, een stuk meer dan in de meeste andere Oeso-landen het geval is.

Landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden en Letland bijvoorbeeld, geven niet meer dan 1,4 procent van het bbp uit aan ambtenarenpensioenen. Nochtans heeft in die landen gemiddeld 30 procent van het totaal aantal werkenden een ambtenarenstatuut, tegenover 20 procent in België.

Na België betalen Groot-Brittanië en Frankrijk het meeste ambtenarenpensioenen, met respectievelijk 2,3 en 2,2 procent van het bbp.

Eengemaakt pensioenstelsel

De Oeso wijst in haar rapport vooral het Belgisch pensioensysteem met de vinger. Het stelsel voor de publieke sector staat in ons land volledig apart van dat voor gewone werknemers, wat de organisatie "inefficiënt" noemt omdat het de arbeidsmobiliteit afremt.

De Oeso pleit voor een eengemaakt pensioenstelsel, dat zowel de pensioenen voor de publieke als voor de private sector regelt. Dat systeem is de norm in 31 van de 35 -grotendeels welvarende- lidstaten van de organisatie.

Een eengemaakt stelsel zorgt volgens de Oeso niet alleen voor meer arbeidsmobiliteit, maar is ook stukken transparanter. Bovendien zou er door allerlei schaalvoordelen serieus bespaard kunnen worden op administratieve kosten, wat "de overheidsfinanciën ten goede komt", klinkt het in het rapport.

Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) herhaalt dat ambtenaren en werknemers op termijn op dezelfde manier pensioenrechten moeten opbouwen, en benadrukt dat de regering al maatregelen heeft genomen "om de verschillende pensioenregimes progressief te harmoniseren", zoals de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie voor ambtenaren. "Ik ben dan ook blij dat de doelstellingen en hervormingen van de regering in lijn zijn met wat bepleit wordt door de OESO", aldus de minister. (Belga/NS)

In ons land gaat 2,6 procent van het bbp naar de uitbetaling van de ambtenarenpensioenen, goed voor een jaarlijks bedrag van meer dan 10,6 miljard euro. Niet zozeer het aantal ambtenarenpensioenen, maar wel het hoge maandelijkse bedrag waar gepensioneerde ambtenaren in ons land recht op hebben bezorgt België de koppositie. Het ambtenarenpensioen loopt in sommige gevallen op tot 75 procent van het laatste loon, een stuk meer dan in de meeste andere Oeso-landen het geval is. Landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden en Letland bijvoorbeeld, geven niet meer dan 1,4 procent van het bbp uit aan ambtenarenpensioenen. Nochtans heeft in die landen gemiddeld 30 procent van het totaal aantal werkenden een ambtenarenstatuut, tegenover 20 procent in België. Na België betalen Groot-Brittanië en Frankrijk het meeste ambtenarenpensioenen, met respectievelijk 2,3 en 2,2 procent van het bbp.De Oeso wijst in haar rapport vooral het Belgisch pensioensysteem met de vinger. Het stelsel voor de publieke sector staat in ons land volledig apart van dat voor gewone werknemers, wat de organisatie "inefficiënt" noemt omdat het de arbeidsmobiliteit afremt. De Oeso pleit voor een eengemaakt pensioenstelsel, dat zowel de pensioenen voor de publieke als voor de private sector regelt. Dat systeem is de norm in 31 van de 35 -grotendeels welvarende- lidstaten van de organisatie.Een eengemaakt stelsel zorgt volgens de Oeso niet alleen voor meer arbeidsmobiliteit, maar is ook stukken transparanter. Bovendien zou er door allerlei schaalvoordelen serieus bespaard kunnen worden op administratieve kosten, wat "de overheidsfinanciën ten goede komt", klinkt het in het rapport. Minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) herhaalt dat ambtenaren en werknemers op termijn op dezelfde manier pensioenrechten moeten opbouwen, en benadrukt dat de regering al maatregelen heeft genomen "om de verschillende pensioenregimes progressief te harmoniseren", zoals de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie voor ambtenaren. "Ik ben dan ook blij dat de doelstellingen en hervormingen van de regering in lijn zijn met wat bepleit wordt door de OESO", aldus de minister. (Belga/NS)