België loopt achterop in de budgettaire voorbereiding van de vergrijzing. Zonder stevige economische groei resten ons alleen uitgavenbeperkingen, een nog hogere overheidsschuld of nog meer belastingen. De gezondheidszorg moet grondig transformeren of gaat permanent op dieet. De overheden moeten efficiënter en effectiever leren besturen. De pensioenen hervormen is een must, inclusief het uitdoven van elke vervroegde pensionering. Het sociaal overleg over lonen en arbeidsvoorwaarden moet flexibeler worden om werken toegankelijker te maken, in het bijzonder voor laaggeschoolden.

Dat is een herkenbare en zinvolle lijst van politieke breekpunten aan de vooravond van de verkiezingen van 26 mei 2019. Ze is vatbaar voor nuance en interpretatie, maar ze is brandend actueel. Alleen komt de lijst uit een interview dat ik voor dit weekblad gaf en een column die ik voor een Vlaamse krant schreef over de beleidsprioriteiten bij de federale verkiezingen van... 10 juni 2007. We zijn intussen twaalf jaar verder. Er is heel weinig nieuws onder de Belgische politieke zon.

Sinds de verkiezingen van 2007 is onze politieke geschiedenis zeven federale regeringen rijker, de twee variaties van de regering-Michel inbegrepen. Zes op de zeven regeringen waren een mengeling van socialisten, christendemocraten en liberalen. Eén was de regering zonder socialisten en met de N-VA. Ondanks een veelkleurig lappendeken van partijen uit Vlaanderen en Wallonië, of juist daardoor, is het resultaat van 's lands bestuur vooral constant uitstellen. Het doet er in België weinig toe hoe de kaarten tussen de partijen precies worden geschud. Zolang er geen aardverschuiving optreedt, blijft de bandbreedte voor keuzes klein en het tempo van verandering traag. Zelfs met de aardverschuiving van een regering zonder de handrem van conservatief socialisme en met de vernieuwing van de N-VA, blijft het resultaat mager. België blijkt systemisch niet bij machte structureel te hervormen.

De harde maar proefondervindelijke werkelijkheid is dat de Belgische democratie tot weinig meer in staat is dan oppervlaktegewoel. Dat is geen wetmatigheid, dat kunnen we veranderen. De complexiteit van ons federale land is een obstakel. Maar het parcours van de regionale regeringen, bijvoorbeeld in mobiliteit, infrastructuur, milieu, onderwijs of economie is ook niet om van te duizelen.

België blijkt systemisch niet bij machte structureel te hervormen.

Er is vooral te weinig zakelijkheid, te weinig professionalisme, te weinig strategisch inzicht, te weinig bestuurscultuur, te weinig politieke moed. Bij elke electorale cyclus vervellen toppolitici even tot auteurs van nieuwe politieke evangelies. Elke verkiezing een nieuw mantra. Dat is kookboekenpolitiek, vol smaken en recepten, maar zonder menu. Het dient de mediaverpakking en verdringt de echte inhoud.

De machinerie achter de koopmannen en -vrouwen van de democratie is armtierig. Studiediensten van partijen dienen de politieke waan van de dag, de manipulatie van de macht of het wetgevende detailwerk van parlementairen. Er is weinig dragende intellectuele en ideologische structuur, laat staan een personeelsbeleid om talent te mobiliseren voor het algemeen belang van het bestuur der natie. Neen, dan liever een tv-figuur op de kieslijst.

Wie zich waagt aan strategische beleidsreflectie botst in België vaak op een gebrek aan cijfers en belangstelling. De cijfers ontbreken door het amateurisme van onze bestuurscultuur. Dat kan een sporadische rekenoefening van het Planbureau alleen maar onderstrepen. De belangstelling ontbreekt omdat politici gefixeerd zijn op de media en alleen door een crisis te mobiliseren zijn. Beleidsanalyse op tien jaar of meer is pas nuttig als ze de fixatie of de crisis dient.

En zo staan we anno 2019 niet wezenlijk voor andere verkiezingen dan in 2007. Alleen is de budgettaire druk veel groter geworden. We starten een decennium waarin de vergrijzing versnelt en de beroepsbevolking krimpt. De crisis is niet veraf meer.